Wederkerende werkwoorden. Dagelijkse routines in het Spaans

Wederkerende werkwoorden. Dagelijkse routines in het Spaans

1 / 10
next
Slide 1: Slide
New lesson editorSpaansHBOStudiejaar 4

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 5 min

Items in this lesson

Wederkerende werkwoorden. Dagelijkse routines in het Spaans

Vergelijking persoonlijke voornaamwoorden

Spaans

yo, tú, usted, él, ella, nosotros/as, vosotros/as, ustedes, ellos/ellas

ik, jij, u, hij, zij, wij, jullie, zij

Nederlands

Wat zijn wederkerende werkwoorden?

Wederkerende werkwoorden (verbos pronominales) gebruiken een wederkerend voornaamwoord, zoals bij 'me lavo' (ik was me).

Voorbeelden uit het dagelijks leven

Structuur in Spaans en Nederlands

In het Spaans staat het wederkerend voornaamwoord vóór het werkwoord: 'Me levanto'. In het Nederlands komt het erna: 'Ik was me.'

Niet-wederkerende werkwoorden

Niet alle werkwoorden zijn wederkerend. Bijvoorbeeld: 'trabajar' (werken), 'comer' (eten), 'salir' (vertrekken).