H4 vraag en aanbod - 4.13 t/m 4.20

Welkom
4 vwo ECONOMIE  ||  2023-2024
1 / 27
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Welkom
4 vwo ECONOMIE  ||  2023-2024

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
  • Uitleggen verschil tussen aandelen en obligaties
  • Uitleggen verschil tussen investeren en beleggen
  • Uitleggen dat beleggen in aandelen risicovoller is dan het beleggen in obligaties
  • Uitleggen wat het verband is tussen de beleggingstermijn en de keuze voor aandelen of obligaties

Slide 2 - Slide

Welke heeft meestal het hoogste risico?
A
Sparen
B
Aandelen
C
Staatsobligaties
D
Bitcoins

Slide 3 - Quiz

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Sparen
Uitstellen van consumptie.
Depositogarantiestelsel tot €100.000

Dat is een garantie van de overheid dat als een bank failliet gaat je spaargeld tot en met de grens niet kwijt raakt.

Slide 6 - Slide

Beleggen in effecten
Aandelen en obligaties
Hoger risico dan sparen
Aandeel
Een aandeel is een deelname in het maatschappelijk kapitaal van een naamloze of besloten vennootschap (NV of BV)
Je krijgt dividend = deel van de winst
Prijs ligt aan vraag en aanbod en ligt aan verwachtingen

Slide 7 - Slide

Beleggen in effecten
Invloed van rentestand:
Direct: rente is voor ondernemingen een kosten post, dus lagere winstverwachting, dus vraag neemt af. (klein effect)

Indirect: de ECB verwacht inflatie en wil consumptie afremmen door hogere rente, vraag daalt, dus verkopen en winst van bedrijf ook, dus vraag naar aandelen neemt af.

Slide 8 - Slide

Wat is een obligatie
Als de overheid of een bedrijf geld wil lenen:
1. bij banken/ financiers
2. obligaties uitgeven

obligaties zijn schuldbewijzen
afspraak over:
  • hoogte van een lening
  • rente die wordt vergoed (couponrente)
  • looptijd van de lening

Slide 9 - Slide

Obligaties
Obligaties zijn verhandelbare deelnames aan obligatielening.
Risico's zijn klein dus risicomijdende belegging.
Kortlopende lening heeft minder risico dan langlopende dus je krijgt minder rente.
Couponrente is rente die je krijgt op de nominale waarde die je aan einde lening terugkrijgt.
De koers ligt aan vraag en aanbod. 

Slide 10 - Slide


Staatsobligaties: Laag risico (een staatsbedrijf gaat zelden failliet) en daardoor kennen ze een lage beloning (= lage rente)

Bedrijfsobligaties: hoger risico en daarom ook een hogere beloning voor investeerders.

Slide 11 - Slide

Rente verandering
Wat gebeurt er met de koers van een BESTAANDE obligatie als de rente stijgt?

  • Stel je krijgt € 400 per jaar, hoeveel euro is deze geldstroom waard als de rente 4% is?
  • Als de rente naar 5% stijgt kun je voor €10.000, €500 per jaar krijgen.
  • Die € 400 lening  zakt in waarde
  • Omgekeerd als rente zakt: stijgen de koersen

Slide 12 - Slide

Wat stuurt de vraag en het aanbod
  • toekomstverwachtingen
  • gerealiseerde prestaties

  • Let op bij iedere transactie is er een verkoper die denkt een goede deal te doen en een koper die denkt een goede deal te doen.

Slide 13 - Slide

relatie rente en aandelenkoers
  • Als de rente stijgt, krijg je meer rente voor je geld bij de aankoop van obligaties. (wat gebeurt er met koers bestaande obligaties?)
  • De vraag naar obligaties stijgt ten koste van de vraag naar aandelen.
  • De koers van aandelen zakt (effect 1)
  • Als de rente stijgt wordt het lenen van geld duurder voor bedrijven.
  • De winst komt onder druk te staan (en daalt). Dit maakt de winstgevendheid minder goed.
  • Aandelen minder aantrekkelijk: de vraag daalt, koers zakt (effect 2)

Slide 14 - Slide

Rendement
Aandeel: dividend + koersverandering

Obligatie: rente + koersverandering

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Duurzaam beleggen
De overheid probeert beleggers duurzaam te laten beleggen.
Grondfonds
  • Windmolenpark
  • Zonnepanelen

Slide 17 - Slide

Hoe zou de overheid beleggers duurzaam kunnen laten beleggen?

Slide 18 - Open question

Slide 19 - Link

Wanneer de marktrente stijgt, dan .......de vraag naar aandelen
A
stijgt
B
daalt
C
blijft ....gelijk

Slide 20 - Quiz

Obligaties met een langere looptijd kennen een ..... rente dan een obligatie met een korte looptijd
A
hogere
B
lagere
C
minuscule
D
..geen verschil

Slide 21 - Quiz

Welke vorm van beleggen geeft doorgaans het hoogste gemiddelde rendement?
A
Sparen
B
Obligaties
C
Aandelen
D
Vastgoed

Slide 22 - Quiz

Wanneer bedrijven een lening verkrijgen (van bv. een bank) en ze lopen veel risico, dan
A
betalen ze meer rente
B
betalen ze minder rente
C
moeten ze i.p.v. geld met bitcoins betalen
D
worden ze wanhopig. Zie filmpje

Slide 23 - Quiz

Op welke kan je hoogste rendement behalen?
A
Sparen
B
Aandelen
C
Staatsobligaties
D
Niets doen

Slide 24 - Quiz

Wat is een aandeel?
A
Lening aan bedrijf
B
Bewijs van deelname aan kapitaal van bedrijf
C
Lening aan overheid
D
Bewijs v/ deelname aan kapitaal van overheid

Slide 25 - Quiz

Wat is het rendement van aandeel?
A
Dividendrendement
B
Koersrendement
C
A+B
D
Geen van beide

Slide 26 - Quiz

Aan de slag!
4.13 t/m 4.20

Slide 27 - Slide