This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 40 min
Items in this lesson
NT2 les 10 februari
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Video
Hoe schrijf je het woord van:
A
Kop en schootel
B
Kop en schotel
C
Koop en schotel
D
Kob en sgotel
Slide 3 - Quiz
Hoeveel woorden ken jij met de letters: O en OO ?
Slide 4 - Mind map
Wat is de hand aan het doen ?
A
Sgoonmakken
B
Sgoonmaken
C
Schoonmakken
D
Schoonmaken
Slide 5 - Quiz
Werkwoorden
Noteer één of meer werkwoorden.
Slide 6 - Mind map
Hoe schrijf je het woord van:
A
Bestek in een bestekla
B
Beesteek in een beesteekla
C
Vorken en messen
D
Vorken en lepels
Slide 7 - Quiz
Sleep de woorden naar de juiste plaats.
geen werkwoord
werkwoord
drinken
paarden
bijten
stoelen
dingen
plakken
Slide 8 - Drag question
hij
A
zie
B
ziet
Slide 9 - Quiz
de of het?
A
het nek
B
de nek
Slide 10 - Quiz
De sportkleding hangt op de derde etage.
A
JA
B
NEE
Slide 11 - Quiz
niet mooi, maar ...
A
lelijk
B
slim
C
sterk
D
langzaam
Slide 12 - Quiz
Dit is ......................
A
de bloemkool
B
de prei
C
de broccoli
D
de sla
Slide 13 - Quiz
... lang duurt de reis naar Rotterdam? Ongeveer een uur.
A
hoeveel
B
hoe
C
wanneer
D
wie
Slide 14 - Quiz
Wat is het werkwoord in onderstaande zin?
Wij werken graag thuis op de computer.
A
wij
B
werken
C
graag
D
computer
Slide 15 - Quiz
Slide 16 - Video
Wat is het werkwoord in onderstaande zin?
Pieter haalt drinken in de supermarkt.
A
Pieter
B
haalt
C
drinken
D
supermarkt
Slide 17 - Quiz
Hoeveel werkwoorden staan er in deze zin?
Marieke heeft een granaat gevonden in de speeltuin.
A
1
B
2
C
3
D
4
Slide 18 - Quiz
Hoeveel werkwoorden staan er in deze zin?
Kleine kinderen hebben kunnen wennen op school.
A
1
B
2
C
3
D
4
Slide 19 - Quiz
Opspuiten
Een Bulgaarse vrouw wil heel graag op Barbie lijken. Ze liet haar lippen twintig keer opspuiten. De 22-jarige wil elke keer groter. Ze lijkt niet te willen opgeven. Artsen waarschuwen haar nu voor de laatste keer.