M&G Week 1. (Les 2)H7.3: Genotmiddelen, H7.4: Roken en H7.5: Alcohol

1 / 31
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 139 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Genotmiddelen: Roken, vapen en alcohol.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

              Programma
  • Terugblik
  • Huiswerk bespreken
  • Leerdoelen
  • Voorkennis ophalen
  • Instructie
  • Voorbeelden (samen)
  • Controle
  • Begrippen
  • Aan de slag
  • Exit ticket/Afsluiting
timer
3:00

Slide 4 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
       Terugkijken op            de leerdoelen
Aan het einde van deze les kan je:

  • R: Uitleggen wat genotmiddelen zijn en het verschil benoemen tussen stimulerende en verdovende middelen. 
  • R: Uitleggen wat een verslaving is en de gevolgen ervan benoemen.
  • T1: Genotmiddelen indelen in stimulerende en verdovende middelen
  • T2: De gezondheidsrisico's van genotsmiddelen uitleggen
  • I: Beoordelen welke keuzes helpen om verslaving te voorkomen en deze onderbouwen

Slide 5 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

Slide 6 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Wat zijn genotmiddelen?

Slide 7 - Mind map

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Genotmiddelen
Genotmiddelen zijn middelen die je geest en/of lichaam stimuleren of verdoven.

Werking:
  • Een stimulerende werking betekent dat iemand er meer energie van krijgt en oplettender wordt.
  • Een verdovende werking betekent dat iemand ontspannen of kalm wordt.

Genotmiddelen zijn verslavend. Bij een verslaving heb je geen controle meer over
het gebruik van middelen of over bepaald gedrag.



Slide 10 - Slide

Ze hebben effect op je gevoel, stemming en je manier van denken verandert.

verslaving: stoppen is erg moeilijk, of lukt niet. >> alleen

Verslaafd zijn in gedrag. Gamen of Gokken 

Roken

  • Is slecht voor je gezondheid.
  • Vergroot de kans op longkanker en hart- en vaatziekten.
  • Nicotine is een verslavende stof.

Vapen is een ander woord voor dampen, elektronisch roken en e-roken.
Sommige stoffen zijn giftig of kankerverwekkend.

Waterpijp roken of shisha roken is net zo ongezond als roken.
Waarschijnlijk is het zelfs ongezonder.





Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

Slide 13 - Video

This item has no instructions

Slide 14 - Video

This item has no instructions

Aan de slag
Boek: Mens en Gezondheid. 

Maak de volgende opdrachten: 
Opdracht 1. Maak opdracht op blz. 153 t/m 157

Rekenen:
Opdracht 2. Maak uit rekenboekje Opdracht 2: Meten en wegen
https://johandewitt-my.sharepoint.com/personal/gli_johandewittscholengroep_nl/Documents/Rekenopdrachten%20meten%20en%20wegen.docx?d=wef5fcc543e44491f9644a62f546af35f&csf=1&web=1&e=X7l2Eq





timer
20:00

Slide 15 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Alcohol
  • Van alcohol kun je vrolijk worden, maar sommige mensen worden er ook heel vervelend van.
  • Voor jongeren is alcohol extra schadelijk, omdat alcohol de ontwikkeling van je hersenen verstoort.

Alcohol is een stof in drankjes die je een beetje anders laat voelen, maar het kan ook slecht zijn voor je lichaam en je gedrag. Daarom is het belangrijk om er voorzichtig mee om te gaan, en jongeren onder de 18 jaar mogen het niet kopen of drinken. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Video

This item has no instructions

Na hoeveel tijd bereikt de alcohol de hersenen?
A
5 minuten
B
20 minuten
C
10 minuten
D
2 minuut

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Hoelang duurt het totdat je lichaam 1 glas alcohol afbreek?
A
30 minuten
B
10 minuten
C
ongeveer anderhalf uur
D
ongeveer 3 uur

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Drugs
Drugs zijn middelen die de hersenen beïnvloeden. Daardoor hebben ze een effect op lichaam en geest. 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Gokken en gamen

Gokken is een kansspel waarbij je geld kan winnen of verliezen.

Voorbeelden: loterijen, spelautomaten, wedden op voedbalwedstrijden en pokeren.

Gamen is een spel spelen op een computer, spelcomputer, tablet of telefoon, vaak
via internet.
Aan beide vormen kun je verslaafd raken.


Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Wat is waar?
A
Drugs is altijd illegaal
B
Je kunt drugs overal kopen als je 18 bent
C
In NL mag je alle drugs op zak hebben
D
Drugs heeft invloed op de werking van je hersenen

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Slide 23 - Video

This item has no instructions

Wat is hallucineren?
A
Dingen zien of horen die er niet zijn
B
Veel praten
C
Diep nadenken
D
Het kweken van wiet

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een goed voorbeeld van verstandig omgaan met genotmiddelen?

A
Iets gebruiken omdat vrienden het doen
B
Altijd nieuwe middelen uitproberen
C
Stoppen als je merkt dat je het nodig hebt
D
Elke dag gebruiken

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Wat is geen softdrug?
A
Hasj
B
XTC
C
Slaapmiddelen
D
Wiet

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Aan de slag
Boek: Mens en Gezondheid. 
Opdracht 3: Zie document.....
Maak een flyer over een genotmiddel naar keuze. Vertel:
  • Wat het genotmiddel is.
  • Welke effecten het heeft.
  • Welke risico's en gevaren eraan zitten.
  • Hoe je gezond en verantwoord met dit onderwerp kunt omgaan.
  • Voeg minimaal één passende afbeelding toe.




timer
30:00

Slide 27 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
           Begrippen
           uit deze les
  • Genotmiddelen
  • Stimulerende werking
  • Verdovende werking
  • Nicotine
  • Vapen

Slide 28 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

       Terugkijken op            de leerdoelen
Aan het einde van deze les kan je:


R: Uitleggen wat genotmiddelen zijn en het verschil benoemen tussen stimulerende en verdovende middelen. 
R: Uitleggen wat een verslaving is en de gevolgen ervan benoemen.
T1: Genotmiddelen indelen in stimulerende en verdovende middelen
T2: De gezondheidsrisico's van genotsmiddelen uitleggen
I: Beoordelen welke keuzes helpen om verslaving te voorkomen en deze onderbouwen

Slide 29 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

Exit ticket
Wat kan je de volgende keer beter doen ? 

Slide 30 - Open question

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Einde van de les
Bedankt voor je aandacht
Wees trots op wat je hebt bereikt vandaag
Neem mee wat goed is gegaan, verbeter zaken indien nodig
Laat je plekje netjes achter
(tafeltjes recht, stoelen aanschuiven en rommel opruimen)

Slide 31 - Slide

This item has no instructions