Verleden tijd
Praten over vroeger:
Voltooide tijd: Ik heb gisteren met jou gepraat.
-> met hulpwerkwoord en voltooid deelwoord
Verleden tijd: Ik werkte gisteren op school.
-> Bij regelmatige werkwoorden op het einde: -te(n) of - de(n)
-> veel onregelmatige werkwoorden
Verleden tijd
Praten over vroeger:
Voltooide tijd: Ik heb gisteren met jou gepraat.
-> met hulpwerkwoord en voltooid deelwoord
Verleden tijd: Ik werkte gisteren op school.
-> Bij regelmatige werkwoorden op het einde: -te(n) of - de(n)
-> veel onregelmatige werkwoorden
Verleden tijd
Maak de stam: werken- werk wonen-woon
Kijk naar de laatste letter. Zit die in softketchup?
Ja: + te of + ten werkte werkten
Nee: + de of + den woonde woonden
Wat is de verleden tijd?
wij gaven
wij geefden
wij geven
wij geeften
Wat is de verleden tijd?
ik begint
ik beginde
ik begon
ik beginte
Wat is de verleden tijd?
Mario bleven
Mario blijft
Mario blijfde
Mario bleef
Wat is de verleden tijd?
jullie leerden
jullie lerden
jullie leerten
jullie geleerd
Wat is de verleden tijd?
zij denkte
zij dacht
zij denkde
zij gedacht
Wat is de verleden tijd?
hij plaatsde
hij plaatse
hij platste
hij plaatste
Wat is de verleden tijd?
zij komden
zij kwamen
zij kwam
zij kwamte
Wat is de verleden tijd?
jullie werkden
jullie warkten
jullie werkten
jullie werken
Wat is de verleden tijd?
ik kocht
ik kochd
ik koopte
ik koop
Wat is de verleden tijd?
Marie ziette
Marie ziet
Marie zagt
Marie zag
Wat is de verleden tijd?
jij gaat
jij ging
jij gaatte
jij gingt
Wat is de verleden tijd?
wij reisten
wij reizden
wij reisden
wij reizten
Wat is de juiste verleden tijd? Werken
Ik werkte
Ik werkten
Ik werkde
Ik werkden
Wat is de juiste verleden tijd? Leven
Wij leefte
Wij leeften
Wij leefden
Wij leefde
Wat is de juiste verleden tijd? Zijn
jij zijnde
jij was
jij waren
jij bent geweest
Wat is de juiste verleden tijd? Gaan
jullie gangen
jullie gingen
jullie gongen
jullie zijn gegaan
Wat is de juiste verleden tijd? Hebben
hij heefde
hij heefte
hij heeft gehad
hij had
Wat is de juiste verleden tijd? Wonen
Zij heeft gewoond
Zij wonde
Zij woonde
Zij woonte
Wat is de juiste verleden tijd? Reizen
Ik reizte
Ik reiste
Ik rees
Ik reisde
Wat is de juiste verleden tijd? Antwoorden
Zij antwoorden
Zij antwoordden
Zij antwoordt
Zij antwoordde
Wat is de juiste verleden tijd? Zuchten
Hij zuchtte
Hij zuchte
Hij zocht
Hij zuchtten
Wat is de juiste verleden tijd? Fietsen
De man fiesten
De man fietstte
De man fietste
De man fietsten