2mh 9 en 10 december



1 / 21
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

This lesson contains 21 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson





Wat gaan we doen vandaag

uitleg

video

aan de slag

afsluiting

Voor 1800 in GB


  • werk met de hand en simpel gereedschap

  • wonen en werken op platteland en huisnijverheid

Na 1800


  • productie met machines

  • werken in steden



  • Deze verandering= industriële revolutie

Spinning Jenny

  •  Uitvinding-> meerdere draden tegelijk te spinnen.

  •  Productie-> sneller en goedkoper.

  • Gevolg: grotere machines

  •  Nieuwe machines te groot voor huis.

  •  Ruimte en kracht (water/stoom) nodig.

Wat was de belangrijkste uitvinding van de industriële revolutie?

A

Spinning Jenny

B

Handgereedschap

C

Stoommachine

D

Paardkracht

Gevolg


  • Fabrieken konden overal staan (los van water).

  • Productie sneller en goedkoper

  • Ontstaan stoomtreinen en stoomschepen (snellere transport en handel).


Probleem vóór de stoommachine


  • Productie afhankelijk (menskracht, paardkracht, stoomkracht)


  • De stoommachine-> stoomkracht om in beweging en dreef daarmee machines in fabrieken aan.

Ook de andere landen volgen

vanaf 1850 (Twente textielindustrie)

Ontstaan spoorlijnen, stoomschepen

Economie omhoog

Aantekeningen

Tot ongeveer 1800 woonden en werkten bijna alle mensen op het platteland, vaak in de landbouw of met handwerk thuis. Door nieuwe uitvindingen konden producten veel sneller en in grotere hoeveelheden worden gemaakt. Hierdoor kwamen er steeds meer en grotere machines. Die machines waren te groot en te zwaar om nog in huis te gebruiken. Daarom gingen ondernemers alle machines bij elkaar in één gebouw zetten: zo ontstonden de eerste fabrieken en daarmee was de industriële revolutie begonnen.

Klaar? opdracht 4,5,6,7 p.47 -> Klaar? 2,3,4 p.42                                                



les 10 december




Wat gaan we doen vandaag

uitleg

video

aan de slag

afsluiting

de moderne tijd (1800-nu)

De industriele samenleving= meer dan de helft woont in steden en werkt in de sector industrie

sector= deel v/d economie 

Hoe zag de samenleving eruit?

  • 1. werkgevers= rijke burgers=de ondernemers

  • veel invloed en veel winst

  • 2. werknemers=armen=arbeiders

  • weinig loon en slechte werkomstandigheden


Weinig loon...en nu?

werknemers samenwerken en stakingen

oprichting vakbond 

doel: hogere lonen, beter werk

Aantekeningen

De periode vanaf 1800-nu wordt de moderne tijd genoemd, het leven was namelijk veel veranderd. De industriële revolutie had ervoor gezorgd dat er verschillende sectoren (industriesector) ontstonden. De rijke ondernemers waren de werkgevers en de arme mensen waren de werknemers. De rijken wouden zoveel mogelijk winst (geld) en de armen meer loon, dus stichten ze een vakbond op om voor zichzelf op te komen.

Klaar? opdracht 4,5,6,7 p.47 -> Klaar? laten zien aan mij en iets voor jezelf