Water in Nederland (Aardrijkskunde vmbo), les 2: Examentraining

WATER · WATER IN NEDERLAND

Examentraining

Water in Nederland: zo pak je examenvragen aan

Ondergelopen uiterwaarden van de Waal bij Heerewaarden, zomer 2021

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining water in Nederland: afvoergrafieken en stroomgebiedkaarten lezen, verklaren met oorzaak en gevolg en maatregelen waarderen.

Items in this lesson

WATER · WATER IN NEDERLAND

Examentraining

Water in Nederland: zo pak je examenvragen aan

Ondergelopen uiterwaarden van de Waal bij Heerewaarden, zomer 2021

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Cultureel Gelderland / Wikimedia Commons, CC0

WATER · WATER IN NEDERLAND

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over water in Nederland herkennen en een goed antwoord opbouwen met een grafiek, een kaart of een situatie.

This item has no instructions

WATER · WATER IN NEDERLAND

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat voor vraag is het? Beschrijven, verklaren of waarderen?

  • 2. Kijk: wat laat de bron zien? Lees de titel, de legenda en de eenheden.

  • 3. Zoek: welke begrippen horen erbij? Bijvoorbeeld piekafvoer, regiem of stroomgebied.

  • 4. Schrijf: verklaren is oorzaak + gevolg. Gebruik 'daardoor' of 'omdat'.

This item has no instructions

WATER · WATER IN NEDERLAND

Vraagtype 1: een afvoergrafiek lezen

  • Een afvoergrafiek laat het debiet van een rivier per maand zien: dat is het regiem.

  • Zoek eerst de maand met de meeste en de minste afvoer.

  • Verklaar met de bron van het water: alleen regen (Maas) of regen én smeltwater (Rijn)?

  • Voorbeeld: de Maas heeft in de zomer weinig water, want er verdampt dan veel regenwater en er is geen smeltwater.

Debiet en regiem zijn examenstof voor KB en GL/TL. BB-leerlingen kunnen dit vraagtype oefenen als verdieping. Laat eventueel een echte afvoergrafiek uit de atlas zien.

Maas: januari ongeveer 450 m³/s, augustus ongeveer 100 m³/s. Waardoor?

A

In de zomer smelt de sneeuw in de Alpen niet meer

B

In de zomer gebruiken schepen meer water uit de rivier

C

In de zomer verdampt er veel meer regenwater

D

In de winter komt er zeewater de rivier in stromen

Goed: meer verdamping. Er valt het hele jaar ongeveer evenveel regen, maar in de zomer verdampt veel meer en nemen planten veel water op, dus bereikt minder water de rivier. Verwachte fout: de Alpen kiezen; de Maas krijgt geen smeltwater uit de Alpen, dat geldt voor de Rijn. De getallen zijn afgerond en bedoeld als oefenbron.

De Rijn heeft ook in de zomer vrij veel water. Verklaar dit.

Goed antwoord: in de zomer smelten sneeuw en ijs in de Alpen; dat smeltwater vult de rivier aan als er minder regen is. Daardoor is het regiem van de Rijn gelijkmatiger dan dat van de Maas. Verwachte fout: alleen 'door regen' zonder smeltwater.

WATER · WATER IN NEDERLAND

Vraagtype 2: stroomgebiedkaart lezen

  • Op de kaart zie je de rivier, de zijrivieren en de grens van het stroomgebied.

  • Bovenstrooms is waar de rivier vandaan komt, benedenstrooms is richting zee.

  • Wat bovenstrooms gebeurt (regen, vervuiling) merk je later benedenstrooms.

  • Rotterdam ligt aan de monding. Via de Rijn bereiken schepen het achterland.

Containerschepen op de Nieuwe Waterweg, toegang tot de haven van Rotterdam, 2010

Kaartlezen is voor alle niveaus; het achterland is alleen examenstof voor KB en GL/TL. Laat de kaart van het stroomgebied van de Rijn en de Maas in de atlas opzoeken. Veelgemaakte fout: denken dat water ook tegen de stroom in kan gaan, dus dat vervuiling in Nederland Duitsland bereikt. Image credit: el ui / Wikimedia Commons, CC BY 3.0

Een fabriek in Duitsland loost vuil water in de Rijn. Waar merk je dat eerst?

A

Bij Lobith, waar de Rijn ons land binnenkomt

B

Bij Eijsden, waar de Maas ons land binnenkomt

C

Bij Vlissingen, waar de Schelde in zee stroomt

D

Bij Delfzijl, waar de Eems in zee stroomt

Goed: Lobith. Wat in het stroomgebied bovenstrooms gebeurt, komt bij Lobith Nederland binnen. Verwachte fout: Eijsden, omdat leerlingen de grensplaatsen van Rijn en Maas verwarren.

Zet de plaatsen langs de Rijn op volgorde, van bron naar zee

1

Het Bodenmeer

2

Het Ruhrgebied in Duitsland

3

Rotterdam en de Noordzee

4

Lobith

5

De Alpen in Zwitserland

Juiste volgorde zoals getoond. De Rijn ontspringt in de Zwitserse Alpen, stroomt door het Bodenmeer, langs de grens van Duitsland en Frankrijk, door het Ruhrgebied en komt bij Lobith Nederland binnen. Verwachte fout: het Ruhrgebied na Lobith zetten.

WATER · WATER IN NEDERLAND

Vraagtype 3: verklaren met oorzaak en gevolg

  • Bij een verklaarvraag noem je een oorzaak en een gevolg, met een verbindingswoord.

  • Voorbeeld: bos gekapt, daardoor zakt minder water in de bodem, daardoor stijgt de rivier sneller.

  • Gebruik de begrippen uit de les: piekafvoer, bodemerosie, kwelwater.

  • Eén stap overslaan kost vaak een punt. Schrijf elke schakel op.

Verbanden leggen: BB enkelvoudig (één oorzaak, één gevolg), KB en GL/TL ook meervoudig (een keten van oorzaken en gevolgen). Kwelwater is alleen examenstof voor KB en GL/TL.

In de Ardennen worden hellingen kaal gekapt. Leg uit wat dat doet met de Maas.

Goed antwoord in stappen: kale grond neemt minder water op, daardoor stroomt regenwater sneller naar de rivier, daardoor wordt de piekafvoer hoger (meer kans op hoog water). Ook spoelt grond weg (bodemerosie), zodat er meer slib in de Maas komt. Verwachte fout: alleen 'meer water' schrijven zonder de tussenstap.

Een polder ligt 4 meter onder het water achter de dijk. Wat gebeurt er?

A

Het grondwater in de polder zakt weg naar het meer

B

Water sijpelt onder de dijk door en komt omhoog

C

Het regenwater stroomt vanzelf over de dijk naar buiten

D

De dijk houdt al het water buiten, er gebeurt niets

Goed: kwelwater. Het hoge water buiten de dijk drukt water door de bodem de lage polder in. Alleen examenstof voor KB en GL/TL. Verwachte fout: denken dat een dijk al het water tegenhoudt; de dijk houdt het water boven de grond tegen, niet het water in de bodem.

WATER · WATER IN NEDERLAND

Vraagtype 4: een maatregel waarderen

  • Bij waarderen geef je een voordeel en een nadeel van een maatregel.

  • Bekijk de maatregel vanuit dimensies: natuurlijk, sociaal-economisch, cultureel en politiek.

  • Voorbeeld nevengeul: voordeel natuurlijk, meer ruimte voor water en natuur.

  • Nadeel sociaal-economisch: huizen of boerderijen moeten weg, en het kost veel geld.

Voor- en nadelen vanuit dimensies waarderen is alleen examenstof voor KB en GL/TL. BB-leerlingen moeten de maatregelen kunnen beschrijven. Vraag leerlingen steeds welke dimensie bij hun argument hoort.

Een dijk wordt landinwaarts verlegd. Welk nadeel is sociaal-economisch?

A

Planten en dieren in de uiterwaard verdwijnen

B

De rivier voert meer zand en slib naar zee af

C

Gemeente en Rijk worden het niet eens over het plan

D

Er moeten huizen worden gesloopt en dat kost geld

Goed: huizen slopen en kosten (sociaal-economisch). Planten en dieren is de natuurlijke dimensie, onenigheid tussen overheden de politieke dimensie. Verwachte fout: de politieke optie kiezen omdat 'Rijk' naar geld doet denken.

Geef een voordeel en een nadeel van een nevengeul. Noem de dimensies.

Goed antwoord bijvoorbeeld: voordeel, bij hoog water daalt de waterstand, minder kans op een overstroming (natuurlijk) of nieuwe natuur en recreatie (sociaal-economisch). Nadeel: huizen of landbouwgrond moeten wijken en het is duur (sociaal-economisch), of een oud landschap verandert (cultureel). Verwachte fout: twee voordelen noemen, of geen dimensie erbij zetten.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een afvoergrafiek lezen

2

Een stroomgebiedkaart lezen

3

Verklaren met oorzaak en gevolg

4

Een maatregel waarderen

Oefen het vraagtype met de meeste stemmen nog eens met een examenopgave uit een oud examen.

WATER · WATER IN NEDERLAND

Tips voor op het examen

  • Lees de eenheden in een grafiek: debiet staat in m³ per seconde.

  • Bij 'verklaar' altijd oorzaak én gevolg noemen, verbonden met 'daardoor' of 'omdat'.

  • Denk bij water in Nederland aan het hele stroomgebied: vaak ligt de oorzaak in het buitenland.

  • Bij 'geef een voordeel en een nadeel' geef je er van elk precies één, niet twee voordelen.

  • Gebruik de begrippen uit de syllabus letterlijk: piekafvoer, kwelwater, bodemerosie.

This item has no instructions