JK online kort

PF2PH - Het jonge kind


Evelien Dankert
dankert.e@hsleiden.nl
0611585661
1 / 31
next
Slide 1: Slide
pedagogiekHBOStudiejaar 2

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

PF2PH - Het jonge kind


Evelien Dankert
dankert.e@hsleiden.nl
0611585661

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Inhoud deze bijeenkomst
  1. Kleuterpedagogiek en kleuteronderwijs
  2. Ontwikkelingsgericht werken binnen een thema
  3. Didactische impulsen uitvoeren in de praktijk

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Kenmerkend voor kleuters
Egocentrisme
Magisch denken
Onderscheid fantasie en werkelijkheid
Emotionele beleving
Intuïtief
Hang naar gewoontes en routines
Concentratievermogen
Behoefte aan handelen en beweging

(Brouwers, 2010)

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

De cognitieve ontwikkeling
Pre-operationele fase, 2-7 jaar

  • Ontwikkeling van het taalgebruik
  • Ontwikkeling van de motoriek, vooral de fijne motoriek wordt steeds verder ontwikkeld.
  • Ontwikkeling van het ik, egocentrisme. Het kind leert dat het een persoon is.
  • Animisme: Levenloze dingen worden als kind als levend gezien.
  • Het denken is in het begin van deze periode nog gekenmerkt door egocentrisme en centratie, het zich slechts op een ding tegelijk kunnen richten.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

De cognitieve ontwikkeling
Het denken wordt beheerst door wat het kind waarneemt

Slide 5 - Slide

Conservatie Piaget
Fantasie, magisch denken en animisme
Onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid.

Knuffels komen leven, hebben gevoelens en praten terug.
Die viltstift is stout geweest, want nu is alles blauw.
Je kunt net als het water door het doucheputje wegspoelen.
Als juf op een bezemsteel vliegt dan is dat heel leuk.
Er zit een kabouter achter het gordijn verstopt.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

De sociaal-emotionele ontwikkeling
Het egocentrisme verdwijnt langzamerhand en maakt plaats voor sociaal gedrag. 
  • De kleuter kan meeleven met anderen en is ook in staat samen te spelen. 
  • De kleuter is in staat anderen te helpen en iets met anderen te delen

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

De sociaal-emotionele ontwikkeling
Imitatie speelt een belangrijke rol en ook identificatie is typerend: De kleuter bootst het gedrag van iemand na, en hij/zij probeert deze persoon te zijn.

Identificatiefiguren komen uit de belevingswereld (en kunnen dus door de leerkracht bewust aangeboden worden).

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Een kleuter staat 'spelend' in de wereld
en krijgt tijdens het spelen grip op de werkelijkheid.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Uitgangspunten kleuteronderwijs
Zingeving en betrokkenheid
                          (holistisch)


Kindvolgend handelen
                          (OGO, ZNO, bedoelingen)


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Onderwijsbenadering
                  
programmagericht



ontwikkelingsgericht
              

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Ontwikkeling stimuleren in jouw klaslokaal... en erbuiten

  • Fysieke ontwikkeling --> motorisch, zintuigelijk, seksueel
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling --> emotioneel, identiteit, sociaal
  • Cognitieve ontwikkeling --> cognitie, leren, werk- en taakgedrag
Denk je ook in vakgebieden bij kleuteronderwijs?

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Video

This item has no instructions

Kernactiviteiten
  1. Spelactiviteiten (manipulerend en rollenspel)
  2. Constructieve en beeldende activiteiten
  3. Gespreksactiviteiten
  4. Lees- en schrijfactiviteiten
  5. Reken- en wiskundige activiteiten
  6. Eerste onderzoeksactiviteiten

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Thematisch onderwijs

  • Belevingswereld
  • Imitatie en identificatie
  • Zelf handelen
  • Fantasie
  • Ontdekken en experimenteren

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Ontdekhoek dieren in het bos

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Bedoelingen
Cirkel met doelen van Basisontwikkeling (Brouwers p.143)

Geel: aspecten van brede persoons-ontwikkeling

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Link

This item has no instructions

Dit past qua onderwerp in het thema

... maar het zal niet 'kindvolgend' tot stand zijn gekomen.
Wanneer / waarom zou je wel een werkblad  aanbieden?

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

sociaal-constructivisme

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Didactische impulsen in ontwikkelingsgericht onderwijs
1. Orientatie
2. Structureren en verdiepen
3. Verbinden aan andere activiteiten
4. Nieuwe handelings-mogelijkheden
5. Reflecteren
timer
1:00
Ik verken wat ze van het onderwerp weten
Op dit moment weet ik nog niet wat de kinderen gaan inbrengen
Ik introduceer iets nieuws binnen het thema en laat de kinderen reageren
Nu weet ik wat ze van deze activiteit geleerd hebben
Ik speel het voor, zodat ze mij na kunnen doen
Ik kan de kinderen op dit onderwerp verder uitdagen in hun ontwikkeling
Ik kan de kinderen op een ander gebied uitdagen in hun ontwikkeling
Ik praat hardop zodat ze begrijpen wat ik doe
Ik introduceer een nieuw probleem, zodat er uitdaging blijft
Ik integreer vakgebieden en stimuleer dat het thema overal gespeeld wordt
In de kring stel ik vragen en kan ik horen wat de verdere inhoud van het thema moet zijn

Slide 23 - Drag question

This item has no instructions

0

Slide 24 - Video

This item has no instructions

0

Slide 25 - Video

This item has no instructions

2

Slide 26 - Video

This item has no instructions

01:00
Welke didactische impuls past zij hier nu toe?
A
Oriëntatie
B
Structureren en verdiepen
C
Verbreden naar andere activiteit
D
Toevoegen nieuwe handelingsmogelijkheden

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

01:28
Welke didactische impuls past zij hier nu toe?
A
Oriëntatie
B
Structureren en verdiepen
C
Verbreden naar andere activiteiten
D
Toevoegen nieuwe handelingsmogelijkheden

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Je werkt voor deze leeruitkomst (PF2PH) een thema uit voor ca. een week onderwijs. De vijf kernactiviteiten (“beeldend/constructie”, “lezen/schrijven”, “gesprekken”, “reken/wiskunde” en “spel”) zijn daarin vertegenwoordigd, waarbij je per kernactiviteit minstens twee activiteiten of speelleersituaties benoemt met de bijbehorende bedoelingen.
De invulling van de kernactiviteiten gaat uit van ontdekkend en spelend leren en biedt daarmee vrijheid van handelen voor het kind. In totaal heb je dus minstens 5x2=10 activiteiten ontworpen. Daarvan voer je er minstens 3 uit, waarvan 1 een themahoek is, zoals een omgebouwde huishoek waarin vrij spel mogelijk is.
Gebruik het format van de themaplanner in dit leerpad of ontwerp er zelf eentje. Het visualiseren van het thema met alle activiteiten is wenselijk, opdat de samenhang en volledigheid voor anderen direct zichtbaar is.
Je werkt voor deze leeruitkomst (PF2PH) een thema uit voor ca. een week onderwijs. De vijf kernactiviteiten zijn daarin vertegenwoordigd, waarbij je per kernactiviteit minstens twee activiteiten of speelleersituaties benoemt met de bijbehorende bedoelingen.

De invulling van de kernactiviteiten gaat uit van ontdekkend en spelend leren en biedt daarmee vrijheid van handelen voor het kind. In totaal heb je dus minstens 5x2=10 activiteiten ontworpen. Daarvan voer je er minstens 3 uit, waarvan 1 een themahoek is, zoals een omgebouwde huishoek waarin vrij spel mogelijk is.

Gebruik het format van de themaplanner in dit leerpad of ontwerp er zelf eentje. Het visualiseren van het thema met alle activiteiten is wenselijk, opdat de samenhang en volledigheid voor anderen direct zichtbaar is.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Je werkt voor deze leeruitkomst (PF2PH) een thema uit voor ca. een week onderwijs. De vijf kernactiviteiten (“beeldend/constructie”, “lezen/schrijven”, “gesprekken”, “reken/wiskunde” en “spel”) zijn daarin vertegenwoordigd, waarbij je per kernactiviteit minstens twee activiteiten of speelleersituaties benoemt met de bijbehorende bedoelingen.
De invulling van de kernactiviteiten gaat uit van ontdekkend en spelend leren en biedt daarmee vrijheid van handelen voor het kind. In totaal heb je dus minstens 5x2=10 activiteiten ontworpen. Daarvan voer je er minstens 3 uit, waarvan 1 een themahoek is, zoals een omgebouwde huishoek waarin vrij spel mogelijk is.
Gebruik het format van de themaplanner in dit leerpad of ontwerp er zelf eentje. Het visualiseren van het thema met alle activiteiten is wenselijk, opdat de samenhang en volledigheid voor anderen direct zichtbaar is.
Je schrijft een beknopte verantwoording voor de keuzes die je maakt. Daarvoor onderbouw je uit Kiezen voor het Jonge Kind (Brouwers, 2019), Basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw (Janssen-Vos, 2017) en Ontwikkelingspsychologie (Hooijmaaijers, Stokhof en Verhulst, 2016) en bijv. de artikelen op dit leerpad. Je verantwoordt per activiteit:

  • hoe deze activiteit aansluit bij het leren van het jonge kind
  • de bedoelingen die je bij de activiteit hebt (passend bij de leer- en ontwikkelingslijnen),
  • de keuze voor de inzet van materialen en klassenmanagement,
  • het leerkrachthandelen voor het uitdagen van de ontwikkeling (didactische impulsen).

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Wat heb je nog nodig om nu
aan de slag te kunnen gaan?

Slide 31 - Slide

This item has no instructions