Les 13: Wasverzorging/ Wasmiddel/ wasmachine/ wasdroger

Les 13: Wasmiddelen/ Wasmachine/Droger/ Wasvoorbereiding
1 / 35
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Les 13: Wasmiddelen/ Wasmachine/Droger/ Wasvoorbereiding

Slide 1 - Slide

Lesdoel:
Aan het einde van de les kan de leerling:
- De juiste dosering gebruiken van een wasmiddel
- Wassen met de wasmachine
-weet welke handelingen er bij de voorbereiding van de was komen kijken
-Wasvoorschriften op kleding lezen en begrijpen wat de symbolen betekenen
-Voorbereiden van de was, wasgoed sorteren
-Wat is de functie van wasmiddel en waar bestaat wasmiddel uit

Slide 2 - Slide

soorten wasmiddelen

Slide 3 - Mind map

Wasmiddel dat je koopt in
Europa is biologisch afbreekbaar en dat is beter voor het milieu.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quiz

Wat is doseren?
A
Een gezelschapsspel
B
Het bakje waar het wasmiddel in moet
C
Een keuze maken in het juiste wasmiddel
D
Het afmeten van de juiste hoeveel wasmiddel

Slide 5 - Quiz

Welke soorten wasmiddel zijn er?
A
Vloeibaar wasmiddel
B
Waspoeder
C
Waspitjes
D
Waspods

Slide 6 - Quiz

Hoe weet ik hoeveel wasmiddel ik moet gebruiken?
A
Een flinke scheut is voldoende.
B
Altijd 1 dopje of 1 wasbol vol.
C
Dit staat beschreven in de handleinding van de wasmachine
D
Dit staat op de verpakking van het wasmiddel

Slide 7 - Quiz

Wat betekend dit symbool?
A
Het wasmiddel is milieuvriendelijker dan gebruikelijke wasmiddelen
B
Het wasmiddel ruikt naar bloemetjes
C
Het heeft geeft aan waar in de machine wasverzachter in gegoten kan worden
D
Het geeft aan waar in de machine vlek- verwijdraar ingegoten kan worden

Slide 8 - Quiz

Er zijn 3 soorten wasmiddel:
           Waspods                             Was poeder               Vloeiwasmiddel

Slide 9 - Slide

Er is wasmiddel voor witte was, bonte was en donkere was. 
Op de fles staat dit aangegeven.

Slide 10 - Slide

Op de verpakking worden vaak Engelse woorden gebruikt.  Kort een opfrisser:
Black = Zwart. Deze wordt gebruikt voor donkere was. Als deze wasmiddel er niet is gebruik je wasmiddel voor de bonte was.

Color = Gekleurd. Deze gebruikt voor de bonte(gekleurde) was.

White = Wit. Deze is voor de witte was.

Slide 11 - Slide

Doseren
Op de verpakking staat beschreven hoeveel wasmiddel je moet gebruiken voor de was. Dit kan elke keer weer verschillend zijn.

Je let op het volgende:
  • Hoe vol de wasmachine is
  • Hoe vuil de was is.
  • De waterhardheid.

Slide 12 - Slide

Soms moet je even rekenen

Slide 13 - Slide

Waar gaat het wasmiddel in?
Wasverzachter
Gebruik je dit programma? Stop dan 1/4 van het wasmiddel in dit bakje.
Hoofdwas
Voorwas

Slide 14 - Slide

Werking van het wasmiddel

-  Veel soorten en merken wasmiddelen
- De wasmiddelen kunnen we verdelen naar hun werking. 

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Wasmiddelen

In wasmiddelen zitten verschillende soorten stoffen die ervoor zorgen dat je was schoon wordt. Elke stof heeft zijn eigen functie tijdens het wasproces. 

Slide 17 - Slide

Oppervlakteactieve stoffen 
oppervlakteactieve stoffen (ook wel wasactieve stoffen genoemd)of detergenten
 
- verwijderen het vuil uit de kleding en ze houden het vuil in het water vast. 
- geen kans om op een andere plek in het wasgoed vast te gaan zitten.

Slide 18 - Slide

Waterontharders
Houden kalkdeeltjes uit het water zwevend

Vroeger: fosfaten, stoffen die slecht zijn voor het milieu. Tegenwoordig: bevat het wasmiddel zeoliet minder schadelijk voor het milieu.

Slide 19 - Slide

Zuurstofbleekmiddelen:
voor: kleurstof vlekken van thee, koffie of vruchtensappen zijn moeilijk te verwijderen. 

- zorgt ervoor dat deze vlekken oxideren. Ze zijn dan niet meer te zien. 
- 70 en 90 graden   
- Door TAED vanaf 40 graden.

Slide 20 - Slide

enzymen: verwijderen bloedvlekken, een aantal voedselvlekken, vlekken door transpiratievocht en ontlasting.  30 en 60 graden Celsius. Bij hogere temperaturen verliezen ze hun werking.

optische witmiddelen: deze middelen laten een dun laagje op het textiel achter. Het witte wasgoed lijkt hierdoor witter.

geurstoffen: de geurstoffen laten je was lekker ruiken.

Slide 21 - Slide

Opdrachten:

Extra Opdracht: Van de theorie: Soorten stoffen in wasmiddel
Neem een strookje
Schrijf een begrip op de ene zijde van het strookje
Schrijf de betekenis van het begrip op de andere kant.
Stop alle strookjes in de bak, neem er een uit de bak en antwoord met:
- of het begrip
- of het juiste antwoord van de betekenis van het begrip


Slide 22 - Slide

Voordat je gaat wassen......
Maak de opdrachten  2, 3 en 4 in de methode! (Blok 3 de was doen)

Slide 23 - Slide

Uitleg Hoe werkt de wasmachine

Slide 24 - Slide

Opdrachten methode
Maak opdracht 5, 7 8  en 9 in de methode! (Blok 3 de was doen)

De juf zal met je meekijken of het allemaal lukt!

Tip: Goed lezen en open de theorie die bij de opdracht hoort!


Succes!!

Slide 25 - Slide

Uitleg: Hoe werkt de droger

Slide 26 - Slide

Herhaling: Voorbereiding van de was
Een ander woord voor kleding, handdoeken en beddengoed samen noemen we: Textiel

4 manieren om je was te doen:
1. zelf, met de wasmachine of met de hand
2. je doet de was zelf in de wasserette
3. Je brengt het wasgoed naar een wasserij
4. Je brengt het wasgoed naar een stomerij

Slide 27 - Slide

Voorbereiding van de was
Voordat de was in de machine gaat:
Controleer het wasgoed
  • Haal de zakken leeg: denk aan papiertjes, steentjes etc.
  • Maak ritssluitingen dicht: kleding blijft in vorm en andere was beschadigd niet.
  • Keer donkere, bonte spullen, zoals spijkerbroeken en sweatshirts binnenstebuiten.
  • Keer ook textiel met een print binnenste buiten: zo blijven kleuren en prints langer mooi.
  • Behandel moeilijk te verwijderen vlekken vooraf met een speciaal vlekkenmiddel: doe je dit niet droogt de vlek in en krijg je deze er niet meer uit.

Slide 28 - Slide

Voorbereiding van de was
Voordat de was  in de wasmachine gaat:

Lees het etiket:
-Lees het samenstellingsetiket: Hierop staat aangegeven van welke materialen het kledingstuk is gemaakt. Dat is bv belangrijk om te weten hoe heet je de was moet wassen.

-Lees het behandelingsetiket: hierop staan de symbolen die aangeven hoe je het kledingstuk moet behandelen

Slide 29 - Slide

Samenstellingsetiket

Slide 30 - Slide

Behandelingsetiket

Slide 31 - Slide

Let op!!
Symbolen geven de maximale behandeling van je textiel aan. Een blouse met een etiket waarop een teiltje water met het getal 40 staat, mag je tot 40 graden wassen, kouder mag altijd!

Slide 32 - Slide

Sorteren van de was:

Je bekijkt altijd het waslabel/ etiket/ behandelingsetiket

Je sorteert altijd op:
- kleur 
- temperatuur

Aan de rechter kant vind je de 5 groepen waar de was onder verdeeld wordt:
1) Witte was: alle witte textiel bij elkaar. Ook lichtgekleurde (kookechte) textiel kan hierbij.

2)Bonte was: alle gekleurde textiel bij elkaar (licht bij licht/ donker bij donker.

3)Fijne was of synthetische was: wasgoed gemaakt van tere , dunne stof.

4)Wolwas sommige wol mag tot 30 graden in de wasmachine anders gaat het vervilten (en krimpen) ander wol mag alleen met handwas

5)Handwas: kwetsbare kledingstukken als lingerie, wollen truien en zijden blouses

Slide 33 - Slide

Handwas
Angora wol van het Angora konijn:
                                                                                                           
                                                                                                                                Wol afkomstig van de Kasjmiergeit
                                                                                                  

Zijde is afkomstig van de zijderups:                                             

Slide 34 - Slide

Praktijk oefenen
1) Was sorteren

2)Handwas (werkkaart)

3) Wasmachine aanzetten

4) Droger aanzetten

5) Begrippen bestuderen

Slide 35 - Slide