Hoofdstuk 8 §3 & §4

Hoofdstuk 8 rekenen
Decimale getallen.
Breuken optellen en aftrekken.
Voorkennis.
Doelstelling.
Afsluiten.
1 / 16
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 8 rekenen
Decimale getallen.
Breuken optellen en aftrekken.
Voorkennis.
Doelstelling.
Afsluiten.

Slide 1 - Slide

Doelstelling:
Breuken optellen en aftrekken.
Decimale getallen vermenigvuldigen.
Decimale getallen optellen en aftrekken.

Slide 2 - Slide

Wat zijn decimale getallen?
Aan de onderkant van de getallenlijn zie je de hele getallen.
aan de boven kant zie je het getal 0,5 en 2,8. Dit zijn getallen met 1 decimaal.
Decimale getallen optellen, aftrekken en vermenigvuldigen.

Slide 3 - Slide

Decimale getallen optellen, aftrekken en vermenigvuldigen.
getallen kunnen meer decimalen hebben.
Aan de onderkant van de getallenlijn zie je  getallen met 1 decimaal.
aan de boven kant zie je het getallen met 2 decimalen.

Slide 4 - Slide

Decimale getallen optellen en aftrekken.
Sleep de getallen naar het juiste vak op de getallen lijn.
0,55
0,19
0,34
0,24
0,46

Slide 5 - Drag question

Decimale getallen optellen, aftrekken en vermenigvuldigen.
een macht berekenen met de rekenmachine.
je kan sommen gewoon met de rekenmachine maken.
Let wel op de volgorde!
de punt in plaats van een komma
punt
Met de punt maak je een decimaal getal met jouw rekenmachine.
.

Slide 6 - Slide

bereken de uitkomst?
0,5 x 4 - 6 x 0,2 =
A
1
B
0,8
C
1,2
D
0,6

Slide 7 - Quiz

bereken de uitkomst?
3,2 - 2,8 : 4 + 1,6 =
A
4,1
B
1,7
C
6,4
D
0,071428

Slide 8 - Quiz

Breuken optellen en aftrekken.
Als breuken gelijknamig zijn kan je optellen en aftrekken.
Anders moet je ze eerst gelijknamig maken.

Slide 9 - Slide

Breuken optellen en aftrekken.
De rekenmachine kan breuken die niet gelijknamig zijn gewoon optellen en aftrekken.
breuken kan je op de rekenmachine invoeren.
breuken invoeren
Met de "n/d" toets kan je een breuk typen.
n/d

Slide 10 - Slide

Breuken optellen en aftrekken.
Als breuken niet gelijknamig zijn moet je ze eerst gelijknamig maken, voordat je ze bij elkaar optelt of van elkaar aftrekt.

Slide 11 - Slide

Breuken optellen en aftrekken.
hele getallen met breuken invoeren.
Breuken met hele getallen invoeren.
breuken invoeren
Met de "n/d" toets kan je een breuk typen.
n/d
breuk met heel getal
Met de "2nd" toets kan je de functie die boven het knopje staat invoeren.
2nd

Slide 12 - Slide

bereken:
32+54=
A
1522
B
86
C
1157
D
56

Slide 13 - Quiz

bereken:
264+152=
A
356
B
1561
C
3151
D
4151

Slide 14 - Quiz

Doelstelling:
Breuken optellen en aftrekken.
Decimale getallen vermenigvuldigen.
Decimale getallen optellen en aftrekken.

Slide 15 - Slide

Hoofdstuk 8 rekenen
Volgende les:
8.5 breuken vermenigvuldigen.
Maak opdracht:
8.6 rekenen met procenten.
20 t/m 38 van hoofdstuk 8.1 & 8.2

Slide 16 - Slide