H4.1-Grammatica en spelling-Meervoud

Meervoud
Veel zelfstandige naamwoorden hebben een meervoud op -en.

• Lamp -> lampen
• Bord -> borden
• Mes -> messen
1 / 49
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 2

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Meervoud
Veel zelfstandige naamwoorden hebben een meervoud op -en.

• Lamp -> lampen
• Bord -> borden
• Mes -> messen

Slide 1 - Slide

Meervoud op -en
Veel zelfstandige naamwoorden eindigen op -en

Hoe maak je een meervoud?
  • Soms moet je alleen -en achter het woord plakken. --> Lamp - lampen
  • Soms moet je tegelijk de laatste letter verdubbelen. --> Klas - klassen
  • Soms moet je een e,a,o of u weghalen. --> Schaar - scharen
  • Soms moet je een -f veranderen in een -v. --> Brief - brieven
  • Soms moet je een -s veranderen in een -z --> Huis - huizen

Slide 2 - Slide

Meervoud van zelfstandige naamwoorden (2)
  • Een trema toevoegen bij -ee: idee +en > ideeën

  • Een trema toevoegen bij -ie: knie +en > knieën

  • um vervangen door a: gymnasium > gymnasia

  • us vervangen door i: historicus > historici

Slide 3 - Slide

Meervoudsvorm van woorden die eindigen op -e
kent 2 mogelijkheden!

 Eén seconde 

Vijf seconden

Vijf secondes

*

De gemeente

Meerdere gemeenten
Meerdere gemeentes

Slide 4 - Slide

Meervoud -ie
Als het enkelvoud eindigt op -ie, dan maak je het meervoud met -ën of -n.

Knie -> knieën
Bacterie -> bacteriën

Slide 5 - Slide

Regel 2

znw die eindigen op -ee


in het meervoud + -ën

idee:      ideeën

zee:     zeeën

Slide 6 - Slide

Meervoud op -ee
Als het enkelvoud eindigt op een -ee, dan maak je het meervoud -ën.

• Zee -> zeeën

Slide 7 - Slide

Regel 3

znw die eindigen -s of -f

in het meervoud meestal s>z   f>v


wens:  wensen   kaars:  kaarsen

grens:  grenzen   laars:  laarzen

fotograaf:  fotografen   filosoof: filosofen

staaf:  staven  sluis:  sluizen


Slide 8 - Slide

Meervoud op -s
  • Hoe maak je een meervoud op -s?
|> Alleen -s achter het woord zetten.
|> Soms moet je een apostrof voor de -s schrijven. Bij woorden die eindigen op a, o , u, i of y
|> Bij afkortingen maak je het meervoud ook met een apostrof -s ('s) -> wc's
|> Woorden die eindigen op twee of meer klinkers, zet je alleen -s achter het woord.

Slide 9 - Slide

Regel 4

znw die eidigen op -a, -i, -o, -u  + -y

in het meervoud +  's voor de goede uitspraak


  oma's        ski's           radio's           paraplu's

baby's     (Let op: jockeys; door e(a,u) voor y)


repetities, cafés, dictees, douches, cadeaus, etuis


Ezelsbruggetje: Ik hOU vAn Y's
Ik hOU vAn Y's -> dit zijn alle klinkers die je moet onthouden. Als deze klinkers (in hun eentje) aan het einde van het woord staan, komt er een apostrof -s achter. Let op: hockey -> hier staat een 'ey' op het eind. Dit is een combinatie van twee klinkers. Hier gaat deze regel niet op. Je voegt de 's' er dus direct aan vast.
Tip
Let op: de 'e' is dus een uitzondering!
Tip!

Slide 10 - Slide

Meervoud van zelfstandig naamwoorden (4)
Soms gebruik je een -s.

  • Achter het woord -s zetten: tafel +s > tafels

  • Laatste letter is een klinker (a, o, u, i, y):  agenda +s > agenda's

  • Achter een afkorting: BMW' +s > BMW's


Slide 11 - Slide

Regel 5

znw die eidigen op -man (beroepen)


in het meervoud -lieden of -lui


timmerman:   timmerlieden of timmerlui (timmermannen)

zakenman: zakenlieden of zakenlui (zakenmannen)


Slide 12 - Slide

Vuistregel
  • Woorden die eindigen op een onbeklemtoonde -ie krijgen een meervoud met -iën.

  • Woorden die eindigen op een beklemtoonde -ie krijgen een meervoud met -ieën.

Slide 13 - Slide

Uitzonderingen bij samenstellingen
  •  Als het eerste deel van het woord verwijst naar iemand of iets waar maar één van is dan schrijf je een 'e'   maneschijn

  • Is het eerste deel van het woord een bijvoeglijk naamwoord in een samenstelling dan schrijf je een 'e' beregoed

  • Als het eerste deel van het woord een zelfstandig naamwoord is dat geen meervoud heeft schrijf je 'e'  rijstepap

Slide 14 - Slide

Zelfstandig naamwoord = namen van mensen, dingen, dieren en planten 
Als het eerste woord een zelfstandig naamwoord is waarin in meervoud staat die eindigt op en dan schrijf je als tussenklank 'en'.

kippensoep -> zelfstandig naamwoord - kip
hondenhok -> zelfstandig naamwoord - hond

Zo niet? dan schrijf je een 'e'
horlogebandje - zelfstandig naamwoord - horloge


Slide 15 - Slide

Tussenletters
  • Tussenletter -en- : het woord heeft alleen een meervoud op -en
    vb. kip + soep (kippen) -> kippensoep

  • Tussenletter -n-: als er maar één van is =  één maan -> Maneschijn
    versterkende betekenis =  beresterk

mv -en EN -s = groente + soep (groenten/groentes) groentesoep, gedachtegang

Als het eerste deel van een werkwoord komt ( spinnewiel - brekebeen)

  • Tussenletter -s-: deze kun je gewoon horen!
    vb. jongen+broek -> jongensbroek

Slide 16 - Slide

Wat is het meervoud van: hobby

Slide 17 - Open question

Het meervoud van museum is:
A
museums
B
musea
C
museums en musea
D
museum heeft geen meervoud

Slide 18 - Quiz

Het meervoud van grens is:
A
grensen
B
grenszen
C
grenzen
D
grens heeft geen meervoud

Slide 19 - Quiz

Het meervoud van porie is:
A
porien
B
pories
C
porieën
D
poriën

Slide 20 - Quiz

Het meervoud van schaap is:
A
schaapen
B
schapens
C
schapen
D
schappen

Slide 21 - Quiz

Het meervoud van accu is:
A
accus
B
accu's
C
accuus
D
accuu's

Slide 22 - Quiz

Welk woord is goed geschreven
meervoud: - de voetstap
A
de voetstappen
B
de voetstapen

Slide 23 - Quiz

Welk woord is goed geschreven?
meervoud: de kip -
A
kipen
B
kippen

Slide 24 - Quiz

Het meervoud van giraf is
A
giraffen
B
giraffes
C
girafje
D
giraffe

Slide 25 - Quiz

wat is het meervoud van huis
A
huizen
B
huisen

Slide 26 - Quiz

wat is het meervoud van haas
A
hasen
B
hazen

Slide 27 - Quiz

wat is het meervoud van categorie
A
categoriën
B
categorieën

Slide 28 - Quiz

wat is het meervoud van idee
A
ideën
B
ideeën

Slide 29 - Quiz

wat is het meervoud van genie
A
geniën
B
genieën

Slide 30 - Quiz

wat is het meervoud van zee
A
zeeën
B
zeën

Slide 31 - Quiz

wat is het meervoud van zee
A
zeeën
B
zeën

Slide 32 - Quiz

wat is het meervoud van zee
A
zeeën
B
zeën

Slide 33 - Quiz

wat is het meervoud van zee
A
zeeën
B
zeën

Slide 34 - Quiz

Meervoud van: bangerik
A
Bangerikken
B
Bangeriken

Slide 35 - Quiz

Meervoud van: theorie
A
Theorieën
B
Theoriën
C
Theorieeën
D
Theories

Slide 36 - Quiz

Een zelfstandig naamwoord waarvan het enkelvoud eindigt op een -s hoef je nooit in een -z te veranderen bij meervoud.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 37 - Quiz

Wat is het enkelvoud van: schepen

Slide 38 - Open question

Wat is het enkelvoud van: secondes

Slide 39 - Open question

Wat is het enkelvoud van: sieraden

Slide 40 - Open question

Wat is het enkelvoud van: vlooien

Slide 41 - Open question

Wat is het enkelvoud van: jongeren

Slide 42 - Open question

Wat is het meervoud van: hobby

Slide 43 - Open question

Wat is het meervoud van: camera

Slide 44 - Open question

Wat is het meervoud van: cadeau

Slide 45 - Open question

Wat is het meervoud van: metro

Slide 46 - Open question

Wat is het meervoud van: snee

Slide 47 - Open question

Wat is het meervoud van: reünie

Slide 48 - Open question

Wat is het meervoud van: moskee

Slide 49 - Open question