Johan Licht en schaduw + Spiegelbeeld

Licht en schaduw
1 / 46
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 1

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Licht en schaduw

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je nog van?

Kennistest

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lichtbronnen
Een voorwerp dat zelf licht geeft = lichtbron

  • natuurlijke lichtbronnen
zonder invloed van mensen

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Lichtbronnen
Een voorwerp dat zelf licht geeft = lichtbron

  • Kunstmatige lichtbronnen
    Heeft menselijke invloed

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Natuurlijke lichtbron & kunstmatige lichtbronnen.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Er zijn natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen.
Wat is een natuurlijke lichtbron?

A
een haardvuur
B
een kaarsvlam
C
een bliksemflits
D
een olielamp

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

wat is een kunstmatige lichtbron?
A
zon
B
bliksem
C
sterren
D
kaars

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Kaarsen zijn een kunstmatige lichtbron omdat..?
A
Ze geen natuurlijk licht geven
B
Ze door de mens gemaakt zijn
C
In de natuur gevonden worden
D
Ze een natuurlijk licht geven

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat is GEEN kunstmatige lichtbron?
A
TL-lamp
B
Zon
C
Zaklamp
D
Autolichten

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Waardoor ontstaat een regenboog
A
Door erg fel zonlicht
B
Door zware regenval
C
Door zonlicht en regen
D
Door mist en zonlicht

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van een lichtbron?
A
Zon
B
Lamp
C
Televisie
D
Maan

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Welke kleur zie je als je rood
en groen licht mengt?
A
Geel
B
Roze
C
Lichtblauw
D
Wit

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Licht mengen <> verf mengen  

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Je ziet een blad als een groen voorwerp. Hoe komt dat?
A
Alle andere kleuren licht verdwijnen
B
Het blad absorbeert het groene licht
C
Het blad absorbeert andere kleuren licht
D
Andere kleuren licht worden weerkaatst

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Lichtstralen
Lichtstralen zijn recht.

Waar het licht op valt, wordt verlicht.

Daar waar geen licht komt, noemen we schaduw.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

puntbron
Lichtstralen zijn recht

Kleine lichtbronnen noemen we puntbronnen.

Bij een puntbron komen alle lichtstralen vanaf 1 plek.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Brede lichtbron
Bij een brede lichtbron of meerdere lichtbronnen komt er van meerdere plekken licht.

Hierdoor ontstaat er verschil tussen schaduw en halfschaduw

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Schaduw tekenen
Teken vanaf de lichtbron een rechte lijn langs de rand van een voorwerp.

Teken een tweede rechte lijn vanaf de lichtbron naar de andere rand van het voorwerp

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Eigenschappen licht
Licht heeft de volgende eigenschappen:

1. Licht gaat beweegt altijd in rechte lijn. 
2. Licht beweegt met een snelheid van 300 000 km/s (lichtsnelheid)
3. Kleur: je hersenen kennen verschillende soorten kleuren toe aan verschillende soorten licht. 
4. Licht is omkeerbaar. gaat licht van a naar b dan kan licht ook van b naar a . 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Licht op oppervlaktes 
absorberen: 

licht wordt geabsorbeerd en omgezet in warmte energie. 

zwarte voorwerpen


doorlaten

Licht gaat ergens doorheen

glas. 


Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Terugkaatsen van licht
Diffuse terugkaatsing

licht kaatst terug in verschillende richtingen door 
Spiegelende terugkaatsing

Licht kaats terug in 1 richting. dit gaat volgens de spiegelwet. 
Licht op oppervlaktes 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Spiegelwet
1. Teken de normaal (stippellijn!)
2. Meet de hoek van inval
3. Hoek van inval = hoek van terugkaatsing
4. Teken de hoek van terugkaatsing
Vergeet het pijltje niet!
1. Teken de normaal (stippellijn!)
2. Meet de hoek van inval
3. Hoek van inval = hoek van terugkaatsing
4. Teken de hoek van terugkaatsing
Vergeet het pijltje niet!
Spiegelwet

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

De teruggekaatste 
lichtstraal tekenen

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

6.2 - Spiegelbeelden

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Terugkaatsing
Als zonlicht op een vel wit papier of op een spiegel valt, wordt het teruggekaatst
Bij het vel papier is die terugkaatsing diffuus
Het weerkaatst zonlicht gaat alle kanten op.
Bij een spiegel wordt het licht juist heel gericht 
spiegelend – teruggekaatst.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Video

This item has no instructions

Belangrijke woorden bij constructie
Hoek van inval 

Hoek van terugkaatsing 

Normaal 

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

De spiegelwet
Op de plaats waar de lichtstraal de spiegel raakt, teken je een lijn die loodrecht op de spiegel staat: de normaal. De hoek tussen de invallende lichtstraal en de normaal heet de hoek van inval (∠ i). De hoek tussen de teruggekaatste lichtstraal en de normaal heet de hoek van terugkaatsing (∠ t). 
 
Bij terugkaatsing door een vlakke spiegel geldt altijd: 
hoek van inval = hoek van terugkaatsing 
Deze regel wordt de spiegelwet genoemd.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Zo kun je tekenen hoe een lichtstraal teruggekaatst wordt.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Link

This item has no instructions

Spiegelbeeld methode
Tweede methode om terugkaatsende lichtstralen te tekenen:

Met het spiegelbeeld

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Slide 34 - Video

This item has no instructions

Spiegelbeelden en de spiegelwet
Met de spiegelwet kun je ook verklaren hoe spiegelbeelden ontstaan. Als je een brandende kaars voor een spiegel zet, valt er licht op de spiegel. Dit licht wordt door de spiegel teruggekaatst volgens de spiegelwet. Maar voor iemand die in de spiegel kijkt, lijkt het licht van achter de spiegel te komen.

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Spiegelbeelden bekijken
In een spiegel zie je een levensecht beeld van je eigen wereld. Het spiegelbeeld heeft zelfs diepte: het lijkt echt achter de spiegel te liggen. Kijk maar eens naar je hand, als je een spiegel vasthoudt, en dan naar het beeld van je gezicht. Je voelt dat je ogen zich steeds anders moeten instellen. Het spiegelbeeld is verder weg dan je hand. 
 De spiegelwereld verschilt op één belangrijk punt van de wereld voor de spiegel. Dat merk je meteen als je tekst bekijkt via een spiegel. Je ziet de tekst dan in spiegelschrift 

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

als ik voor de spiegel sta is mijn spiegelbeeld ....... dan mij
A
Groter
B
kleiner
C
gelijk

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

op welke afstand ontstaat het spiegelbeeld als je voor de spiegel staat.
A
Grotere afstand
B
Kleinere afstand
C
gelijke afstand

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

Vergrotingsfactor
De grootte van de schaduw hangt af van de afstanden:

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Als het scherm 2 keer zo ver is, 
                         is de vergrotingsfactor ook 2
6 m
3 m

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

En dan is het beeld ook 2 keer zo groot...
3 m
6 m

24 cm
48 cm

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Vergrotingsfactor formule  
N = vergrotingsfactor

Lengte
schaduw
Lengte
voorwerp

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Vergrotingsfactor formule
N = vergrotingsfactor
b = beeld afstand beeld (schaduw)
v = voorwerp afstand
v
b

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Slide 44 - Video

This item has no instructions

Slide 45 - Video

This item has no instructions

VRAGEN?

Slide 46 - Slide

Wisselmoment: vragen?