Delier

Delier

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerpleging en verzorgingHBOStudiejaar 1-4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Delier

This item has no instructions

Lesdoel

''Aan het einde van deze les kan de student het delier herkennen, de belangrijkste oorzaken en risicofactoren benoemen, het onderscheiden van andere aandoeningen zoals dementie en depressie, en passende verpleegkundige interventies toepassen in praktijksituaties.”

This item has no instructions

Wat gaan we deze les doen?


  • Quiz met stellingen en vragen

  • Theoretische uitleg

  • Video & observatie-opdracht

  • Casuïstiek in groepen

  • Afronding & Reflectie

This item has no instructions

Een delier ontstaat altijd geleidelijk.

A

Niet waar

B

Waar

C


D


Een delier ontstaat acuut, meestal binnen uren tot dagen.

Een delier en dementie zijn hetzelfde.

A

Waar

B

Niet waar

C


D


Dementie = chronisch, langzaam progressief; delier = acuut en meestal reversibel.

Welke van deze is géén risicofactor voor een delier?

A

Hoge leeftijd

B

Infectie

C

Goede nachtrust

D

Medicatie (bv. benzodiazepinen)

Goede nachtrust verlaagt juist het risico. Alle andere opties zijn risicofactoren.

Wat is het eerste wat je als verpleegkundige doet bij verdenking op een delier?

A

Meteen medicatie geven

B

Arts informeren

C

Patiënt alleen laten rusten

D

Collega's op de hoogte brengen

Een delier is een medisch spoedgeval. De arts moet worden geïnformeerd om oorzaak te achterhalen en te behandelen.

Welke interventie hoort bij verpleegkundige zorg bij delier?

A

Veel prikkels aanbieden om patiënt alert te houden

B

Geen familie op bezoek

C

Rustige omgeving creëren

D

Patiënt niet corrigeren in zijn waarnemingen

Patiënt heeft baat bij structuur en rust, met prikkelreductie en oriëntatiehulp.

Wat is een delier?

  • Definitie: Een delier is een acute verwardheidstoestand met een plotseling begin en een onregelmatig verloop.

  • Kenmerken:

    • Wisselend bewustzijn (soms helder, soms verward).

    • Verminderde aandacht en concentratie.

    • Verstoring van slaap-waakritme.

    • Psychotische symptomen mogelijk (wanen, hallucinaties).

  • Belangrijk onderscheid: meestal reversibel als de oorzaak wordt behandeld.

This item has no instructions

Oorzaken en risicofactoren

  • Somatisch: infecties (bijv. longontsteking, urineweginfectie), pijn, obstipatie, dehydratie.

  • Medicatie: opioïden, benzodiazepinen, polyfarmacie.

  • Omgevingsfactoren: prikkelrijke omgeving, opname in ziekenhuis, slaapgebrek.

  • Risicogroepen: ouderen, patiënten met cognitieve achteruitgang, mensen na operatie.

This item has no instructions

Soorten delier

  • Hyperactief delier: patiënt is onrustig, angstig, kan agressief zijn.

  • Hypoactief delier: patiënt is stil, teruggetrokken, apathisch (vaak gemist!).

  • Gemixt: afwisseling tussen hyper- en hypoactief.

This item has no instructions

Onderscheid met dementie en depressie

  • Delier: acuut begin, fluctueert, vaak reversibel.

  • Dementie: geleidelijk begin, langzaam progressief, irreversibel.

  • Depressie: sombere stemming, interesseverlies, geen acute fluctuaties.

This item has no instructions

Onderscheid met dementie en depressie

  • Casussen, waar past het bij en waarom?

This item has no instructions

Gevolgen en urgentie

  • Delier is een medisch spoedgeval.

  • Kan leiden tot verhoogde morbiditeit, mortaliteit en langere opnames.

  • Vroegtijdig herkennen en handelen is cruciaal.

This item has no instructions

Beantwoord de volgende vragen

  1. Welke signalen zie je?

  2. Hoe reageert de verpleegkundige (of juist niet)?

This item has no instructions

Maar wat kan jij doen? (Verpleegkundige interventies)

This item has no instructions

  1. Signaleren en observeren

  • Gebruik observatielijsten zoals de DOSS (Delirium Observatie Screening Schaal).

  • Noteer veranderingen in gedrag en oriëntatie.

  • Rapporteer direct bij vermoeden van delier → arts informeren (spoed).


  1. Creëer een rustige en veilige omgeving

  • Verminder prikkels: weinig lawaai, gedimd licht, vaste structuur.

  • Zorg voor vertrouwde voorwerpen (bril, gehoorapparaat, foto’s).

  • Houd nachtrust in stand (slaap-waakritme ondersteunen).


  1. Oriëntatie bieden

  • Leg regelmatig uit wie je bent, waar de patiënt is, en wat er gebeurt.

  • Plaats klok en kalender in zicht.

  • Spreek rustig, kort en duidelijk.


4. Communicatie en bejegening

  • Gebruik een rustige toon en maak oogcontact.

  • Stel gerust en voorkom confrontatie met wanen/hallucinaties.

  • Betrek familie als steun (vertrouwd gezicht).


5. Samenwerking in het zorgteam

  • Overleg met arts over oorzaak en behandeling (bv. infectie, medicatie).

  • Signaleer risicofactoren en geef input voor beleid.

  • Deel observaties met collega’s tijdens overdracht.


6. Familie en naasten betrekken

  • Leg uit wat een delier is en dat het vaak tijdelijk is.

  • Adviseer familie om rustig aanwezig te zijn en patiënt te oriënteren.

  • Vraag familie om signalen te delen die zij zien.


7. Preventieve interventies

  • Voldoende vocht en voeding.

  • Vroegtijdig mobiliseren.

  • Optimaliseren van pijnbestrijding zonder overmatig sedativa.

  • Vermijden van onnodige slangetjes en katheters.

This item has no instructions

  1. Communicatie en bejegening

  • Gebruik een rustige toon en maak oogcontact.

  • Stel gerust en voorkom confrontatie met wanen/hallucinaties.

  • Betrek familie als steun (vertrouwd gezicht).


  1. Samenwerking in het zorgteam

  • Overleg met arts over oorzaak en behandeling (bv. infectie, medicatie).

  • Signaleer risicofactoren en geef input voor beleid.

  • Deel observaties met collega’s tijdens overdracht.


  1. Familie en naasten betrekken

  • Leg uit wat een delier is en dat het vaak tijdelijk is.

  • Adviseer familie om rustig aanwezig te zijn en patiënt te oriënteren.

  • Vraag familie om signalen te delen die zij zien.


7. Preventieve interventies

  • Voldoende vocht en voeding.

  • Vroegtijdig mobiliseren.

  • Optimaliseren van pijnbestrijding zonder overmatig sedativa.

  • Vermijden van onnodige slangetjes en katheters.

This item has no instructions

  1. Preventieve interventies

  • Voldoende vocht en voeding.

  • Vroegtijdig mobiliseren.

  • Optimaliseren van pijnbestrijding zonder overmatig sedativa.

  • Vermijden van onnodige slangetjes en katheters.

This item has no instructions

In twee groepjes een casus uitwerken

  • Opdracht:

    1. Herken de symptomen.

    2. Welke verpleegkundige interventies pas je toe?

    3. Hoe betrek je familie/mantelzorg?

  • Presentatie: iedere groep deelt kort hun aanpak.

This item has no instructions

Wat neem jij mee naar de praktijk?

Afronding & Reflectie

This item has no instructions

Inzicht

Vraag

Schrijf 1 inzicht en 1 vraag op die je nu nog hebt

This item has no instructions