Handig rekenen: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en breuken

Handig rekenen met staartdelingen en breuken

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorStudievaardighedenBasisschoolGroep 7

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Handig rekenen met staartdelingen en breuken

Wat weet je al over verschillende manieren van rekenen, zoals staartdelingen en breuken vereenvoudigen?

Leerdoel

Aan het einde van de les kun je sommen maken met staartdelingen, cijferen, plus, min, keer, deelsommen en breuken vereenvoudigen.

Rekenen: welke manieren bestaan er?

Plus, min, keer & delen

Staartdelingen & cijferen

Dit zijn de basisbewerkingen: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Je gebruikt ze elke dag!

Met staartdelingen en cijferen kun je grote sommen stap voor stap oplossen. Denk aan delen of vermenigvuldigen met getallen boven de tien.

Stap voor stap een staartdeling maken

Bij een staartdeling verdeel je een groot getal in kleine stappen. Je schrijft elke stap onder elkaar om overzicht te houden.

Breuken: wat kun je ermee?

Breuken kun je kleiner maken door teller en noemer te delen door hetzelfde getal.

Breuken optellen of aftrekken? Dan maak je eerst de noemers gelijk!

Optellen & aftrekken

Vereenvoudigen

Oefenen en herhalen

Probeer nu zelf een staartdeling, cijfer een moeilijke som uit of vereenvoudig een breuk. Waar ben jij al goed in? Waar wil je nog beter in worden?

Wat is de eerste stap bij vereenvoudigen?

A

Verander de breuk naar een gemengd getal.

B

gebruik het eerst de noemer

C

Verdeel de teller door de noemer.

D

Tel de tellers op.

Wat is de noemer van 3 1/4?

A

3

B

1/4

C

4

D

1

hoe pak je een staartdeling aan?

wat is de volgorde hoe je een staartdeling aanpakt

1

deel en schrijf op

2

je komt achter het antwoord

3

je schrijft de som op

4

reken alles bij elkaar op

5

kijk naar de eerste cijfers

wat is een staartdeling

A

plus

B

min

C

keer

D

delen

Wat gebeurt er met de noemers?

A

Ze worden gelijkgemaakt.

B

Ze worden vermenigvuldigd.

C

Ze worden opgeteld.

D

Ze blijven hetzelfde.

Hoe vereenvoudig je een breuk?

A

Door de breuk te vermenigvuldigen.

B

Door de teller en noemer te delen.

C

Door de noemer te negeren.

D

Door de breuk om te draaien.

Hoe schrijf je een staartdeling op?

A

Met een lange lijn

B

Met cijfers onder elkaar

C

Met symbolen

D

Met letters

Wat is het doel van staartdelingen?

A

Helder weergeven van delingen

B

Delen van grote getallen

C

Optellen van getallen

D

Vermenigvuldigen van getallen

Wat gebruik je in een staartdeling?

A

Cijfers

B

Afbeeldingen

C

Rekenregels

D

Letters

Wat is een voorbeeld van een staartdeling?

A

56 : 8

B

7 x 6

C

5 + 3

D

144 : 12