SOORTVORMING · SELECTIE
Quiz
Terugblik: Selectie en soortvorming
SOORTVORMING · SELECTIE
Quiz
Terugblik: Selectie en soortvorming
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Bernard Spragg / Wikimedia Commons, CC0
Wat is een adaptatie?
Erfelijke eigenschap die de voortplanting bevordert
Eigenschap die door oefening ontstaat en erfelijk wordt
Mutatie die in elk milieu een voordeel geeft
Verandering in het DNA door straling of stoffen
Een adaptatie is erfelijk en vergroot de kans op overleven en voortplanten in een milieu. Verwachte fout: een eigenschap die tijdens het leven is aangeleerd erfelijk noemen; die wordt niet doorgegeven.
Welk dier heeft de hoogste fitness?
P: 10 jongen, waarvan 2 zich voortplanten
R: 8 jongen, waarvan 1 zich voortplant
Q: 4 jongen, waarvan 3 zich voortplanten
S: 6 jongen, waarvan 2 zich voortplanten
Fitness is het aantal nakomelingen dat zelf weer voortplant: Q 3, P 2, S 2, R 1. Verwachte fout: P kiezen omdat dat dier de meeste jongen heeft.
Vlinder- en vogelvleugels vliegen allebei, maar zijn anders gebouwd. Wat is dit?
Homologe organen door een gemeenschappelijke voorouder
Homologe organen met dezelfde oorsprong
Analoge organen door een gelijke selectiedruk
Organen van twee nauw verwante soorten
Dezelfde functie maar een andere bouw en oorsprong: analogie. Verwachte fout: homologie kiezen omdat de functie hetzelfde is; bij homologie gaat het om dezelfde bouw en oorsprong.
Welk orgaanpaar is homoloog?
Arm van de mens en voorpoot van de kat
Vin van de haai en vin van de dolfijn
Oog van de octopus en oog van de mens
Vleugel van de libel en vleugel van de duif
Arm en voorpoot hebben hetzelfde bouwplan van botten door een gemeenschappelijke voorouder. De andere paren hebben alleen dezelfde functie. Verwachte fout: de vinnen kiezen omdat die erg op elkaar lijken.
Waarom hebben rashonden vaker erfelijke ziekten na veel inteelt?
Inteelt veroorzaakt nieuwe schadelijke mutaties
Schadelijke dominante allelen verdwijnen niet meer
Nauw verwante dieren hebben meer genetische variatie
Schadelijke recessieve allelen komen vaker dubbel voor
Nauw verwante ouders hebben vaak hetzelfde recessieve allel, dus de nakomelingen krijgen het vaker van beide kanten. Verwachte fout: denken dat inteelt zelf mutaties veroorzaakt.
Welk voorbeeld is co-evolutie?
Een soort wordt kleiner door een koude winter
Planten maken sterker gif, rupsen verdragen dat beter
Een boer kiest koeien met veel melk
Een rivier splitst een populatie in tweeën
Twee soorten zijn elkaars selectiedruk en veranderen wederzijds. De andere voorbeelden gaan over een milieufactor, kunstmatige selectie en een barrière. Verwachte fout: de koudere winter kiezen omdat dat een selectiedruk is; er is dan maar één soort die verandert.
Geslacht van Canis lupus en Canis latrans?
Canis: het eerste deel van de wetenschappelijke naam is het geslacht, het tweede deel de soort. Verwachte fout: lupus noemen; dat is de soortnaam.
Welk voorbeeld is een vorm van reproductieve isolatie?
Twee populaties gras die in andere maanden bloeien
Twee populaties die hetzelfde voedsel eten
Een populatie met een nieuw allel door mutatie
Twee groepen die elkaar vaak ontmoeten en kruisen
Een verschil in bloeitijd voorkomt voortplanting tussen de groepen: reproductieve isolatie. Verwachte fout: een mutatie kiezen; die is op zichzelf geen isolatie.
Met P delen Q, R, S en T elk een voorouder. Wie is het nauwst verwant met P?
Q: voorouder van 12 miljoen jaar geleden
S: voorouder van 20 miljoen jaar geleden
R: voorouder van 5 miljoen jaar geleden
T: voorouder van 8 miljoen jaar geleden
Hoe recenter de gemeenschappelijke voorouder, hoe nauwer de verwantschap: R heeft de jongste voorouder met P. Verwachte fout: S kiezen omdat de oudste voorouder het grootste getal heeft.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
SOORTVORMING · SELECTIE
Goed gedaan!
Goed gedaan. Je kunt nu selectie en adaptatie uitleggen, natuurlijke en kunstmatige selectie vergelijken, soortvorming verklaren en een cladogram lezen en opstellen.
This item has no instructions