Een dichter kan op verschillende manieren woorden laten rijmen. Rijmende woorden aan het eind van regels noem je eindrijm.
Als eindrijm een bepaald patroon heeft, noem je dat een rijmschema.
Bijvoorbeeld:
Door kapotgeschoten straten A
zonder vader, zonder land B
loop je hulpeloos verlaten A
aan je moeders warme hand. B