Persoonlijkheidsstoornissen

Persoonlijkheidsstoornissen

Keuzedeel Gerontopsychiatrie

BOL

1 / 27
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min
Report this lesson

Items in this lesson

Persoonlijkheidsstoornissen

Keuzedeel Gerontopsychiatrie

BOL

This item has no instructions

Lesdoel

De student kan uitleggen wat een persoonlijkheidsstoornis is, enkele vormen herkennen en benoemen hoe je als zorgprofessional passend omgaat met een zorgvrager.

This item has no instructions

Iedereen heeft een persoonlijkheid

  1. Wat bedoelen we met iemands persoonlijkheid?

  2. Wanneer vind je iemand bijvoorbeeld eigenwijs, onzeker of wantrouwend?

  3. Wanneer wordt bepaald gedrag lastig voor iemand zelf of voor de omgeving?

This item has no instructions

Omschrijf jouw persoonlijkheid in één woord

This item has no instructions

Uitleg persoonlijkheidsstoornis

Een persoonlijkheidsstoornis is meer dan een lastig karakter. Er is sprake van langdurige patronen in denken, voelen en gedrag die problemen veroorzaken in het dagelijks leven of in relaties met anderen.


  1. Je kunt niet op basis van één gedraging zeggen dat iemand een persoonlijkheidsstoornis heeft.

  2. Alleen een bevoegde professional kan een diagnose stellen.

  3. Een persoonlijkheidsstoornis betekent niet dat iemand expres moeilijk doet.


This item has no instructions

Het ontstaan van een persoonlijkheidsstoornis

  • Niet één oorzaak, combinatie van biologische, psychologische en sociale factoren.




This item has no instructions

Biologische factoren

  1. Erfelijkheid: aanleg voor bepaalde persoonlijkheidskenmerken kan gedeeltelijk erfelijk zijn.

  2. Hersenontwikkeling: verschillen in hersenontwikkeling en hersenfuncties kunnen invloed hebben op emoties, impulscontrole en gedrag.

  3. Neurotransmitters: signaalstoffen in de hersenen, zoals serotonine, zijn betrokken bij stemming en impulscontrole. De precieze rol ervan verschilt en is niet volledig opgehelderd.

  4. Stresssysteem: iemand kan van nature gevoeliger zijn voor stress, angst of sterke emoties.

This item has no instructions

Psychologische factoren

  1. Jeugdervaringen: ingrijpende of onveilige ervaringen tijdens de jeugd kunnen invloed hebben op de persoonlijkheidsontwikkeling.

  2. Hechting: moeite met het opbouwen van veilige relaties kan een rol spelen.

  3. Omgaan met emoties: iemand kan moeite hebben met het herkennen, reguleren of uiten van gevoelens.

  4. Zelfbeeld: negatieve ervaringen kunnen bijdragen aan een negatief zelfbeeld of een sterk wantrouwen tegenover anderen.

This item has no instructions

Sociale factoren

  1. Opvoeding: de manier waarop iemand wordt opgevoed kan invloed hebben op de ontwikkeling van gedrag en relaties.

  2. Onveilige thuissituatie: bijvoorbeeld veel conflicten, verwaarlozing of mishandeling.

  3. Pesten en buitensluiting: negatieve ervaringen met leeftijdsgenoten kunnen invloed hebben op zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen.

  4. Sociale omgeving: langdurige stress, problemen binnen het gezin of weinig sociale steun kunnen een rol spelen.

This item has no instructions

This item has no instructions

De drie clusters

Cluster A = Wantrouwend of afstandelijk

Cluster B = Emotioneel en impulsief

Cluster C = Angstig en controlerend

This item has no instructions

Cluster A - Wantrouwend of afstandelijk

De ander wordt soms als vreemd of teruggetrokken ervaren.


  1. Paranoïde persoonlijkheidsstoornis: iemand vertrouwt anderen sterk onvoldoende en is snel achterdochtig.

  2. Schizoïde persoonlijkheidsstoornis: iemand heeft weinig behoefte aan sociaal contact en houdt graag afstand.

  3. Schizotypische persoonlijkheidsstoornis: iemand heeft opvallende gedachten of overtuigingen en ervaart vaak moeite in sociale contacten.



This item has no instructions

Cluster B – Emotioneel en impulsief

Emoties, relaties en reacties kunnen sterk wisselen of heftig zijn.


  1. Borderline persoonlijkheidsstoornis: moeite met emotieregulatie, een wisselend zelfbeeld en vaak angst voor afwijzing of verlating.

  2. Narcistische persoonlijkheidsstoornis: sterke behoefte aan waardering en moeite met kritiek; de kenmerken verschillen per persoon.

  3. Antisociale persoonlijkheidsstoornis: een langdurig patroon van het niet respecteren van rechten van anderen en maatschappelijke regels.

  4. Histrionische persoonlijkheidsstoornis: sterke behoefte aan aandacht en opvallende emotionele expressie.



This item has no instructions

Cluster C – Angstig en controlerend

Angst, onzekerheid of behoefte aan controle speelt een grote rol.


  1. Vermijdende persoonlijkheidsstoornis: iemand is erg bang voor afwijzing en vermijdt daarom sociale situaties.

  2. Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis: iemand heeft veel behoefte aan steun en vindt zelfstandig beslissen moeilijk.

  3. Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis: iemand streeft sterk naar orde, regels en perfectionisme.

This item has no instructions

Voorbeeld A

Mevrouw Smit (81) brengt het grootste deel van haar dag alleen op haar kamer door. Ze heeft weinig behoefte aan bezoek of gesprekken met medebewoners. Als een medewerker haar uitnodigt voor een groepsactiviteit, geeft ze aan liever alleen te blijven.

Schizoïde PS

Voorbeeld B

Mevrouw Peters (68) heeft een sterke band opgebouwd met een vaste verzorgende. Wanneer deze verzorgende onverwacht vrij is, voelt mevrouw zich afgewezen en wordt ze erg verdrietig en boos. Later is ze bang dat de andere medewerkers haar ook niet meer willen helpen.

Borderline PS

Voorbeeld C

Mevrouw Mulder (69) wil graag deelnemen aan een activiteit, maar durft niet omdat ze bang is dat de anderen haar vreemd zullen vinden. Ze trekt zich vaak terug en denkt achteraf lang na over wat ze verkeerd gezegd zou kunnen hebben.

Vermijdende PS

Voorbeeld D

Meneer Bakker (70) houdt zich herhaaldelijk niet aan afspraken, liegt om zijn zin te krijgen en schuift de gevolgen van zijn gedrag af op anderen. Wanneer iemand hierdoor benadeeld wordt, toont hij weinig verantwoordelijkheid voor zijn aandeel.

Antiscociale PS

Voorbeeld E

Meneer Van Leeuwen (75) vindt dat hij voorrang moet krijgen boven andere bewoners. Wanneer een medewerker hem vertelt dat hij even moet wachten, reageert hij verontwaardigd en zegt hij dat hij een betere behandeling verdient dan de anderen.

Narcistische PS

7 aandachtspunten voor de verpleegkundige

1. Luister zonder te oordelen

Neem gevoelens serieus en geef de zorgvrager ruimte om zijn of haar verhaal te vertellen.

Voorbeeld: "Ik merk dat u boos bent. Kunt u vertellen wat er gebeurd is?"

2. Communiceer duidelijk en eerlijk

Gebruik eenvoudige, concrete taal. Doe geen beloftes die je niet kunt nakomen en leg uit wat je gaat doen.

Voorbeeld: "Ik help u nu met uw medicatie. Daarna kom ik terug om te bespreken wat u verder nodig heeft."

3. Wees consequent en voorspelbaar

Maak duidelijke afspraken en probeer als team dezelfde aanpak te hanteren. Dat geeft houvast en voorkomt onduidelijkheid.

Voorbeeld: spreek af wie wanneer langskomt en wat de zorgvrager kan verwachten.

4. Stel professionele grenzen

Je mag begrip tonen, maar hoeft niet alles te accepteren. Benoem welk gedrag niet acceptabel is en wat wel kan.

Voorbeeld: "Ik wil graag met u praten. Ik vind het niet goed als u mij uitscheldt. We kunnen verder praten als we rustig met elkaar spreken."

This item has no instructions

5. Toon begrip voor emoties

Probeer te begrijpen welke behoefte of angst achter het gedrag kan zitten. Ga niet direct in discussie over de emotie.

Voorbeeld: "U bent bang dat ik niet meer terugkom. Ik begrijp dat dit vervelend voor u is. Ik ben na de lunch weer bij u."

6. Observeer en rapporteer objectief

Beschrijf wat je ziet en hoort, zonder de zorgvrager een etiket op te plakken.

Niet: "Mevrouw is manipulatief."

Wel: "Mevrouw vroeg drie medewerkers om dezelfde medicatie. Na uitleg dat de medicatie volgens het afgesproken schema wordt verstrekt, verhief zij haar stem."

7. Werk samen met collega's

Bespreek lastige situaties in het team, maak gezamenlijke afspraken en vraag ondersteuning wanneer gedrag moeilijk hanteerbaar of onveilig wordt.

This item has no instructions

Toepassen bij verschillende PS

  1. Veel wantrouwen

  2. Sterke emoties

  3. Behoefte aan controle

  4. Angst voor afwijzing

  5. Sterke behoefte aan bevestiging

  6. Sociale teruggetrokkenheid


Kenmerk

Verpleegkundige

  1. Leg handelingen vooraf uit en kom afspraken na.

  2. Blijf rustig, erken gevoelens en bied structuur.

3. Bespreek duidelijke afspraken en bied keuzes waar mogelijk.

  1. Wees betrouwbaar en duidelijk over beschikbaarheid.

  2. Geef eerlijke feedback en erkenning zonder onrealistische verwachtingen te wekken.

  3. Respecteer de behoefte aan rust en bied contact aan zonder druk uit te oefenen.

This item has no instructions

Extra belangrijk bij ouderen in de GP

Let erop of het gedrag al langere tijd bestaat of juist nieuw is ontstaan. Plotselinge veranderingen kunnen bijvoorbeeld wijzen op een delier, dementie, depressie of een bijwerking van medicatie.


  • Bespreek zulke veranderingen met de behandelaar.

This item has no instructions

''Je hoeft het gedrag van een zorgvrager niet altijd te begrijpen of ermee eens te zijn. Je blijft respectvol, stelt grenzen en zoekt samen naar passende zorg. De persoon is meer dan de diagnose.''

This item has no instructions

Leestips

*Bij interesse stuur mij een privéberichtje op teams

This item has no instructions

This item has no instructions

Maken op Boom

  • Lezen theorie persoonlijkheidsstoornis

  • Maken opdracht 23, 24, 25, 27

This item has no instructions