H20 vermogensmarkt

H20 Vermogensmarkt
20.1 Vragers van vermogen
20.2 Aanbieders van vermogen
20.3 Geldmarkt en kapitaalmarkt
20.4 De Amsterdamse effectenbeurs


1 / 35
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieBasisschoolGroep 1

This lesson contains 35 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 1 min

Items in this lesson

H20 Vermogensmarkt
20.1 Vragers van vermogen
20.2 Aanbieders van vermogen
20.3 Geldmarkt en kapitaalmarkt
20.4 De Amsterdamse effectenbeurs


Slide 1 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

20.1 Vragers van vermogen
Leerdoelen
Je kunt:
- de vragers van vermogen noemen.
- aangeven aan welk vermogen de verschillende vragers behoefte hebben

Slide 2 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

20.1 Je kunt de vragers van vermogen noemen
Vragers vermogen:
- Consumenten
- Overheid
- Ondernemingen

Slide 3 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.2 Aanbieders van vermogen
Leerdoelen
Je kunt:
- de aanbieders van vermogen noemen.
beschrijven op welke wijze het vermogen wordt aangeboden.


Slide 4 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

20.2 Je kunt de aanbieders van vermogen noemen.
Institutionele beleggers: Instellingen die grote bedragen beleggen als uitvloeisel van hun hoofdtaak.
- pensioenfondsen,
- beleggingsfondsen,
- (levens-)verzekeringsmaatschappijen
Andere aanbieders
Spaarders, Ondernemingen, Overheden


Slide 5 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.2 Je kunt de aanbieders van vermogen noemen.
Pensioenfonds: Int pensioenpremies en belegt deze gelden om deelnemers vanaf de pensioengerechtigde leeftijd een pensioen uit te keren.

ter info: ABP heeft
circa 520 miljard
belegd vermogen

Slide 6 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.2 Je kunt de aanbieders van vermogen noemen.
Ondernemingen
kunnen zowel
vragers als
aanbieders zijn

Voorbeeld Philips:
Schuld: 8,3 mld
Kas: 776 miljoen

Slide 7 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.3 Geldmarkt en kapitaalmarkt
Leerdoel
Je kunt de kenmerken noemen van de geldmarkt en de kapitaalmarkt


Slide 8 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

20.3 Je kunt de kenmerken noemen van de geldmarkt en de kapitaalmarkt

Slide 9 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.3 Je kunt de kenmerken noemen van de geldmarkt en de kapitaalmarkt
Vermogensmarkt: Het geheel van vraag naar en aanbod van vermogen.

Geldmarkt: De markt waar kort tijdelijk vermogen wordt verhandeld.

Kapitaalmarkt: De markt waar permanent vermogen en lang tijdelijk vermogen wordt verhandeld.



Slide 10 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.3 Je kunt de kenmerken noemen van de geldmarkt en de kapitaalmarkt
Geldmarkt
Belangrijkste aanbieders: banken
Belangrijkste vragers: consumenten, ondernemingen, overheden en andere banken

Voor ondernemingen oa:
- Rekening-courant krediet
- Leverancierskrediet
- Afnemerskrediet




Slide 11 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.3 Je kunt de kenmerken noemen van de geldmarkt en de kapitaalmarkt
Openbare kapitaalmarkt: Deze markt is voor iedereen toegankelijk.

Onderhandse kapitaalmarkt: Deze markt is niet voor iedereen toegankelijk.





Slide 12 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.3 Je kunt de kenmerken noemen van de geldmarkt en de kapitaalmarkt
Voordelen Openbare kapitaalmarkt
- Veel meer mogelijke kredietgevers, waardoor er een hogere bedragen opgehaald kunnen worden
- waardeveranderingen zijn snel zichtbaar.

Voordelen Onderhandse kapitaalmarkt
- Rechtstreeks contact tussen geldgever en -nemer, --> kostenvoordelen
- Rente vaak wat lager (voordeel geldnemer)
- Rentebetaling en aflossing eenvoudiger, dus goedkoper.





Slide 13 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.4 Amsterdamse effectenbeurs
Leerdoel
Je kunt de handel in aandelen en obligaties beschrijven.


Slide 14 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

20.4 Je kunt de handel in aandelen en obligaties beschrijven
Verschil Investeren en beleggen
Investeren (oa H18): Het door de onderneming aanschaffen van kapitaalgoederen.

Beleggen (H20): Het gebruiken van geld om effecten (bijvoorbeeld aandelen of obligaties) te kopen met de verwachting dat de belegging iets opbrengt.






Slide 15 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.4 Je kunt de handel in aandelen en obligaties beschrijven

Slide 16 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.4 Je kunt de handel in aandelen en obligaties beschrijven
Marktrente en obligatiekoers, voorbeeld
Een 3% obligatie, met een nominale waarde van € 1.000 en een looptijd van 5 jaar heeft de volgende cashflows
Jaar 1     Jaar 2      Jaar 3       Jaar 4      Jaar 5
 € 30        € 30          € 30         € 30        € 1.030
Vraag:
- Maak de cashflows contant tegen 3%
- Maak de cashflows contant tegen 4%






Slide 17 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

19.1 Je kunt de financiële structuur van een onderneming beschrijven

Slide 18 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.4 Je kunt de handel in aandelen en obligaties beschrijven
Koers obligatie, voorbeeld
Nominale waarde van een bedrijfsobligatie: 100%
Rente van de obligatie: 3%
Looptijd: 5 jaar


Marktrente 2% -->  koers obligatie > 100%
Marktrente 4% --> koers obligatie < 100%







Slide 19 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.4 Je kunt de handel in aandelen en obligaties beschrijven
Wat bepaalt de beurskoers van effecten?
- Omzet- en winstverwachtingen van het bedrijf
- Economische ontwikkelingen
      - Groei/krimp economie, verandering olieprijzen etc.
- Marktrentestand
      - Deze heeft invloed op de aantrekkelijkheid om in (obligatie)-
        leningen en aandelen te beleggen.
- Marktsentiment/beursklimaat
      - De algemene stemming op de beurs op een bepaald moment.








Slide 20 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.4 Je kunt de handel in aandelen en obligaties beschrijven
Wat bepaalt de beurskoers van effecten? - 2
Marktefficiëntie: Doordat er op ieder moment heel
veel vragers en aanbieders zijn, worden nieuwe feiten
(bedrijfsnieuws, economische nieuws) meteen in de
beurskoers verwerkt.

Koersvolatiliteit: De beweeglijkheid van beurskoersen.


Slide 21 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.4 Je kunt de handel in aandelen en obligaties beschrijven: 3 toezichthouders
DNB (De Nederlandsche Bank): Toezichthouder op de markt en verleent o.a bankvergunningen en controleert of banken aan de vereisten blijven voldoen.
AFM (Autoriteit Financiële Markten): Toezichthoudende instantie op alles wat te maken heeft met sparen, beleggen, verzekeren, pensioenen en lenen.
ACM (Autoriteit Consument & Markt): Toezichthouder op Mededingingswet en een deel van het consumentenrecht. Voor veel bedrijfsovernames en fusies is toestemming van de ACM nodig.



Slide 22 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

20.4 Je kunt de handel in aandelen en obligaties beschrijven: 3 toezichthouders
Beursgang: Een onderneming gaat naar de effectenbeurs om een groter eigen vermogen te verkrijgen en om een groter publiek te bereiken.

Emissiehuis: Begeleider van een aandelenemissie; helpt bij opstellen prospectus en benadert institutionele beleggers om de emissie toe te lichten.




Slide 23 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Bonus plaatjes
hoef je niet te leren

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Opgaven:
20.3 Beleggen in staatsobligaties
20.8 Beleggen in aandelen of onderhandse lening
20.6 Beleggingsfonds
20.10 Emissie obligaties + marktrente
Z20.2






Slide 25 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

CSE 2025 - risico's van beleggen

Slide 26 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

19.1 Je kunt de financiële structuur van een onderneming beschrijven
Koers obligatie, voorbeeld
Je kunt kiezen uit twee obligaties, beide met een nominale waarde van € 1.000:
Looptijd 5 jaar, rente 3%
Looptijd 5 jaar, rente 4%.


Voor welke obligatie betaal je het meest?
Uitkeringen 1) 2)
Jaar 1 € 30 € 40
Jaar 2 € 30 € 40
Jaar 3 € 30 € 40
Jaar 4 € 30 € 40
Jaar 5 € 1.030 € 1.040







Slide 27 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

verschillen onderhandse- en obligatielening

Slide 28 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

H20 vermogensmarkt - syllabus

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

H20 vermogensmarkt - syllabus

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Domein D: Investeren en financieren
H20 Vermogensmarkt

Slide 31 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

H20 Vermogensmarkt

Slide 32 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Buffett Indicator 
The Buffett Indicator was at about 130%
on September 5, 1929.
It bottomed at 20% in June, 1932.

The ‘Buffett Indicator’ compares the total US stock market value to the country's GDP. 


Slide 33 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Domein D: Investeren en financieren
Buffett Indicator (Marktwaarde/GDP)

Slide 34 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

H20 Vermogensmarkt
Hoeveel bedraagt de beurskoers van
Nvidia op 25 mei 2027?

Slide 35 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.