Maandag 13 februari 2023

Maandag 13 februari 2023
08.30 - 09.20 uur 
Hoe was het weekend? 
Lezen in je leesboek
12.10 - 12.40 uur 
Pauze
09.20 - 10.10 uur 
Jij toets - luisteren

12.40 - 13.30 uur 
Rekenen
10.10 - 10.30 uur Pauze
13.30-14.20uur
Nieuwsbegrip


10.30  - 11.20  uur  
 Woordenschat thema 5
Houden van en verliefd zijn :)
11.20 - 12.10 uur
Disk -zelfstandig werken thema 5
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Maandag 13 februari 2023
08.30 - 09.20 uur 
Hoe was het weekend? 
Lezen in je leesboek
12.10 - 12.40 uur 
Pauze
09.20 - 10.10 uur 
Jij toets - luisteren

12.40 - 13.30 uur 
Rekenen
10.10 - 10.30 uur Pauze
13.30-14.20uur
Nieuwsbegrip


10.30  - 11.20  uur  
 Woordenschat thema 5
Houden van en verliefd zijn :)
11.20 - 12.10 uur
Disk -zelfstandig werken thema 5

Slide 1 - Slide

Lezen 

Slide 2 - Slide

dopper

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Woordenschat
Je leert vijf nieuwe woorden bij  
thema 5.
Houden van en verliefd zijn :)

Schrijf het woord op en ook de betekenis.

Slide 5 - Slide

herkennen
  • weten wie of wat je ziet of hoort;
  • je hebt iemand of iets al eerder gezien/gehoord.
  • werkwoord: ik herken, ik herkende, ik heb herkend.
  • zin: Ik herken de stem van mijn moeder heel snel!
  • zin: Hij herkent deze plek. Hij is hier al een keer geweest.

Slide 6 - Slide

het liefdesverdriet
  • het verdriet wat je hebt als je vriend of vriendin niet meer verliefd op je is;
  • Werkwoord; ik heb liefdesverdriet
  • zin: Als je liefdesverdriet hebt, voel je je niet blij en gelukkig.
  • zin:  Hij heeft liefdesverdriet, omdat zijn vriendin de relatie heeft verbroken.

Slide 7 - Slide

de opmerking
  • iets wat je zegt;
  • iets wat je schrijft;
  • Een opmerking is geen vraag;
  • een opmerking kan overal over gaan en kan positief of negatief zijn.
  • zin: De opmerking die je maakte over mijn nieuwe jas, vond ik niet zo leuk.
  • zin: Als je iemand leuk vindt, moet je aardige opmerkingen maken!

Slide 8 - Slide

het risico

  • de kans dat er iets vervelends gebeurt;
  • de kans dat iets gevaarlijk is.
  • zin:  Als je de toets niet leert, is er een risico dat je een slecht resultaat haalt.
  • zin: Als je aan iemand verkering vraagt, is er altijd het risico dat de persoon dat niet wil.

Slide 9 - Slide

de opvatting
  • wat jij ervan vindt;
  • synoniem: de mening
  • Iedereen kan een andere opvatting hebben over een onderwerp;
  • zin: Mijn opvatting over dit onderwerp is net zo belangrijk als jouw opvatting.
  • zin: Wat is jouw opvatting over verkering hebben?

Slide 10 - Slide

Wat betekent :
herkennen
A
iets voor de eerste keer zien.
B
iets voor de eerste keer horen
C
iets voor een tweede keer zien.
D
iets nieuws horen

Slide 11 - Quiz

Waar wordt het woord:
het risico
goed gebruikt?
A
Als je een fiets hebt met licht, is er een risico.
B
Als je een fiets hebt met alleen een achterlicht, dan is er geen risico.
C
Als je een fiets hebt zonder lichten, is er geen risico.
D
Als je een fiets hebt zonder lichten, is er een risico.

Slide 12 - Quiz

In welke zin lees je
een opmerking
A
Wil je koffie of thee?
B
Ik ga morgen op vakantie.
C
Jouw tas is mooi.
D
Ga je mee naar de bioscoop?

Slide 13 - Quiz

Wat is jouw opvatting over:
Valentijnsdag

Slide 14 - Mind map

Maak een zin met:
het liefdesverdriet

Slide 15 - Open question

Opdracht: welk woord hoort in de zin?
Welk woord hoort in de zin? Schrijf alleen het woord op, niet de hele zin!

Slide 16 - Slide

Ik ben al vaak in Amsterdam geweest. Ik ..... alle leuke winkels.

Slide 17 - Open question

Wat is jouw ......... over dit onderwerp?

Slide 18 - Open question

.... ............. die je net maakte, vond ik niet zo leuk.

Slide 19 - Open question

Er is echt een groot ....... als je te hard in de auto rijdt.

Slide 20 - Open question

De jongen vindt mij niet leuk en nu heb ik veel .............

Slide 21 - Open question

Zinnen maken

Het rad draait een naam. Zie je jouw naam? Dan maak je 1 zin met één of meer woorden: 
herkennen, het liefdesverdriet, de opmerking, het risico, de opvatting


Slide 22 - Slide

Pauze
    Pauze 
timer
20:00

Slide 23 - Slide

Jij toets luisteren

Slide 24 - Slide

Woordenschat
Je leert vijf nieuwe woorden bij het thema 5.
Houden van en verliefd zijn :)

Schrijf het woord op en ook de betekenis.

Slide 25 - Slide

omgaan met
(scheidbaar ww)
  • bevriend zijn met iemand/ je ziet iemand regelmatig
  • reageren op iets
  • werkwoord: ik ga met hem om, jij ging met hem om,               wij zijn met hem omgegaan
  • zin: Ik vind het heel leuk om met haar om te gaan.
  • zin: De leerlingen zijn goed omgegaan met alle coronaregels.

Slide 26 - Slide

menen
  • serieus bedoelen
  • iets goed/aardig/onaardig bedoelen
  • denken dat ......../ denken dat iets gaat gebeuren
  • werkwoord: ik meen het, ik meende het, wij meenden het
  • zin: Als ik zeg dat ik jou aardig vind, meen ik dat serieus.
  • zin: Wij menen dat de opwarming van de aarde grote problemen gaat geven. 

Slide 27 - Slide

vertrouwen
  • geloven dat iemand het goed bedoelt
  • geloven dat iets goed gaat 
  • vertrouw op de ander, vertrouw op jezelf
  • erop vertrouwen/ vertrouwen op
  • zin: Ik vertrouw erop dat mijn man elke avond thuiskomt.
  • zin: De docenten krijgen het vertrouwen dat de leerlingen op tijd op school zijn, want dat hebben ze beloofd.

Slide 28 - Slide

de indruk 

  • de gedachte die jij van iemand krijgt/ die iemand van jou krijgt
  • uiterlijk/ spraak/diploma's /arm, rijk/...........,................
  • de gedachte die je krijgt bij iets: ruzie, houding, iets op TV, 
  • ww. de indruk hebben
  • zin: Omdat hij geen diploma heeft, heb ik de indruk dat hij niet slim is.
  • zin: Ik heb de indruk dat het meisje rijk is, want ze heeft een hele mooie ring. 

Slide 29 - Slide

laten
  • iets niet/wel doen 
  • iets laten gebeuren
  • ermee stoppen
  •  je doet een voorstel/een idee
  • zin: Laten we niet meer op elkaar schelden!
  • zin: Laten we naar de dierentuin gaan, wanneer wij vakantie hebben.

Slide 30 - Slide

Pauze
    Pauze 
timer
30:00

Slide 31 - Slide

Disk
Werken aan bronnen en bouwstenen Disk thema 5.


Wil je een andere kleur of een toets maken? Vraag het je docent!

Slide 32 - Slide

Rekenen
Je werkt in je werkboek.
In het werkboek staat soms een opdracht of een uitlegfilm die je moet maken/bekijken op je laptop.

Slide 33 - Slide

Valentijnsdag

Slide 34 - Slide