26BBL Assisteren bij activiteiten (deel 3)

Assisteren bij dagbesteding en welbevinden



Blz. 38 tm 58

Blz. 59 tm 81 & begippenlijst blz. 89 tm 91

1 / 25
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 25 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min
Report this lesson

Items in this lesson

Assisteren bij dagbesteding en welbevinden



Blz. 38 tm 58

Blz. 59 tm 81 & begippenlijst blz. 89 tm 91

5.24 Activiteitenplan


Opzetten activiteitenplan


Begeleiding

  • Wat vertel je de groep? (uitleg aanpassen doelgroep)

  • Welke regels zijn belangrijk tijdens de activiteit?

  • Waar moet je op letten bij de uitvoering/begeleiding?

  • Wat als ze sneller klaar zijn?

  • Waar op letten in verband met veiligheid?

Presenteer je activiteitenplan

  • Beroepsopdracht!

5.25 Evalueren van een activiteit (= methodisch werken)

Model Korthagen:

  • Doen

  • Terugkijken

  • Bewustwording

  • Bijstellen/aanpassen

  • Toepassen

Verschillen en overeenkomsten -> & opdr.37

Activiteitenplan

Uitwerking van één activiteit

Details met oa doel, materialen, uitleg

Individueel, groep, afdeling of locatie

5.26 Activiteitenprogramma

Overzicht van alle activiteiten die in een bepaalde periode plaatsvinden (dag, week, maand, jaar)

Geen details, alleen wat en waar

Individueel, groep, afdeling of locatie

5.27 Soorten materialen

  • Verbruiksartikelen: gaan op (lijm, stiften, papier, verf)

  • Gebruiksartikelen: gaan langer mee (fietsjes, schaar, leesboeken, spelletjes)

  • Hulpmiddelen (schaar, loep, meetlat)

  • Omgeving (ondersteunend aan de bedoeling)


Let op veiligheid!


Opdracht 39 maken


5.28 Veiligheid
Omgeving


5.29
Snoezelruimte


  
 


Materialen: CRDL

CRDL zorgt voor contact

5.30 Werken met groepen en groepsprocessen
Formele en informele groepen

Rekening houden met:

  • Soort

  • Groepscultuur

  • Groepsfase



Indeling

5.30 Formele - informele groepen (reden)

Maak opdracht 43 en bespreek dit in een groepje

5.31 Horizontale - verticale groepen (leeftijd) Maak opdracht 44

5.32 Homogene (gemeenschappelijk kenmerk) - heterogene groepen (diversiteit)

Wat voor groep zie je?


5.33
Groepscultuur

"Cultuur is het geheel van waarden, normen en gewoonten die mensen aan elkaar doorgeven"


Normen en waarden

  • Waarden= waar iemand aan hecht

  • Normen= gedragsregels die bij de waarde passen

Ook de ongeschreven regels!



5.34 Ontwikkelingsfasen van een groep (Tuckman)

Cyclisch proces:

  • 1. Vormfase --> groep wordt gevormd / ontw.proces

  • 2. Stormfase -->  er gebeurt veel / eigen plek veroveren

  • 3. Normfase --> wordt een echte groep / groepscultuur

  • 4. Prestatiefase --> is een echte groep / meer balans

  • 5. Afscheidsfase -->  groep valt uit elkaar




5.35 Cyclisch proces Begeleiding

Cyclisch proces:

  • 1. Vormfase --> belangrijke rol / werken aan vertrouwen / kennismakingsspellen

  • 2. Stormfase -->  beetje afstand bewaren  / optreden indien nodig

  • 3. Normfase --> ontwikkeling groepscultuur begeleiden

  • 4. Prestatiefase --> samenwerkingsopdrachten mogelijk

  • 5. Afscheidsfase -->  aandacht voor het afscheid nemen / afronden


5.36 Rollen in een groep (BELBIN)

De negen rollen:

- de bedrijfsman (harde werker)

- de brononderzoeker

- de plant

- de monitor

- de vormer

- de voorzitter

- de zorgdrager

- de groepswerker

- de specialist



Website

  • Opdracht 50 -> doe de test

  • Opdracht 52  -> wat zijn jullie kwaliteiten?

5.37 Begeleiden van groepen

  • Participerend

  • Niet-participerend

  • Autoritair

  • Lasser fair

--> Waar voel jij je het beste bij?

5.38 Begeleiding en activiteiten per doelgroep -> Verschillende levensfasen

  • Blz. 65

  • Opdracht 56

5.39 t/m 5.45


  • Belangrijk: welke leefijd hoort daarbij – kenmerken – wat is belangrijk bij de uitvoering en begeleiding vd activiteit – welke passende activeiten (3)

5.46 Communiceren tijdens de uitvoering van activiteiten

  • Stel open vragen --> oefenen en maken opdr. 65

  • Luister actief


- Hoe doe je dat?

- LSD = luisteren samenvatten doorvragen

- OMA (niet doen) = oordelen – mening / advies geven

HUISWERK


LEZEN: t/m 81

Blz. 89 t/m 91 (begrippen)