Aandelen en emissie (Bedrijfseconomie vwo), les 3: Terugblik quiz

Introductie van Aalberts op de Amsterdamse Effectenbeurs, 1987

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · AANDELEN

Quiz

Terugblik: Aandelen en emissie

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van elf vragen over de vier aandeelwaarden, kapitaal, emissiekoers, agio en de invloed van de beurs op een emissie.

Items in this lesson

Introductie van Aalberts op de Amsterdamse Effectenbeurs, 1987

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · AANDELEN

Quiz

Terugblik: Aandelen en emissie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Roland Gerrits / Anefo, Nationaal Archief, CC0

Welke waarde van een aandeel verandert voortdurend door vraag en aanbod op de beurs?

A

De nominale waarde

B

De beurskoers

C

De intrinsieke waarde

D

Het maatschappelijk kapitaal

Syllabus 21.2. De beurskoers komt tot stand door vraag en aanbod. Verwachte fout: de intrinsieke waarde, maar die volgt uit de balans en verandert alleen als het eigen vermogen of het aantal aandelen verandert.

Vul in

Het maatschappelijk aandelenkapitaal is het maximum volgens de statuten; het geplaatst aandelenkapitaal is het deel dat al is uitgegeven.

maatschappelijk aandelenkapitaal
geplaatst aandelenkapitaal
agioreserve
intrinsieke waarde

Syllabus 21.1. Verwachte fout: de twee begrippen omdraaien.

Een aandeel heeft intrinsieke waarde € 18 en beurskoers € 30. Wat leid je daaruit af?

A

De nv heeft te weinig eigen vermogen

B

De nominale waarde ligt boven € 30

C

Het agio is € 12 per aandeel

D

Beleggers verwachten meer dan de balans laat zien

Syllabus 21.2 en 21.3. Een beurskoers boven de intrinsieke waarde betekent dat beleggers (groei)verwachtingen in de koers verwerken. Het agio hangt af van de emissiekoers en de nominale waarde, niet van de beurskoers.

Bij een emissie van 60.000 aandelen is de opbrengst € 2.400.000 en stijgt het geplaatst kapitaal met € 600.000. Hoe groot is het agio?

A

€ 600.000

B

€ 2.400.000

C

€ 3.000.000

D

€ 1.800.000

Syllabus 21.4. Reken: agio = opbrengst min nominaal gedeelte = 2.400.000 - 600.000 = 1.800.000. Controle: emissiekoers 2.400.000 / 60.000 = € 40, nominaal 600.000 / 60.000 = € 10, agio € 30 x 60.000 = 1.800.000. Verwachte fouten: het geplaatst kapitaal, de opbrengst of beide bij elkaar opgeteld (3.000.000).

Beleggers verwachten dat het resultaat van Rubens nv de komende jaren fors stijgt. Welke factor beïnvloedt hier de emissiekoers?

A

Beursklimaat

B

Toekomstverwachting

C

Nominale waarde

D

Agioreserve

Syllabus 21.3. Het gaat om verwachtingen over de nv zelf: toekomstverwachting. Het beursklimaat is de stemming op de hele beurs. Verwachte fout: beursklimaat kiezen omdat het om beleggers gaat.

Een nv heeft 450.000 aandelen van nominaal € 20 geplaatst en plaatst er 50.000 bij tegen € 45. Nieuw geplaatst kapitaal?

A

€ 11.250.000

B

€ 9.000.000

C

€ 10.000.000

D

€ 2.250.000

Syllabus 21.1 en 21.4. Reken: 500.000 aandelen x € 20 = € 10.000.000. Controle: 9.000.000 + 50.000 x 20 = 10.000.000. Verwachte fouten: de opbrengst (50.000 x 45 = 2.250.000) bij het kapitaal tellen (11.250.000), het oude kapitaal (9.000.000) of alleen de opbrengst van de emissie (2.250.000).

Een nv zet de emissiekoers boven de beurskoers. Wat is het meest waarschijnlijke gevolg?

A

Beleggers kopen liever op de beurs: de emissie loopt vast

B

Het agio per aandeel daalt

C

De nominale waarde stijgt mee

D

De intrinsieke waarde daalt direct

Syllabus 21.3. Beleggers betalen niet meer dan op de beurs, dus een emissiekoers boven de beurskoers geeft onverkochte aandelen. Een hogere emissiekoers geeft juist een hoger agio per aandeel. Verwachte fout: denken dat een hoger agio automatisch beter is.

Welke twee posten stijgen bij een emissie boven de nominale waarde?

A

Geplaatst kapitaal en vreemd vermogen

B

Geplaatst kapitaal en agioreserve

C

Maatschappelijk kapitaal en agioreserve

D

Agioreserve en de nominale waarde

Syllabus 21.1 en 21.4. Het geplaatst kapitaal stijgt met de nominale waarde, de agioreserve met het agio. Het maatschappelijk kapitaal ligt vast in de statuten en de nominale waarde per aandeel verandert niet. Verwachte fout: het maatschappelijk kapitaal laten meestijgen.

Vul in

Bij een emissie gaat de opbrengst naar de nv; bij handel op de beurs gaat het geld tussen beleggers onderling.

nv
beurs
beleggers
overheid
bank

Syllabus 21.2. Verwachte fout: denken dat de nv geld ontvangt bij elke koersstijging of verkoop op de beurs.

Het maatschappelijk kapitaal is € 15.000.000 met aandelen van nominaal € 5. Hoeveel aandelen mogen maximaal worden geplaatst?

A

75.000.000 aandelen

B

15.000.000 aandelen

C

300.000 aandelen

D

3.000.000 aandelen

Syllabus 21.1. Reken: 15.000.000 / 5 = 3.000.000 aandelen. Controle: 3.000.000 x 5 = 15.000.000. Verwachte fouten: vermenigvuldigen in plaats van delen (75.000.000) of het bedrag als aantal noemen (15.000.000).

Noem een voordeel van een hoge emissiekoers.

Een goed antwoord: minder nieuwe aandelen nodig voor hetzelfde bedrag, of meer agio. Syllabus 21.3. Verwachte fout: zeggen dat de nominale waarde stijgt.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · AANDELEN

Goed gedaan!

Je kunt nu het aandelenkapitaal, de vier waarden van een aandeel en het agio bij een emissie uitleggen en berekenen. Succes met het examen!

This item has no instructions