This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.
Lesson duration is: 50 min
Report this lesson
Items in this lesson
Welkom
Paragraaf 1.4 Terugrekenen met procenten
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Video
Lesdoelen
Je leert het geheel te berekenen.
Je leert de oude situatie te berekenen naar een stijging.
Je leert de oude situatie te berekenen naar een daling.
Slide 3 - Slide
Wat heb je gisteren gegeten?
Slide 4 - Open question
Voorkennis
Wat weet je al?
Slide 5 - Slide
Uit hoeveel woorden bestaat het eerste lesdoel?
A
3
B
4
C
5
D
6
Slide 6 - Quiz
Uitleg theorie
Belangrijk! Leren met YouTube
Kijk naar de filmpjes van Math with Menno op YouTube voor uitleg.
Math with Menno legt moeilijke wiskundige concepten op een eenvoudige manier uit.
Wat moet je doen na het kijken van een filmpje?
Oefenen, oefenen, oefenen: Het is heel belangrijk dat je na het kijken van de filmpjes zelf aan de slag gaan met oefenopgaven.
Stel vragen: Als er iets niet duidelijk is, vraag dan hulp van je leraar of klasgenoten.
De filmpjes zijn een startpunt: Gebruik de filmpjes om te beginnen met leren, maar vertrouw niet alleen op de filmpjes. Het echte begrijpen komt van het zelf doen van de opgaven.
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Video
Slide 9 - Video
Incl. BTW
%
€
Een scooter kost €2000 incl. BTW, hoeveel kost hij excl. BTW?
Slide 10 - Slide
Wat heb je geleerd van dit filmpje?
Slide 11 - Open question
De scooter kost (2000:121x100)
€1652,89 excl. BTW
Incl. BTW
%
kosten
100
1652,89
2000
////
121
1
incl. BTW is 121%
!
excl. BTW is 100%
!
Een scooter kost €2000 incl. BTW, hoeveel kost hij excl. BTW?
Let op:
incl. BTW is altijd 100% <div>excl. BTW is 121% of 106%</div>
!
Slide 12 - Slide
wat weet je
wat moet je weten
waar komen de 1 en de ///
uitrekenen
% terugrekenen
aantal
%
100
6 leerlingen in de klas dragen een bril, dat is 27,3% van alle leerlingen.
Hoeveel leerlingen zitten in de klas?
Slide 13 - Slide
Schrift
Neem het voorbeeld over in je schrift.
Het voorbeeld staat bij de volgende dia (deze neem je over).
Slide 14 - Slide
Er zitten (6:27,3x100)
22 leerlingen in de klas
wat weet je
wat moet je weten
waar komen de 1 en de ///
uitrekenen
% terugrekenen
aantal
%
22,0
6
100
27,3
////
1
2
4
1
1
3
3
6 leerlingen in de klas dragen een bril, dat is 27,3% van alle leerlingen.
Hoeveel leerlingen zitten in de klas?
Slide 15 - Slide
Neem het voorbeeld over in je schrift.
Slide 16 - Open question
Je kan het!
Enkele oefeningen...
Slide 17 - Slide
Het aantal inwoners van een stad stijgt met 6% per jaar, de groeifactor is dan:
A
6
B
1,06
C
1,6
Slide 18 - Quiz
De rente op je spaargeld is 1,2%, de groeifactor is dan:
A
1,2
B
1,02
C
1,012
Slide 19 - Quiz
Het aantal haaien daalt met 6,7 % per jaar, de groeifactor is dan:
A
0,933
B
93,3
C
1,067
Slide 20 - Quiz
In een aquarium zitten 7 rode vissen en dat is 58.3%.
Hoeveel vissen zitten in de aquarium?
procent
euro
12
100
7
1
X
58,3
Procent
Aantal
5
41,7
Slide 21 - Drag question
Kader 3 zijn er 52 leerlingen online en dat is 68,4%. Hoeveel leerlingen zitten op 3 kader?
procent
euro
76
100
52
1
X
68,4
Aantal
Procent
24
31,6
Slide 22 - Drag question
In een aquarium zitten 5 rode vissen en dat is 20,1%.
Hoeveel vissen zitten in de aquarium?
procent
euro
24
100
5
1
X
20,1
Aantal
Procent
19
79,9
Slide 23 - Drag question
Nora koopt een cd in de opruiming. Ze heeft er €6,95 voor betaald en heeft 59% korting gekregen? Hoeveel kosten de cd eerst (dus voor de korting)?
Sleep de juiste getallen in de verhoudingstabel.
16,95
100
6,95
1
X
59
Bedrag
Procent
41
10,00
Slide 24 - Drag question
In de winkelstraat lopen 140 mensen rond. Er worden 119 mensen gevraagd om mee te doen aan een enquete. Hoeveel procent van de mensen is ondervraagd?
140
140
119
X
1
85
Slide 25 - Drag question
Een tv kost nu €436 en hierdoor 12,5% goedkoper geworden. Hoeveel kostte de tv voordat hij goedkoper werd. Rond af op hele euro's.
Slide 26 - Open question
De huurprijs is met 4,7 % verhoogd. De nieuwe huurprijs is €575,30.
Bereken de oude huurprijs.
Slide 27 - Open question
Inclusief 21% btw kost een laptop €599,-. Bereken de prijs exclusief btw.
Slide 28 - Open question
In 2008 zijn 321000 mensen werkloos. Dit is 4,2% van de gehele groepsbevolking. Reken uit hoeveel de gehele groepsbevolking is.
Slide 29 - Open question
Een cd is in de opruiming 45,5% goedkoper geworden. De cd kost nu € 11,99. Hoeveel kostte de cd voor de opruiming?
Slide 30 - Open question
Deze zomer is Frankrijk de favoriete bestemming voor kampeerders. Maar liefst 1 120 000 Nederlanders kamperen daar. Dat is 40,5% van alle Nederlanders die in het buitenland kamperen. Hoeveel Nederlanders kiezen voor een kampeervakantie in het buitenland.
Slide 31 - Open question
Huiswerk
Maak in deze les:
Opgave 37 t/m opgave 45
blz 22
Succes!
Slide 32 - Slide
Nakijken
Je gaat eerst het huiswerk van de deze (of vorige) les nakijken.
1. Gebruik hiervoor een andere kleur pen.
2. Zet een krulletje of vinkje bij de opgave die goed zijn.
3. Verbeter je antwoorden.
Slide 33 - Slide
Maak een foto van je gemaakte sommen
Slide 34 - Open question
Maak een foto van je gemaakte sommen
Slide 35 - Open question
Wat heb je geleerd van deze les?
Slide 36 - Open question
Wat vind je nog moeilijk aan deze les?
Slide 37 - Open question
Lesafsluiting
Met de volgende opgave kun je laten zien dat wat je geleerd hebt vandaag ook kunt!
Klaar voor de quiz?
Slide 38 - Slide
In een aquarium zitten 5 rode vissen en dat is 20,1%.
Hoeveel vissen zitten in de aquarium?
procent
euro
24
100
5
1
X
20,1
Aantal
Procent
19
79,9
Slide 39 - Drag question
Nora koopt een cd in de opruiming. Ze heeft er €6,95 voor betaald en heeft 59% korting gekregen? Hoeveel kosten de cd eerst (dus voor de korting)?