Persoonlijkheidsstoornissen
Keuzedeel Gerontopsychiatrie
BOL
Persoonlijkheidsstoornissen
Keuzedeel Gerontopsychiatrie
BOL
This item has no instructions
Lesdoel
De student kan uitleggen wat een persoonlijkheidsstoornis is, enkele vormen herkennen en benoemen hoe je als zorgprofessional passend omgaat met een zorgvrager.
This item has no instructions
Iedereen heeft een persoonlijkheid
Wat bedoelen we met iemands persoonlijkheid?
Wanneer vind je iemand bijvoorbeeld eigenwijs, onzeker of wantrouwend?
Wanneer wordt bepaald gedrag lastig voor iemand zelf of voor de omgeving?
This item has no instructions
Omschrijf jouw persoonlijkheid in één woord
This item has no instructions
Uitleg persoonlijkheidsstoornis
Een persoonlijkheidsstoornis is meer dan een lastig karakter. Er is sprake van langdurige patronen in denken, voelen en gedrag die problemen veroorzaken in het dagelijks leven of in relaties met anderen.
Je kunt niet op basis van één gedraging zeggen dat iemand een persoonlijkheidsstoornis heeft.
Alleen een bevoegde professional kan een diagnose stellen.
Een persoonlijkheidsstoornis betekent niet dat iemand expres moeilijk doet.
This item has no instructions
Het ontstaan van een persoonlijkheidsstoornis
Niet één oorzaak, combinatie van biologische, psychologische en sociale factoren.
This item has no instructions
Biologische factoren
Erfelijkheid: aanleg voor bepaalde persoonlijkheidskenmerken kan gedeeltelijk erfelijk zijn.
Hersenontwikkeling: verschillen in hersenontwikkeling en hersenfuncties kunnen invloed hebben op emoties, impulscontrole en gedrag.
Neurotransmitters: signaalstoffen in de hersenen, zoals serotonine, zijn betrokken bij stemming en impulscontrole. De precieze rol ervan verschilt en is niet volledig opgehelderd.
Stresssysteem: iemand kan van nature gevoeliger zijn voor stress, angst of sterke emoties.
This item has no instructions
Psychologische factoren
Jeugdervaringen: ingrijpende of onveilige ervaringen tijdens de jeugd kunnen invloed hebben op de persoonlijkheidsontwikkeling.
Hechting: moeite met het opbouwen van veilige relaties kan een rol spelen.
Omgaan met emoties: iemand kan moeite hebben met het herkennen, reguleren of uiten van gevoelens.
Zelfbeeld: negatieve ervaringen kunnen bijdragen aan een negatief zelfbeeld of een sterk wantrouwen tegenover anderen.
This item has no instructions
Sociale factoren
Opvoeding: de manier waarop iemand wordt opgevoed kan invloed hebben op de ontwikkeling van gedrag en relaties.
Onveilige thuissituatie: bijvoorbeeld veel conflicten, verwaarlozing of mishandeling.
Pesten en buitensluiting: negatieve ervaringen met leeftijdsgenoten kunnen invloed hebben op zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen.
Sociale omgeving: langdurige stress, problemen binnen het gezin of weinig sociale steun kunnen een rol spelen.
This item has no instructions
This item has no instructions
De drie clusters
Cluster A = Wantrouwend of afstandelijk
Cluster B = Emotioneel en impulsief
Cluster C = Angstig en controlerend
This item has no instructions
Cluster A - Wantrouwend of afstandelijk
De ander wordt soms als vreemd of teruggetrokken ervaren.
Paranoïde persoonlijkheidsstoornis: iemand vertrouwt anderen sterk onvoldoende en is snel achterdochtig.
Schizoïde persoonlijkheidsstoornis: iemand heeft weinig behoefte aan sociaal contact en houdt graag afstand.
Schizotypische persoonlijkheidsstoornis: iemand heeft opvallende gedachten of overtuigingen en ervaart vaak moeite in sociale contacten.
This item has no instructions
Cluster B – Emotioneel en impulsief
Emoties, relaties en reacties kunnen sterk wisselen of heftig zijn.
Borderline persoonlijkheidsstoornis: moeite met emotieregulatie, een wisselend zelfbeeld en vaak angst voor afwijzing of verlating.
Narcistische persoonlijkheidsstoornis: sterke behoefte aan waardering en moeite met kritiek; de kenmerken verschillen per persoon.
Antisociale persoonlijkheidsstoornis: een langdurig patroon van het niet respecteren van rechten van anderen en maatschappelijke regels.
Histrionische persoonlijkheidsstoornis: sterke behoefte aan aandacht en opvallende emotionele expressie.
This item has no instructions
Cluster C – Angstig en controlerend
Angst, onzekerheid of behoefte aan controle speelt een grote rol.
Vermijdende persoonlijkheidsstoornis: iemand is erg bang voor afwijzing en vermijdt daarom sociale situaties.
Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis: iemand heeft veel behoefte aan steun en vindt zelfstandig beslissen moeilijk.
Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis: iemand streeft sterk naar orde, regels en perfectionisme.
This item has no instructions
Voorbeeld A
Mevrouw Smit (81) brengt het grootste deel van haar dag alleen op haar kamer door. Ze heeft weinig behoefte aan bezoek of gesprekken met medebewoners. Als een medewerker haar uitnodigt voor een groepsactiviteit, geeft ze aan liever alleen te blijven.
Schizoïde PS
Voorbeeld B
Mevrouw Peters (68) heeft een sterke band opgebouwd met een vaste verzorgende. Wanneer deze verzorgende onverwacht vrij is, voelt mevrouw zich afgewezen en wordt ze erg verdrietig en boos. Later is ze bang dat de andere medewerkers haar ook niet meer willen helpen.
Borderline PS
Voorbeeld C
Mevrouw Mulder (69) wil graag deelnemen aan een activiteit, maar durft niet omdat ze bang is dat de anderen haar vreemd zullen vinden. Ze trekt zich vaak terug en denkt achteraf lang na over wat ze verkeerd gezegd zou kunnen hebben.
Vermijdende PS
Voorbeeld D
Meneer Bakker (70) houdt zich herhaaldelijk niet aan afspraken, liegt om zijn zin te krijgen en schuift de gevolgen van zijn gedrag af op anderen. Wanneer iemand hierdoor benadeeld wordt, toont hij weinig verantwoordelijkheid voor zijn aandeel.
Antiscociale PS
Voorbeeld E
Meneer Van Leeuwen (75) vindt dat hij voorrang moet krijgen boven andere bewoners. Wanneer een medewerker hem vertelt dat hij even moet wachten, reageert hij verontwaardigd en zegt hij dat hij een betere behandeling verdient dan de anderen.
Narcistische PS
7 aandachtspunten voor de verpleegkundige
1. Luister zonder te oordelen
Neem gevoelens serieus en geef de zorgvrager ruimte om zijn of haar verhaal te vertellen.
Voorbeeld: "Ik merk dat u boos bent. Kunt u vertellen wat er gebeurd is?"
2. Communiceer duidelijk en eerlijk
Gebruik eenvoudige, concrete taal. Doe geen beloftes die je niet kunt nakomen en leg uit wat je gaat doen.
Voorbeeld: "Ik help u nu met uw medicatie. Daarna kom ik terug om te bespreken wat u verder nodig heeft."
3. Wees consequent en voorspelbaar
Maak duidelijke afspraken en probeer als team dezelfde aanpak te hanteren. Dat geeft houvast en voorkomt onduidelijkheid.
Voorbeeld: spreek af wie wanneer langskomt en wat de zorgvrager kan verwachten.
4. Stel professionele grenzen
Je mag begrip tonen, maar hoeft niet alles te accepteren. Benoem welk gedrag niet acceptabel is en wat wel kan.
Voorbeeld: "Ik wil graag met u praten. Ik vind het niet goed als u mij uitscheldt. We kunnen verder praten als we rustig met elkaar spreken."
This item has no instructions
5. Toon begrip voor emoties
Probeer te begrijpen welke behoefte of angst achter het gedrag kan zitten. Ga niet direct in discussie over de emotie.
Voorbeeld: "U bent bang dat ik niet meer terugkom. Ik begrijp dat dit vervelend voor u is. Ik ben na de lunch weer bij u."
6. Observeer en rapporteer objectief
Beschrijf wat je ziet en hoort, zonder de zorgvrager een etiket op te plakken.
Niet: "Mevrouw is manipulatief."
Wel: "Mevrouw vroeg drie medewerkers om dezelfde medicatie. Na uitleg dat de medicatie volgens het afgesproken schema wordt verstrekt, verhief zij haar stem."
7. Werk samen met collega's
Bespreek lastige situaties in het team, maak gezamenlijke afspraken en vraag ondersteuning wanneer gedrag moeilijk hanteerbaar of onveilig wordt.
This item has no instructions
Toepassen bij verschillende PS
Veel wantrouwen
Sterke emoties
Behoefte aan controle
Angst voor afwijzing
Sterke behoefte aan bevestiging
Sociale teruggetrokkenheid
Kenmerk
Verpleegkundige
Leg handelingen vooraf uit en kom afspraken na.
Blijf rustig, erken gevoelens en bied structuur.
3. Bespreek duidelijke afspraken en bied keuzes waar mogelijk.
Wees betrouwbaar en duidelijk over beschikbaarheid.
Geef eerlijke feedback en erkenning zonder onrealistische verwachtingen te wekken.
Respecteer de behoefte aan rust en bied contact aan zonder druk uit te oefenen.
This item has no instructions
Extra belangrijk bij ouderen in de GP
Let erop of het gedrag al langere tijd bestaat of juist nieuw is ontstaan. Plotselinge veranderingen kunnen bijvoorbeeld wijzen op een delier, dementie, depressie of een bijwerking van medicatie.
Bespreek zulke veranderingen met de behandelaar.
This item has no instructions
''Je hoeft het gedrag van een zorgvrager niet altijd te begrijpen of ermee eens te zijn. Je blijft respectvol, stelt grenzen en zoekt samen naar passende zorg. De persoon is meer dan de diagnose.''
This item has no instructions
Leestips
*Bij interesse stuur mij een privéberichtje op teams
This item has no instructions
This item has no instructions
Maken op Boom
Lezen theorie persoonlijkheidsstoornis
Maken opdracht 23, 24, 25, 27
This item has no instructions