3.2 verwarmen deel 2 HV3

Start les
Op tafel:
  • Werkboek natuurkunde
  • Pen/potlood
  • iPad + telefoon
Acties:
  • Zet 'Hoi' in de chat van Teams
  • Voer de code in van lessonup op je telefoon.
  • Zet je camera tijdens de les aan. 
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 13 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Start les
Op tafel:
  • Werkboek natuurkunde
  • Pen/potlood
  • iPad + telefoon
Acties:
  • Zet 'Hoi' in de chat van Teams
  • Voer de code in van lessonup op je telefoon.
  • Zet je camera tijdens de les aan. 

Slide 1 - Slide

Energiestroomdiagram
Wet van Behoud van Energie
Alle energie die een apparaat ingaat komt er ook weer uit. Het wordt alleen omgezet in een andere energievorm: de nuttige energie. Meestal is de "afval" energie een vorm van warmte.
Het rendement is nooit 100%.
In het echt stoppen de kogels na een bepaalde tijd met heen en weer bewegen. Er ontstaat niet alleen bewegingsenergie, maar ook warmte.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Leerdoelen:
Aan het einde van deze les:
  • Weet je welke groot- en eenheden aan bod komen dit hoofdstuk.
  • Begrijp je het begrip 'soortelijke warmte'.
  • Begrijp je hoe je warmte-energie kunt berekenen.
  • Begrijp je hoe je elektrische energie kunt berekenen.

Slide 4 - Slide

Aant. 1. Groot- en eenheden H3.2
Grootheid
symb
eenheid
symb
Energie
E
Joule
J
Warmte
Q
Joule
J
temperatuur
T
graden Celsius
*C
temperatuurverschil
    T
graden Celsius
*C
soortelijke warmte
c
Joule per kg graden Celsius
J/kg*C
Vermogen
P
Watt
W
tijd
t
seconde
s

Slide 5 - Slide

Soortelijke warmte

Soortelijke warmte: de warmte die nodig is om 1 gram stof 1 graden Celsius warmer te maken.


Slide 6 - Slide

C = SOORTELIJKE WARMTE

Slide 7 - Slide

Als je 1 kg water, olijfolie, hout en marmer allemaal 500 Joule warmte geeft. Welke stof stijgt dan het meest in temperatuur?
A
Water
B
olijfolie
C
hout
D
marmer

Slide 8 - Quiz

Berekenen van de warmte.

De warmte (= energie) is afhankelijk van 3 dingen:

  1. de massa (m) in de eenheid gram (g)
  2. de soortelijke warmte (c) in de eenheid J/g.oC
  3. het temperatuursverschil (stijgen of dalen) (     T) in de eenheid oC
Δ

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Warmtemeter
Hiermee kun je de hoeveelheid warmte meten die nodig is om een hoeveelheid water te verwarmen.

Slide 11 - Slide

Elektrische energie berekenen

E = P x t

Joule = Watt x seconde       of            kWh = kW x h

Slide 12 - Slide

Afsluiting en huiswerk
Havo :
Lezen paragraaf 3.2
Maken opg 5 t/m 8
VWO:
Lezen paragraaf 3.1
Maken opg 6 t/m 9
Zet nog even 'doei' in de chat!

Slide 13 - Slide