Interculturele zorg / diversiteit

Interculturele zorg/diversiteit
1 / 29
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Interculturele zorg/diversiteit

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Na deze les kan jij
  1. Uitleggen wat cultuur en diversiteit zijn in de samenleving en in de zorg.
  2. De begrippen waarden, normen, identiteit, referentiekader en stereotypering noemen en toepassen.
  3. Een paar niet-Nederlandse culturen in Nederland herkennen en weten hoe ze hier kwamen.
  4. De belangrijkste levensbeschouwingen in Nederland benoemen.
  5. Uitleggen met welke problemen migranten te maken kunnen krijgen.
  6. Vertellen waarom sommige gezondheidsproblemen vaker voorkomen bij migranten.
  7. Belangrijke aandachtspunten voor communicatie in de zorg met mensen uit andere culturen noemen.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Vandaag in de les
🌍 Lesuur 1 
  • Wat is cultuur en diversiteit?
  • Belangrijke begrippen (waarden, normen, identiteit, stereotypering, referentiekader).
  • Culturen en levensbeschouwingen in Nederland.
  • Migratie, problemen en gezondheid.

🤝 Lesuur 2 
  • In groepjes: werkblad invullen over een cultuur.
  • Presentaties: leer van elkaar.
  • Reflectie: wat betekent diversiteit voor de zorg?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat is cultuur?

Slide 4 - Mind map

This item has no instructions

“Wat betekent cultuur voor jou?"

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Wat is cultuur?
Cultuur = alles wat mensen samen delen en doorgeven.

Voorbeelden: taal, muziek, eten, kleding, feestdagen, geloof, regels.

Cultuur geeft houvast en identiteit: het laat zien wie je bent en waar je bij hoort.

Binnen één land kunnen veel verschillende culturen naast elkaar bestaan.

Slide 6 - Slide

“Cultuur gaat over alles wat mensen met elkaar delen. Dat kan heel zichtbaar zijn, zoals eten of kleding, maar ook onzichtbaar, zoals waarden en normen. Het geeft ons een gevoel van wie we zijn en bij welke groep we horen. Nederland kent niet één cultuur, maar veel verschillende culturen die naast elkaar bestaan. Denk maar aan de mix van tradities die je ziet in de samenleving en in de zorg.”

Slide 7 - Video

This item has no instructions

Wat is diversiteit voor jou? Wat zie je in je omgeving?

Slide 8 - Mind map

This item has no instructions

Wat is diversiteit?
Diversiteit = verschillen tussen mensen.
Gaat niet alleen over cultuur, maar ook over:
  • Leeftijd 👵👶
  • Gender 🚹🚺
  • Religie ☪✝✡
  • Seksuele oriëntatie 
  • Gezondheid of beperking ♿

Diversiteit = normaal!

In de zorg betekent dit: open houding, respect, en geen aannames maken.

Slide 9 - Slide

“Diversiteit betekent simpelweg dat mensen verschillen van elkaar. Soms in cultuur of afkomst, maar ook in leeftijd, religie, gender of gezondheid. In de zorg kom je áltijd diversiteit tegen: geen twee patiënten zijn hetzelfde. Daarom is het belangrijk dat je met een open houding kijkt en respect toont, zonder te snel aannames te doen. Vraag door, wees nieuwsgierig en behandel de ander zoals jij zelf behandeld zou willen worden.”
Normen en waarden

Slide 10 - Mind map

This item has no instructions

🌟 Waarden
Waarden = wat mensen belangrijk vinden.

Voorbeelden: vrijheid, respect, eerlijkheid, zorg voor elkaar.

Waarden verschillen per persoon en per cultuur.

Waarden sturen ons gedrag en keuzes.

Slide 11 - Slide

“Waarden zijn de dingen die jij en anderen echt belangrijk vinden in het leven. In Nederland is vrijheid bijvoorbeeld een belangrijke waarde. In andere culturen kan respect voor ouderen belangrijker zijn. Waarden zijn niet altijd hetzelfde en daarom kan gedrag soms verschillen.”
📏 Normen
Normen = regels of afspraken over gedrag.

Vaak ontstaan uit waarden.

Voorbeeld: waarde = respect → norm = ‘je zegt u tegen ouderen’.

Normen verschillen tussen culturen en groepen.


Slide 12 - Slide

“Normen zijn regels die horen bij waarden. Als je respect belangrijk vindt, hoort daarbij dat je ouderen netjes aanspreekt. Als je eerlijkheid belangrijk vindt, hoort daarbij dat je de waarheid zegt. Normen zorgen ervoor dat we samen kunnen leven, maar ze verschillen per cultuur.”
De zorgvrager vindt privacy belangrijk
A
Norm
B
Waarde

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Je mag niet door rood rijden.
A
Norm
B
Waarde

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Geen geheimen doorvertellen.
A
Norm
B
Waarde

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Respect hebben voor anderen.
A
Norm
B
Waarde

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

🧑 Identiteit
Identiteit = wie jij bent.

Bestaat uit: afkomst, familie, geloof, hobby’s, waarden, normen.

Je identiteit kan veranderen (bv. door werk, vrienden, ervaringen).

Iedereen heeft een unieke identiteit.

Slide 17 - Slide

“Identiteit gaat over jouw eigen ik. Dat wordt gevormd door je cultuur, familie, geloof, vrienden, en ook door wat je belangrijk vindt. Je identiteit verandert in de loop van je leven. Het is belangrijk in de zorg om de identiteit van de patiënt te respecteren.”
👓 Referentiekader
Referentiekader = jouw bril waarmee je naar de wereld kijkt.

Bestaat uit: ervaringen, opvoeding, waarden en normen.

Iedereen kijkt anders naar dezelfde situatie.

Kan leiden tot misverstanden in de zorg.

Slide 18 - Slide

“Je referentiekader is eigenlijk de bril waardoor jij kijkt. Het is gevormd door hoe je bent opgevoed en wat je gewend bent. Daardoor interpreteer je situaties soms anders dan iemand uit een andere cultuur. Dat kan in de zorg misverstanden geven, dus belangrijk om bewust van te zijn.”
🎭 Stereotypering
Stereotypering = denken dat iedereen uit een groep hetzelfde is.

Voorbeeld: “Alle Nederlanders zijn direct” of “Alle ouderen zijn eenzaam”.

Stereotypes kunnen positief of negatief zijn.

Gevaar: je ziet de individuele persoon niet meer.

Slide 19 - Slide

“Stereotypering betekent dat je een heel groep mensen hetzelfde behandelt, alsof ze allemaal hetzelfde zijn. Dat kan leiden tot vooroordelen en discriminatie. In de zorg moet je oppassen: kijk altijd naar de persoon die je voor je hebt, niet alleen naar de groep waar hij of zij bij hoort.”
Opdracht
In de klas hangen 6 posters met de begrippen:

  • Cultuur
  • Waarden
  • Normen
  • Identiteit
  • Stereotypering
  • Referentiekader

Werk in tweetallen.
Schrijf bij elk begrip één voorbeeld op een post-it.
Plak jullie post-it bij de juiste poster.

Als iedereen klaar is: loop rond en lees de voorbeelden van de anderen (gallery walk).
timer
10:00

Slide 20 - Slide

Voorbeeld:
Cultuur → “In onze familie eten we altijd samen op zondag.”
Waarde → “Vrijheid is belangrijk voor mij.”
Norm → “We zeggen ‘u’ tegen ouderen.”
Identiteit → “Ik ben een sporter, dat hoort echt bij mij.”
Stereotypering → “Alle Fransen eten elke dag stokbrood” (maar klopt niet altijd).
Referentiekader → “Ik vind iemand onbeleefd die geen hand geeft, omdat ik dat zo gewend ben.”
Lesuur 2
 Groepsopdracht: Culturen & diversiteit in Nederland
Vorm 5 groepjes. Onderzoek deze 5 culturen:
  1. Turks
  2. Marokkaans
  3. Surinaams
  4. Pools
  5. Syrisch

Maak samen een digitaal document en vul daarin de 6 thema’s:
  • Familie & omgang
  • Eten & drinken
  • Geloof / levensbeschouwing
  • Feestdagen & rituelen
  • Zorg & gezondheid
  • Diversiteit binnen de cultuur (bv. jongeren vs. ouderen, mannen vs. vrouwen, wel/niet gelovig).

Werk kort en duidelijk: max. 3 kernpunten per thema.

Presenteer jullie document digitaal (via beamer of schermdelen).
timer
45:00

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Klassikale Bespreking
  • Wat viel je op bij de verschillende culturen?
  • Welke overeenkomsten zie je tussen culturen?
  • Welke verschillen zijn er?
  • Wat betekent dit voor jou als toekomstig verzorgende?
  • Hoe kan kennis van deze begrippen ons helpen in de omgang met cliënten van verschillende achtergronden?

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Culturen in Nederland
Nederland is een multicultureel land.

  • Turken & Marokkanen → gastarbeiders (jaren ’60–’70).
  • Surinamers & Antillianen → koloniaal verleden, onafhankelijkheid.
  • Polen → arbeidsmigranten (na 2004, EU-toetreding).
  • Syriërs → vluchtelingen (vanaf 2015).

Diversiteit = rijkdom én uitdaging voor de zorg.

Slide 23 - Slide

“Je ziet in de zorg patiënten uit heel verschillende culturen. Sommige groepen wonen hier al generaties lang, zoals Turken en Surinamers. Anderen zijn recenter gekomen, zoals Syriërs of Polen. Het is belangrijk om basiskennis te hebben, zodat je beter begrijpt waar iemand vandaan komt.”
🛐 Levensbeschouwingen
Grote stromingen in Nederland:

Christendom → kerst, Pasen, rituelen bij geboorte & overlijden.
Islam → ramadan, suikerfeest, halal eten, gebed.
Hindoeïsme → divali, vegetarisch eten, reïncarnatie.
Boeddhisme → meditatie, leven zonder lijden.
Jodendom → sabbat, koosjer eten, chanoeka.
Humanisme → vertrouwen in de mens zelf.

Levensbeschouwing kan invloed hebben op zorgwensen en keuzes.

Slide 24 - Slide

“In de zorg kom je mensen tegen die vanuit hun geloof of levensbeschouwing keuzes maken. Denk aan voeding, feestdagen of omgaan met ziekte en sterven. Je hoeft niet álles te weten, maar wel open vragen te stellen en respect te tonen.”
⚠️ Problemen bij migratie
Migranten kunnen te maken krijgen met:

  • Taalproblemen → moeilijk contact in de zorg.
  • Werkloosheid of laagbetaald werk.
  • Armoede en slechte huisvesting.
  • Discriminatie en uitsluiting.
  • Stress en trauma (bij vluchtelingen).

Dit beïnvloedt gezondheid en welzijn.

Slide 25 - Slide

“Migreren is vaak een moeilijke weg. Veel migranten ervaren problemen zoals taal of discriminatie. Voor vluchtelingen komt daar vaak trauma bij. Dit alles kan gezondheidsproblemen verergeren en maakt zorg lastiger toegankelijk. Als verpleegkundige moet je dit begrijpen en rekening houden met extra kwetsbaarheid.”
❤️ Gezondheid en migratie
Sommige problemen komen vaker voor bij migranten:
Diabetes → voeding & leefstijl.
Depressie → stress, trauma, taboes.
Kwetsbare ouderen → afhankelijk van familie, minder zorggebruik.

Oorzaken:
Armoede en stress.
Taal en toegang tot zorg.
Culturele verschillen en taboes.

Zorgverlener: wees alert en stel open vragen.

Slide 26 - Slide

“Onderzoek laat zien dat sommige ziekten vaker voorkomen bij migranten. Denk aan diabetes door eetgewoonten of depressies door stress. Bij ouderen speelt vaak afhankelijkheid van familie. Voor jou als verpleegkundige betekent dit: extra alert zijn, respect tonen en altijd checken wat iemand zelf wil.”
Communicatie
In de communicatie met personen met een migratieachtergrond kunnen problemen ontstaan. 

Bekijk zo meteen het filmpje. 

Geef vijf tips om het gesprek beter te later verlopen.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Video

This item has no instructions

Geef vijf tips om het gesprek beter te laten verlopen.

Slide 29 - Open question

This item has no instructions