Rivieren en waterbeheer (Aardrijkskunde vwo), les 2: Examentraining

LEEFOMGEVING · RIVIEREN

Examentraining

Rivieren en waterbeheer: zo pak je examenvragen aan

Ondergelopen uiterwaarden van de Waal bij Heerewaarden, juli 2021

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: afvoergrafieken en profielen lezen, ingrepen op schaalniveaus analyseren en een beargumenteerde mening geven over rivierbeleid.

Items in this lesson

LEEFOMGEVING · RIVIEREN

Examentraining

Rivieren en waterbeheer: zo pak je examenvragen aan

Ondergelopen uiterwaarden van de Waal bij Heerewaarden, juli 2021

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Cultureel Gelderland / Wikimedia Commons, CC0

LEEFOMGEVING · RIVIEREN

Wat ga je kunnen?

Ik kan afvoergrafieken en profielen lezen, ingrepen op schaalniveaus analyseren en een beargumenteerde mening geven.

This item has no instructions

LEEFOMGEVING · RIVIEREN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: onderstreep het vraagwoord: geef, beschrijf, leg uit, beredeneer of beargumenteer.

  • 2. Bekijk: lees bij een grafiek of profiel eerst de titel, de assen en de eenheden.

  • 3. Verbind: leg het verband tussen gegeven en begrip: oorzaak, gevolg, verklarend principe.

  • 4. Schrijf: gebruik vaktaal en schrijf een keten: 'doordat ..., daardoor ...'.

This item has no instructions

LEEFOMGEVING · RIVIEREN

Vraagtype 1: een afvoergrafiek lezen

  • Lees de assen: tijd (uren, dagen of maanden) en debiet in m3/s.

  • Zoek de piek: wanneer en hoe hoog? Vergelijk met de neerslagpiek: dat verschil is de vertragingstijd.

  • Steile stijging en korte vertragingstijd: weinig infiltratie door verstening, ontwatering of steile hellingen.

  • Groot verschil tussen zomer en winter: onregelmatig regiem, typisch voor een regenrivier.

De Geul overstroomt in Valkenburg, 15 juli 2021

Image credit: Romaine / Wikimedia Commons, CC0

Grafiek Maas: 60 m3/s in augustus, 1800 m3/s in januari. Wat blijkt hieruit?

A

De Maas wordt vooral door smeltwater gevoed

B

De vertragingstijd van de Maas is erg lang

C

De Maas heeft een onregelmatig regenregiem

D

Stuwen houden het debiet in januari hoog

Goed: een groot verschil tussen zomer en winter past bij een regenrivier: in de winter veel neerslag en weinig verdamping, in de zomer veel verdamping. Leerlingen die 'smeltwater' kiezen, verwarren de Maas met de Rijn. Stuwen regelen de waterstand bij lage afvoer, ze maken geen water.

Na de bouw van een wijk piekt een beek na 6 in plaats van 12 uur. Verklaar dit.

Goed antwoord: door de woonwijk is er meer verhard oppervlak (verstening). Regenwater kan minder infiltreren en stroomt via daken, straten en riolen snel naar de beek. Daardoor wordt de vertragingstijd korter en de piek hoger. Verwachte fout: alleen 'er valt meer regen', terwijl de neerslag niet veranderd is.

LEEFOMGEVING · RIVIEREN

Vraagtype 2: lengte- en dwarsprofiel

  • Lengteprofiel: hoogte tegen afstand. Verval is het hoogteverschil, verhang is verval gedeeld door afstand.

  • Reken eenheden om: 50 meter verval over 250 km is 0,2 m/km, dus 20 cm/km.

  • Dwarsprofiel benedenloop: zomerbed met kribben, uiterwaarden, dijk en het lage binnendijkse land.

  • Noem in je antwoord altijd de eenheid, en bij een profiel ook waar het steil of vlak is.

This item has no instructions

Lobith 10 m +NAP, zee 0 m, afstand 130 km. Bereken het verhang in cm/km.

Goed antwoord: verval is 10 m, dat is 1000 cm. Verhang = 1000 cm / 130 km = ongeveer 7,7 cm/km. De getallen zijn afgerond voor de oefening. Verwachte fouten: 10/130 = 0,077 opschrijven zonder eenheid, of vergeten meters om te rekenen naar centimeters.

Waar liggen de uiterwaarden in een dwarsprofiel van de benedenloop?

A

Buitendijks, tussen het zomerbed en de dijk

B

Binnendijks, direct achter de rivierdijk

C

In het zomerbed, tussen de kribben in

D

Binnendijks, in de laagste polder achter de dijk

Goed: uiterwaarden horen bij het winterbed en liggen buitendijks. Leerlingen die 'binnendijks' kiezen, denken dat alles wat droog ligt achter de dijk ligt. De ruimte tussen de kribben hoort bij de oever van het zomerbed.

LEEFOMGEVING · RIVIEREN

Vraagtype 3: ingrepen op schaalniveaus

  • Bepaal het schaalniveau van de ingreep: lokaal, regionaal, nationaal of het hele stroomgebied.

  • Volg het water: wat verandert er bovenstrooms, en wat merkt een gebied stroomafwaarts daarvan?

  • Een ingreep kan lokaal helpen en elders het probleem vergroten, bijvoorbeeld door snellere afvoer.

  • Bekijk ook de dimensies: natuur, economie, politiek en sociaal-cultureel.

Stuw in de Nederrijn bij Driel (2015)

Image credit: Wil Leeuwis / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Duitsland legt retentiegebieden langs de Rijn aan. Leg uit wat Nederland eraan heeft.

Goed antwoord: bij hoogwater wordt bovenstrooms water tijdelijk vastgehouden of geborgen. Daardoor wordt de piekafvoer afgevlakt en komt er bij Lobith minder water tegelijk aan, dus lagere waterstanden en een kleiner overstromingsrisico in Nederland. Verwachte fout: denken dat Duitsland daarmee het water 'tegenhoudt' voor altijd. Het water komt wel, maar later en verspreid.

Waarom werken de Rijnoeverstaten samen in een internationale Rijncommissie?

A

Nederland beheert de stuwen in de Duitse Rijn

B

De EU verbiedt landen een eigen rivierbeleid

C

Duitsland betaalt de Nederlandse dijkversterking

D

Maatregelen in het hele stroomgebied bepalen de afvoer

Goed: wat bovenstrooms gebeurt (verstening, kanalisatie, retentie) bepaalt de afvoer benedenstrooms. Daarom gaat rivierbeleid over grenzen heen, zoals in de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn. De foute opties klinken als samenwerking, maar kloppen feitelijk niet.

LEEFOMGEVING · RIVIEREN

Vraagtype 4: een beargumenteerde mening

  • Kies een standpunt en noem de waarde erachter: veiligheid, kosten, natuur of ruimte om te wonen.

  • Geef minstens twee argumenten, liefst uit verschillende dimensies.

  • Noem een voorbehoud of tegenargument, en laat zien waarom je standpunt toch overeind blijft.

  • Sluit af met je conclusie in één zin.

This item has no instructions

Moet bouwen in uiterwaarden verboden worden? Geef je mening met twee argumenten.

Beide standpunten kunnen goed zijn. Voor een verbod: bouwen verkleint het winterbed, dus stijgt het water bij dezelfde afvoer hoger; bewoners buitendijks lopen een grote kans op schade. Tegen: er is woningtekort, en aangepast bouwen (op terpen, drijvend) is een vorm van adaptatie. Een goed antwoord noemt een waarde, twee argumenten en een voorbehoud. Verwachte fout: een mening zonder argument uit de geografie.

'Dijken verhogen is genoeg.' Geef een tegenargument vanuit de risicobenadering.

Goed antwoord: hogere dijken verkleinen de kans, maar niet de gevolgen. Achter hogere dijken wordt vaak meer gebouwd en daalt de bodem, dus bij een doorbraak worden schade en aantal slachtoffers juist groter. Risico is kans maal gevolg, dus ook ruimte voor de rivier, berging en overstromingsrisicobewustzijn zijn nodig. Verwachte fout: alleen 'dijken zijn duur'.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een afvoergrafiek lezen

2

Lengte- en dwarsprofiel

3

Ingrepen op schaalniveaus

4

Een beargumenteerde mening

Laat leerlingen met hetzelfde lastigste vraagtype samen nog één vraag uit een oud examen maken.

LEEFOMGEVING · RIVIEREN

Tips voor op het examen

  • Bij 'leg uit' verwacht de corrector een keten van oorzaak en gevolg, niet één losse factor.

  • Noem bij een grafiek altijd een getal met eenheid uit de bron, zoals m3/s of cm/km.

  • Verwar kans en risico niet: risico is kans maal gevolg.

  • Denk aan het hele stroomgebied: oorzaken van hoogwater liggen vaak ver bovenstrooms.

  • Bij 'beargumenteer' telt je standpunt niet, je argumenten wel.

This item has no instructions