Les 7 Bloedonderzoek bij leveraandoeningen

Klinische Chemie
les 7 Bloedonderzoek bij leveraandoeningen
1 / 40
next
Slide 1: Slide
BiologieMBOStudiejaar 3

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

Klinische Chemie
les 7 Bloedonderzoek bij leveraandoeningen

Slide 1 - Slide

Planning
- Bloedonderzoek bij leveraandoeningen
- Overzicht leverziekten
- Galstuwing
- Bloedwaarden
         - LD                        - ALAT/ ASAT
         - AF                        - j-GT (GGT).
         - Bilirubine           - Ammoniak
         - Albumine           - Totaal eiwit 

Slide 2 - Slide

Wat weet je nog
van de vorige les?

Slide 3 - Mind map

Bloedonderzoek bij leveraandoeningen 
De laboratoriumtesten die gedaan worden kunnen ook ingedeeld worden op leverfunctie. Zo kan bekeken worden wat er precies fout gaat.

Omzetten en verwijderen toxische stoffen: Billirubine en ammoniak
Synthese van eiwitten: Albumine en stollingstesten
Afvoer van gal: Bilirubine, AF en    -GT
Levercelschade: ALAT, ASAT en LD
γ

Slide 4 - Slide

Overzicht leverziekten 
Ziekte
Oorzaak
Afwijking in het bloed
Acute Hepatitis
viraal (A, B, C, D, E, CMV, EBV)
alcohol
geneesmiddelen
chronische virale infectie
Bilirubine normaal tot  matig verhoogd
ALAT zeer verhoogd ASAT licht verhoogd
AF en GGT normaal tot licht verhoogd i.c.m. galstuwing
stollingstest normaal tot licht verhoogd
Chronische Hepatitis
alcohol
geneesmiddelen
auto-immuunziekte
Bilirubine licht verhoogd
ALAT verhoogd ASAT normaal tot licht verhoogd
GGT normaal tot licht verhoogd i.c.m. galstuwing
Albumine normaal tot licht verlaagd
Stollingstesten normaal tot licht verhoogd. 
Levercirrose
(fibrosevorming = 
littekenvorming)
chronisch alcoholgebruik
hepatitis
auto-immuunziekte
ijzerstapeling
koperstapeling
Bilirubine normaal tot licht verhoogd
ALAT normaal tot licht verhoogd ASAT licht verhoogd tot verhoogd
AF en GGT normaal tot licht verhoogd i.c.m. galstuwing
Albumine verlaagd
Stollingstesten licht verhoogd
Galstuwing
(cholestase)
galsteen
tumor
ontsteking (lever en/of pancreas)
Bilirubine licht tot matig 
ALAT normaal tot licht verhoogd
AF licht verhoogd
GGT matig verhoogd

Slide 5 - Slide

Casus 1:  72-jarige vrouw
Wat valt op?
Alle bloedwaarden zijn verhoogd met name GGT en AF
Wat heeft ze?
Mevrouw heeft verhoogde leverwaarden. Met name GGT en AF. Deze zijn meer verhoogd dan ALAT en ASAT. Dat wijst op een galstuwing met leverbeschadiging.&nbsp;<div>De galstuwing kan meerdere oorzaken hebben, zoals galsteen, galtumor of pancreascarcinoom.</div>

Slide 6 - Slide

Welke leverwaarden zijn verhoogd bij leverontstekingen?

Slide 7 - Open question

Galstuwing 
Galstuwing ontstaat door een verstopping (tumor of galstenen) of een ontsteking aan de lever/galwegen of pancreas. 

Intra-hepatisch galstuwing (oorzaak binnen de lever):
obstructie kleine galgangen in de lever door levertumor, 
galstenen, ontsteking aan de galwegen (cholangitis) of lever 
of een zwangerschap. 

Extra-hepatische galstuwing (oorzaak buiten de lever): 
obstructie grote galgangen buiten de lever door galstenen, 
ontsteking van de galwegen of pancreas (pancreatitis) 
of een tumor in de pancreas. 

Slide 8 - Slide

Casus 2: 38 jarige man
Wat valt op?
ASAT en ALAT zijn sterk verhoogd.&nbsp;<div>GGT, AF en LD zijn matig verhoogd.&nbsp;</div><div>Daarnaast is er (on)geconjugeerd bilirubine in het bloed en geconjugeerd bilirubine in de urine aanwezig.&nbsp;</div>
Wat is er aan de hand?
ASAT en ALAT zijn sterk verhoogd. Daarnaast zijn GGT, AF en LD licht verhoogd. Dit komt voor bij lichte galwegobstructie in de lever. De lever werkt nog wel, want er is vooral een verhoging van geconjugeerd bilirubine te zien. Als de oorzaak bij hemolyse gezocht moest worden, zou de LD waarde hoger zijn geweest en ALAT normaal.&nbsp;<div>De uitslagen wijzen op hepatitis met lichte cholestase (galstuwing).</div>

Slide 9 - Slide

Betrokken enzymen
  -GT (gamma glutamyltransferase) en AF (alkalische fosfatase) -->     -GT is een gevoeligere marker voor cholestase dan AF. --> kan al verhoogd zijn terwijl AF nog normaal is. 

Bij sterke afsluiting van de galwegen wordt geconjugeerd bilirubine in het bloed opgenomen. 
Bij complete afsluiting stopverfachtige ontlasting. 

ALAT doorgaans normaal --> zit in cytoplasma van de levercellen. Komt vrij bij schade aan de levercellen door ernstige cholestase. 
  


γ
γ

Slide 10 - Slide

Hoe komt het dat het ongeconjugeerd bilirubine gehalte in het bloed stijgt bij hemolytische anemie?

Slide 11 - Open question

Casus 3: 19-jarige man
Wat valt op?
Hb is te laag.&nbsp;<div>Het totaal bilirubine te hoog en ook LD is te hoog. De hoeveelheid geconjugeerd bilirubine is licht verhoogd. Er is dus veel niet geconjugeerd bilirubine in het bloed. Dit wijst ook de urine uitslag uit.&nbsp;</div>
Wat is er aan de hand?
De jongen heeft een laag Hb en veel niet geconjugeerd bilirubine in zijn bloed. ASAT en ALAT zijn normaal. Dit betekend dat er een groter aanbod aan hemoglobine is, dan de lever kan verwerken. De LD waarde wijst ook uit dat er veel cellen stuk gegaan zijn. In dit geval is er dus sprake van hemolytische anemie. Een oorzaak kan zijn dat het lichaam antistoffen maakt tegen zijn eigen erytrocyten.&nbsp;

Slide 12 - Slide

Wat wordt bedoelt met een posthepatische icterus?

Slide 13 - Open question

ALAT en ASAT (transaminasen)
Zowel ALAT als ASAT katalyseren de overdracht van de aminogroep van een aminozuur. ALAT bij alanine, ASAT bij aspartaat. 

ALAT is een leverenzym, maar komt in mindere mate ook voor in de hart- en skeletspier. (nl. 6-8x minder)
ALAT heeft als indicatorreactie de omzetten van pyruvaat naar lactaat door LD. Ook hierbij wordt NADH omgezet naar NAD+  


ASAT is het meest actief in hartspierweefsel en lever. ASAT is daarom minder specifiek voor het aantonen van leverziekten dan ALAT.
ASAT wordt bepaald m.b.v. een indicatorreactie waarbij NADH omgezet wordt naar NAD+ . Er is dus een afname in extinctie te zien. 



Slide 14 - Slide

Klinische betekenis van een verhoogde ALAT-enzymactiviteit
Wanneer levercellen stuk gaan komt ALAT en ASAT vrij. 
Bij virale hepatitis komt er 20-100x zoveel ALAT vrij. 
Bij andere vormen van hepatitis tot 5x zoveel. 

ALAT stijgt bij hepatitis meer dan ASAT. De ALAT/ASAT ratio is bij hepatitis >1
Is de ALAT/ASAT ratio <1 dan wijst dit op levercirrose of acuut overmatig drankgebruik.

Een verhoging van ASAT kan ook voorkomen bij 
- hartinfarct
- skeletspierziekte
- bij hemolyse stijgt ASAT licht. 



Slide 15 - Slide

Alkalische fosfatase (AF)
Alkalische fosfatase komt in vrijwel elke lichaamscel voor. 
AF speelt een rol bij de toevoer van fosfaat dat nodig is voor de energiewinning in de cel. 

De meerderheid van AF in het serum komt van de galgangen. Maar ook in het bot en in mindere mate in het darmeptiheel en de placenta.
AF in serum is dus geen specifieke parameter voor de leverfunctie (cholestase)

Kinderen in de groei hebben vaak een verhoogd AF (bot-AF). Ook na een botfractuur of tijdens een zwangerschap is AF (placentair-AF) verhoogd. Om te achterhalen welk type AF verhoogd is, kan een bepaling van de iso-enzymen nuttig zijn.    

Slide 16 - Slide

Bij welke leveraandoening passen deze resultaten: (blz. 215 boek)

Bilirubine: verhoogd ALAT: verhoogd
ASAT: normaal AF: normaal
GGT: verhoogd Albumine: verlaagd
Stollingstesten: verhoogd



A
Acute hepatitis
B
Chronische hepatitis
C
Cirrose
D
Galstuwing

Slide 17 - Quiz

Klinische betekenis van een verhoogde AF-activiteit
Verhoging van AF kan voorkomen bij:
- In eerste instantie galstuwing. Zowel intra- als extra-hepatisch. Bij een hepatitis is er een lichte stijging, maar komt dit voor in combinatie met intra-hepatische galstuwing, dan is de stijging sterker.
- Bij botziekten en botbreuken
- Tijdens de zwangerschap
- In de kleuterfase (bovenop de al hogere AF referentiewaarde)
- Geneesmiddelen (leidt tot aanmaak van meer enzymen)

AF wordt spectrofotometrisch gemeten, waarbij de snelheid waarmee p-nitrofenol (geel) ontstaat de mate van enzymactiviteit weergeeft.  

Slide 18 - Slide

GGT of    -GT
GGT is een enzym die de overdracht van een aminozuur van het ene peptide naar het andere katalyseert. 

GGT is in alle cellen, behalve bot en spiercellen, aanwezig en bevindt zich in de celmembranen. Ook komt GGT voor in de epitheelcellen van de galwegen en in levercellen. 

GGT wordt bepaald door de hoeveelheid p-nitroaniline (geel) die ontstaat.
De snelheid waarmee de kleur ontstaat is evenredig met de enzymactiviteit.  

γ

Slide 19 - Slide

Klinische betekenis van verhoogde GGT enzymactiviteit
- GGT is verhoogd bij bijna alle leverziekten, maar zeer sterk verhoogd bij cholestase (galstuwing)
- In combinatie met AF kan GGT gebruikt worden bij het vaststellen van de herkomst van de verhoging. 
Verhoogd AF, niet verhoogd GGT --> botziektes
Verhoogd AF, verhoogd GGT --> leverziektes
- Overmatig alcoholgebruik gaat gepaard met een geïsoleerde GGT verhoging (AF is vrijwel normaal) door aanmaak van meer GGT in de levercellen
- Geneesmiddelen zorgen voor verhoogde enzymaanmaak. 
  

Slide 20 - Slide

Klinische interpretatie van een verhoogde concentratie bilirubine
Verhoging van ongeconjugeerd bilirubine
- een in-vivo hemolyse 
- een leverziekte waarbij het conjugatieproces niet goed verloopt

Verhoging van geconjugeerd bilirubine
- Schade aan de levercellen
- belemmering van de galafvoer 

Slide 21 - Slide

Bepaling van bilirubineconcentratie
Bij de bepaling van bilirubine wordt een reagens gebruikt dat blauwgroen kleurt. 
Geconjugeerd bilirubine reageert direct --> direct bilirubine

Ongeconjugeerd bilirubine reageert langzaam --> indirect bilirubine
De langzame reactie kan door toevoegen van coffeïne versneld worden. 

Het totaal bilirubine gehalte meet je door het indirecte en directe bilirubine bij elkaar op te tellen.
Omdat bilirubine lichtgevoelig is moet je de monsters beschermen tegen kunstmatig licht en zonlicht.


Slide 22 - Slide

Lactaat dehydrogenase (LD)
Functie: katalyseren van de omzetting en vorming van lactaat (melkzuur).

Kenmerken: vindt plaats in alle weefsels --> geen specifieke merken voor ziekte in een bepaald orgaan
                       is pH afhankelijk
                       lactaat ontstaat wanneer er niet voldoende zuurstof voorradig is (bijv. bij 
                       intensieve inspanning)  --> verzuring van weefselcellen en bloed

Hoogste activiteit van LD in:
- Lever
- Hartspier
- Nieren
- Bloedcellen (erytrocyten en trombocyten)

Slide 23 - Slide

Celstofwisseling (vorming lactaat)
Normale celstofwisseling
- glycolyse
- citroenzuurcyclus
- oxidatieve fosforylering

Bij te weinig zuurstof
- glycolyse
- melkzuurfermentatie
(levert minder energie/ATP
product is lactaat)

Slide 24 - Slide

Bepaling lactaatdehydrogenase
De bepaling van de LD-activiteit wordt gedaan door de afname van NADH te meten --> dus weer spectrofotometrisch. Doordat je een afname meet wordt de extinctie dus steeds lager naarmate er meer LD actief is. 

Bloedcellen (erytrocyten, leukocyten en trombocyten) bevatten veel LD. De waarde van LD kan vals verhoogd zijn in de volgende gevallen:
- serum uit gestold bloed bevat meer LD dan plasma uit ongestold bloed. 
- serum uit gestold bloed bij patiënten met verhoogde trombocyten
- bij een patiënt met leukemie, waarbij leukocyten stuk gaan. 




Slide 25 - Slide

Iso-enzymen LD
H = hart-subtype
M = spier-subtype

Via elektroforese kan 
bepaald worden welk 
subtype verhoogd is en 
dus bij welk orgaan 
de schade gezocht moet 
worden. 

Slide 26 - Slide

Klinische betekenis verhoogde LD-waarde in plasma
Wanneer de LD-waarde in plasma verhoogd is kan dit duiden op verschillende ziekten:

- Vele vormen van leverziekten (LDH5)
- Anemieën waarbij sprake is van hemolyse (LDH2)
- Maligniteiten (LDH afhankelijk van de plaats van de tumor)
- Late merker van een hartinfarct. (LDH1 en LDH2)

Slide 27 - Slide

Waarom zegt alleen een LD waarde niet zoveel als bepaalt moet worden of de patiënt leverschade heeft of niet?

Slide 28 - Open question

Hoe kan onderzocht worden waar de verhoging van LD door wordt veroorzaakt?

Slide 29 - Open question

Ammoniak (par. 11.7.6)
Ammoniak komt vrij bij de eiwit afbraak in de darmen en bij de aminozuurmetabolisme in weefsels (waaronder spierweefsel)

Ammoniak wordt direct in de lever opgenomen en omgezet in ureum. Ureum is wateroplosbaar en ongeladen en kan makkelijk door de nieren uitgescheiden worden via de urine. 
Een deel van de ureum diffundeert vanuit het bloed naar de darmen waar het door bacteriën weer omgezet wordt naar ammoniak en weer opgenomen in het bloed en naar de lever vervoert. Dit heet de ammoniak-ureum-enterohepatische kringloop. 

Slide 30 - Slide

                                                                                                    Gevolgen van gebrekkige afbraak van ammoniak in de lever. 

Slide 31 - Slide

Meting van ammoniak 
Ammoniak wordt enzymatisch bepaald waarbij NADPH omgezet wordt naar NADP+
De afname van de hoeveelheid NADPH is maat voor de hoeveelheid ammoniak. 

Het bloed wordt bij afname onstolbaar gemaakt met EDTA en direct op ijs gezet. De bepaling moet z.s.m. gedaan worden, omdat het metabolisme (de afbraak) van stikstofhoudende bestanddelen doorgaat. Langer laten staan leidt dus tot een vals verhoogde concentratie ammoniak. 

De analist moet letten op:
- hemolyse --> in erytrocyten is de concentratie ammoniak 3x zo hoog als in plasma.
- sigarettenrook (m.n. bij de point of care apparatuur) --> de patiënt kan een vals verhoogde ammoniakspiegel hebben.

Slide 32 - Slide

Klinische betekenis van een verhoogde concentratie ammoniak
Een bepaling van ammoniak is zinvol bij:
- Coma of neuropsychiatrische afwijkingen door leverziekten of andere oorzaken
- Neurologische aandoeningen bij pasgeboren baby's
- Verdenking op stofwisselingsziekten
- Bloeding in het maagdarm kanaal 
- Zeer eiwitrijk dieet. 

Ammoniak kan het best uit arterieel bloed (slagaderlijk bloed) worden bepaald, omdat veneus bloed (aderlijk bloed) geen betrouwbare uitslag geeft. Dit komt doordat ammoniak in perifere weefsels (spieren, niet-endocriene organen) gebonden wordt aan glutamine en daardoor al een deel weggevangen is als het in de aders komt. In de slagaders, is dit nog niet gebeurt. 

Slide 33 - Slide

Albumine (par. 11.7.7)
Albumine is een relatief klein eiwit. De lever maakt albumine dagelijks in grote hoeveelheden aan. 
Albumine is een negatieve acute-fase-eiwit --> 
de aanmaak wordt geremd bij ontstekingen en infecties.


Functies albumine:
- COD --> vochthuishouding. Bij een tekort ontstaat oedeem in de weefsels (zie afb.)
- Transport --> albumine vervoert o.a. bilirubine, calcium, hormomen, vrije vetzuren, medicijnen.

Slide 34 - Slide

Bepaling van albumine
Albumine kan op twee manieren bepaald worden:
- Colorimetrisch --> een kleurreagens bindt aan albumine in zuur milieu. Dit wordt fotometrisch gemeten. Hoe sterker de kleur, des te meer albumine is aanwezig. 



- Immunoturbidimetrisch of immunonefelometrisch: 
Er wordt een complex gevormd tussen albumine en anti-albumine. 
Het complex zorgt voor lichtverstrooiing. 
De turbidimeter meet doorgelaten licht. (CRP, immuunglobulines,
routinematige eiwitanalyses)
De nefelometer de verstrooiing. (lichte vrije ketens zoals 
M-proteïne, sommige hormonen, eiwitten die in lage concentraties
aanwezig zijn, maar ook CRP en immuunglobulines)

Slide 35 - Slide

Klinische interpretatie van een afwijkende concentratie albumine in serum
Verlaagde albumine concentratie:
- Verminderde synthese (ondervoeding en leverfunctiestoornis)
- Verhoogde afbraak (door maligniteiten)
- Verlies van albumine via maag-darmkanaal of nieren. 

Verhoogde albumine concentratie:
- Acute uitdroging

Slide 36 - Slide

Totaal eiwit (par 11.7.8.)
Het totaal eiwit in het plasma is ongeveer 70 g/L.

De meeste plasma-eiwitten worden in de lever aangemaakt m.u.v. hormonen en imuunglobulinen. 

Het totaal eiwit gehalte wordt colorimetrisch bepaald met een biureet reagens. Koperionen in het reagens reageren in een basisch milieu met de peptidebinding van de eiwitten tot een paarse gekleurd complex. 
 


Slide 37 - Slide

Klinische interpretatie van een afwijkende concentratie totaal eiwit in serum
Verlaagde waarde:
- door een verlaagde eiwitsynthese als gevolg van een leverziekte, malabsorptie, eiwitarme voeding of ondervoeding
- verhoogd eiwitverlies als gevolg van brandwonden, verlies via de darm, proteïnurie of nefrotisch syndroom

Verhoogde waarde:
- Uitdroging
- Sterke verhoging van imuunglobuline (o.a. M-proteïnen zoals gevonden bij bepaalde leukemiën)

Slide 38 - Slide

Als een arts wil weten of een patiënt levercelschade heeft. Welke testen vraag hij dan in ieder geval aan?
A
Bilirubine en ammoniak
B
Albumine en stollingstesten
C
Bilirubine, AF en GGT
D
ALAT, ASAT en LD

Slide 39 - Quiz

Vragen?

Slide 40 - Slide