voorzetsels A1

voorzetsels A1
doel: leren wat voorzetsels zijn
voorzetsels gebruiken in een zin
1 / 22
next
Slide 1: Slide
WoordenschatISK

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

voorzetsels A1
doel: leren wat voorzetsels zijn
voorzetsels gebruiken in een zin

Slide 1 - Slide

voorzetsels (prepositions)
Ik zit op de stoel.
De jas moet in de locker.
Ik ga naar school. 
Ik zit naast een meisje.
Op zondag hebben we geen school. 
In de vakantie ga ik naar Spanje. 

Slide 2 - Slide

Waarom is dit moeilijk? 

Voorzetsels komen vaak niet in jullie moedertaal voor, maar wel bij ons in de zinnen! 
Veel oefenen!

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

voorzetsels
in         naar     voor
door       onder   met
over       boven    tussen
tegen       naast
aan        voor
uit        bij
op          om

Slide 7 - Slide

meer voorbeelden
De fiets is van mij.
De hond springt over de sloot.
Dit boek is voor jou.
Vanavond ga ik vroeg naar bed.
De leerlingen luisteren naar de docent.
Ik doe cola uit de fles in het glas.
Het meisje wacht bij de bushalte op de bus. 

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

luisteropdracht
Doe wat je hoort.

Slide 10 - Slide

De tas staat onder de tafel.
voorzetsel =
A
de tas
B
staat
C
onder
D
de tafel

Slide 11 - Quiz

Ik fiets op de straat.
voorzetsel =
A
ik
B
fiets
C
op
D
straat

Slide 12 - Quiz

De jongen stapt in de bus.
voorzetsel=
A
jongen
B
stapt
C
in
D
bus

Slide 13 - Quiz

Het meisje staat in de rij bij de kassa.
voorzetsels =
A
meisje
B
in
C
bij, kassa
D
in, bij

Slide 14 - Quiz

Het boek staat ...... de kast.
A
in
B
aan
C
naar
D
met

Slide 15 - Quiz

Het eten ligt ..... het bord.
A
in
B
boven
C
uit
D
op

Slide 16 - Quiz

De leerling gaat .......... huis.
A
in
B
naar
C
uit
D
met

Slide 17 - Quiz

De jongen praat ........ zijn vriend.

Slide 18 - Open question

..... klas 1D zitten 19 leerlingen.

Slide 19 - Open question

Sint en pieten lopen ...... het dak.

Slide 20 - Open question

voorzetsel

Slide 21 - Mind map

werkblad maken
samen checken

timer
10:00

Slide 22 - Slide