37.1 en 37.2 - Bijzonderheden bijvoeglijk naamwoord

Stof voortgangstoets 
Wat moet je kennen en kunnen?
  • Woorden vertalen (frequentiewoorden 1 t/m 100)
  • Naamwoorden benoemen (HB p. 155 t/m 157 + 162 t/m 163 + 168 t/m 169).
  • Werkwoorden vertalen (HB p. 172 t/m 176).
1 / 35
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Stof voortgangstoets 
Wat moet je kennen en kunnen?
  • Woorden vertalen (frequentiewoorden 1 t/m 100)
  • Naamwoorden benoemen (HB p. 155 t/m 157 + 162 t/m 163 + 168 t/m 169).
  • Werkwoorden vertalen (HB p. 172 t/m 176).

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wat congruentie is. 
  • Je kunt bijvoeglijk naamwoorden en bijwoorden van groep 1, 2 en 3 benoemen.
  • Je kunt bijvoeglijk naamwoord van groep 1, 2 en 3 laten congrueren met zelfstandig naamwoorden van groep 1, 2, 3, 4 en 5. 
  • Je kunt uitleggen wat een predicatief/dubbelverbonden of een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord is.
  • Je kunt een predicatief/dubbelverbonden of zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord vertalen in een Latijnse zin. 

Slide 2 - Slide

Congruentie

Wat weet je nog?
Wat is niet weggezakt?

Slide 3 - Slide

Hoe weet je of een bijvoeglijk naamwoord bij een zelfstandig naamwoord hoort in het Latijn?
A
De uitgangen zijn hetzelfde
B
Naamval, getal en geslacht zijn hetzelfde
C
Ze hebben evenveel letters
D
Ze staan naast elkaar

Slide 4 - Quiz

patribus (ignotus)
A
ignotibus
B
ignotis
C
ignotus
D
ignotiis

Slide 5 - Quiz

maritis (fortis)
A
fortis
B
fortes
C
fortibus
D
fortium

Slide 6 - Quiz

rei (bonus)
A
bonus
B
bono
C
boni
D
bonae

Slide 7 - Quiz

exercitus (multus)
A
multes
B
multos
C
multae
D
multas

Slide 8 - Quiz

filium (brevis)
A
brevis
B
brevem
C
breve
D
brevium

Slide 9 - Quiz

formarum (parvus)
A
parvum
B
parvarum
C
parvis
D
parvae

Slide 10 - Quiz

Een moeilijke opdracht! Maar waag een poging en maak mij trots ;-) 
magnus
carae
iratum
ignotae
pulchris
clare
puellis
gentes
patrem
munus
matris
bijwoord

Slide 11 - Drag question

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Vertaal de zin:
Audaces milites castra reliquerunt, sed pauci tantum incolumes redierunt.

Slide 15 - Open question

Audaces milites castra reliquerunt, sed pauci tantum incolumes redierunt.

Hoe is 'audaces' hier gebruikt?
A
Bijvoeglijk
B
Bijwoordelijk
C
Dubbelverbonden

Slide 16 - Quiz

Audaces milites castra reliquerunt, sed pauci tantum incolumes redierunt.

Hoe is 'incolumes' hier gebruikt?
A
Bijvoeglijk
B
Bijwoordelijk
C
Dubbelverbonden

Slide 17 - Quiz

Vertaal de zin:
Cives pauperes saccos plenos frumenti grati acceperunt.
(saccus = zak | gratus, -a, -um = dankbaar)

Slide 18 - Open question

Cives pauperes sacros plenos frumenti grati acceperunt.
(saccus = zak | gratus, -a, -um = dankbaar)
Hoe is 'pauperes' hier gebruikt?
A
Bijvoeglijk
B
Bijwoordelijk
C
Dubbelverbonden

Slide 19 - Quiz

Cives pauperes saccos plenos frumenti grati acceperunt. (saccus = zak)
(saccus = zak | gratus, -a, -um = dankbaar)
Hoe is 'plenos' hier gebruikt?
A
Bijvoeglijk
B
Bijwoordelijk
C
Dubbelverbonden

Slide 20 - Quiz

Cives pauperes saccos plenos frumenti grati acceperunt. (saccus = zak)
(saccus = zak | gratus, -a, -um = dankbaar)
Hoe is 'grati' hier gebruikt?
A
Bijvoeglijk
B
Bijwoordelijk
C
Dubbelverbonden

Slide 21 - Quiz

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Pauperes Romani Caesarum deum colebant.
A
De arme Romeinen vereerden de god Caesar.
B
De arme Romeinen vereerden Caesar als een god.

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Vertaal:
Fortibus Fortuna favet.

Slide 30 - Open question

Vertaal:
In Alexandria sapientes multa docebant.

Slide 31 - Open question

Slide 32 - Slide

In Alesia vond de laatste en grootste veldslag plaats tussen Galliërs en Romeinen.

Slide 33 - Slide

Alesia 2

Slide 34 - Slide

Alesia 3

Slide 35 - Slide