Hfst.6.1 Breuken

Hfst.6.1 & 6.2 Breuken



1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenISK

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hfst.6.1 & 6.2 Breuken



Open met een herkenbaar beeld: iets delen in gelijke stukken. Leg nog niet te veel uit; wek vooral het idee dat een breuk laat zien welk deel je hebt.

Lesdoel

Aan het einde van de les kun je uitleggen wat een breuk is en

de teller en noemer benoemen.

This item has no instructions

Een pizza is verdeeld in 6 gelijke stukken.

Je eet 1 stuk.



Dan eet je van de pizza.


Dat is: één van de zes gelijke stukken.

Wat is een breuk?

Wijs aan: 4 stukken in totaal, 1 stuk genomen. Koppel meteen taal aan beeld: één vierde, een kwart.

Een breuk lezen

Bij de breuk lees je:


één zesde


Dit betekent:

  • 1 stuk gegeten

  • van 6 gelijke stukken in totaal

Gebruik hardop lezen als steun voor taalontwikkeling: drie vierde, niet drie gedeeld door vier in deze lesfase.

Laat leerlingen steeds omhoog wijzen bij de teller: boven = hoeveel stukken je hebt.

Laat leerlingen steeds omhoog wijzen bij de teller: boven = hoeveel stukken je hebt.

Nog een voorbeeld

3/4 betekent:


drie van de vier gelijke delen


Dit noemen we drie kwart.

Laat het verschil horen tussen 1/4 = een kwart en 3/4 = drie kwart.

TextOpgave 1,2,3,4

blz. 98-100

20

minute

00

second

Laat leerlingen steeds omhoog wijzen bij de teller: boven = hoeveel stukken je hebt.

Wat betekent 1/4?

A

één van vier

B

vier van één

C

één van drie

D

vier gelijke delen

Toetst het basisidee van een breuk na de uitleg over geheel, gelijke stukken en het pizza-voorbeeld.

Vul de goede woorden in

Een breuk is een deel van een geheel. Bij 3/4 is 3 de teller. Die staat boven. Het getal 4 is de noemer. Die staat onder.

geheel
teller
noemer
kwart
helft
stukken
derde

Herhaalt de kernwoorden uit deze subtopic: geheel, teller, noemer.

Hoe noem je 1/2?

A

een derde

B

een half

C

een kwart

D

drie kwart

Controleert of leerlingen de veelvoorkomende breuken kunnen koppelen aan de juiste naam.

Vul de breukwoorden in

1/3 is één van de drie gelijke delen. Dat noem je een derde. Bij 3/4 heb je drie van de vier gelijke delen. Dat noem je drie kwart.

drie
derde
drie
kwart
twee
half
noemer
teller

Laat leerlingen de taal van breuken actief gebruiken: derde en kwart.

Begrippenlijst

breuk - een deel van een geheel

geheel - alles samen

gelijke stukken - stukken die even groot zijn

teller - het getal boven in de breuk

noemer - het getal onder in de breuk

breukstreep - gedeeld door

kwart

half

This item has no instructions