letterrekenen

Herhaling Hoofdstuk 6

1 / 32
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWiskundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavo, havo, vwoLeerjaar 1,2

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Herhaling Hoofdstuk 6

Schrijf in 1 antwoord de rekenvolgorde op!

Wat is een kwadraat?

A

Een getal keer 2

B

Een getal keer een ander getal

C

Een getal gedeeld door zichzelf

D

Een getal keer zichzelf

Het kwadraat van 8?

A

16

B

64

C

80

D

88

is kwadraat van?

A

12

B

13

C

14

D

16

Bereken

Leerdoel: Jij kan uitleggen wat kwadraten ( ook van negatieve getallen) zijn en kan ze berekenen

A

36

B

-36

C

12

D

-12

Welke formule kan je maken met een kwadraat erin?


7.4 Formules met kwadraten







Bij welk punt zit de symmetrie-as, maximum of minimum?

Behoort de onderstaande formule bij een dal- of bergparabool?

A

Dalparabool

B

Bergparabool

C


D


Behoort de onderstaande formule bij een dal- of bergparabool?

A

Dalparabool

B

Bergparabool

C


D


Rekenen met letters

Vandaag wordt het volgende uitgelegd:


  • Hoe je kunt optellen met letters in plaats van getallen

  • Hoe je een optelling met letters korter kunt schrijven

  • Dat je gelijksoortige termen kan optellen en/of aftrekken

Wat is een ander woord voor een vermenigvuldiging:

A

Quotiënt

B

Som

C

Verschil

D

Product

De getallen die je gebruikt bij een vermenigvuldiging heten:

A

Factoren

B

Termen

C


D


De getallen die je gebruikt bij optellen en bij aftrekken heten:

A

Factoren

B

Termen

C


D


Bij Getallen kun je de uitkomst berekenen


Bij Letters kun je de uitkomst (alleen maar) Herleiden. 

Je kunt de opgave eenvoudiger oftewel korter schrijven:





Bij Getallen kun je de uitkomst berekenen


Bij Letters kun je de uitkomst (alleen maar) Herleiden. 

Je kunt de opgave eenvoudiger oftewel korter schrijven:


Zoals bij:     a + a + a + a =       4 x a       =  4a


4a: de som van vier gelijke termen: de termen zijn hier a

4a: het product van 4 en a (want het is 4 kéér a)

4a: het product van twee factoren (altijd bij keer-som)





Korte herhaling van herleiden: korter schrijven:


a + a + a + a =       4 x a       = 4a



Korte herhaling van herleiden: korter schrijven:


a + a + a + a =       4 x a       = 4a


4a + 3a =   

  


Korte herhaling van herleiden: korter schrijven:


a + a + a + a =       4 x a       = 4a


4a + 3a =   a + a + a + a      +      a + a + a  =   7 x a   =   7a

  


Korte herhaling van herleiden: korter schrijven:


a + a + a + a =       4 x a       = 4a


4a + 3a =   a + a + a + a      +      a + a + a  =   7 x a   =   7a

  Gelijksoortige termen (a) mag je bij elkaar optellen





Korte herhaling van herleiden: korter schrijven:


a + a + a + a =       4 x a       = 4a


4a + 3a =   a + a + a + a      +      a + a + a  =   7 x a   =   7a

  Gelijksoortige termen (a) mag je bij elkaar optellen


7a - 2a =     

  



K + K + K + K Schrijf als product van twee factoren

5Q Schrijf als een som van termen

Rekenen met letters

  • Hoe je gelijke of gelijksoortige termen kan optellen en/of aftrekken, en hoe je dat soms niet korter kunt schrijven

  • Dat korter schrijven noemen we herleiden........


            Zelfstandig aan vragen 42 tot en met 46 werken

In de les blijven, vragen kan je mij stellen, en we nemen afscheid

Korte herhaling van herleiden: korter schrijven:


a + a + a + a =       4 x a       = 4a


a + b + b + a + b =   2 x a + 2 x b          =  2a + 2b


Dat zijn geen gelijke termen en mag je niet optellen

        Dit kan niet korter geschreven worden

                                    ( K.N.K)

Korte herhaling gelijk(-soortige) termen:


Bekijk 3a + 2b - a - 5b




Korte herhaling gelijk(-soortige) termen:


Bekijk 3a + 2b - a - 5b



Gelijksoortige termen mag je optellen:

Dus:  3a - a  mag je optellen en 2b - 5b mag je optellen

             = 2a                                         = -3b


Dus    3a + 2b - a - 5b = 2a - 3b 

Let op:

  • - a  is hetzelfde als -1a

  • - 5b is één term.                     De 'min' hoort dus bij de 5

3 - 1 = 2

2 - 5 = -3

Herleid

Herleid 4a + 6b + 7a + 3b

Herleid 17ab + 6bc - 5ab + 6bc