Hfst.6.1 & 6.2 Breuken
Hfst.6.1 & 6.2 Breuken
Open met een herkenbaar beeld: iets delen in gelijke stukken. Leg nog niet te veel uit; wek vooral het idee dat een breuk laat zien welk deel je hebt.
Lesdoel
Aan het einde van de les kun je uitleggen wat een breuk is en
de teller en noemer benoemen.
This item has no instructions
Een pizza is verdeeld in 6 gelijke stukken.
Je eet 1 stuk.
Dan eet je van de pizza.
Dat is: één van de zes gelijke stukken.
Wat is een breuk?
Wijs aan: 4 stukken in totaal, 1 stuk genomen. Koppel meteen taal aan beeld: één vierde, een kwart.
Een breuk lezen
Bij de breuk lees je:
één zesde
Dit betekent:
1 stuk gegeten
van 6 gelijke stukken in totaal
Gebruik hardop lezen als steun voor taalontwikkeling: drie vierde, niet drie gedeeld door vier in deze lesfase.
Laat leerlingen steeds omhoog wijzen bij de teller: boven = hoeveel stukken je hebt.
Laat leerlingen steeds omhoog wijzen bij de teller: boven = hoeveel stukken je hebt.
Nog een voorbeeld
3/4 betekent:
drie van de vier gelijke delen
Dit noemen we drie kwart.
Laat het verschil horen tussen 1/4 = een kwart en 3/4 = drie kwart.
TextOpgave 1,2,3,4
blz. 98-100
minute
second
Laat leerlingen steeds omhoog wijzen bij de teller: boven = hoeveel stukken je hebt.
Wat betekent 1/4?
één van vier
vier van één
één van drie
vier gelijke delen
Toetst het basisidee van een breuk na de uitleg over geheel, gelijke stukken en het pizza-voorbeeld.
Vul de goede woorden in
Een breuk is een deel van een geheel. Bij 3/4 is 3 de teller. Die staat boven. Het getal 4 is de noemer. Die staat onder.
Herhaalt de kernwoorden uit deze subtopic: geheel, teller, noemer.
Hoe noem je 1/2?
een derde
een half
een kwart
drie kwart
Controleert of leerlingen de veelvoorkomende breuken kunnen koppelen aan de juiste naam.
Vul de breukwoorden in
1/3 is één van de drie gelijke delen. Dat noem je een derde. Bij 3/4 heb je drie van de vier gelijke delen. Dat noem je drie kwart.
Laat leerlingen de taal van breuken actief gebruiken: derde en kwart.
Begrippenlijst
breuk - een deel van een geheel
geheel - alles samen
gelijke stukken - stukken die even groot zijn
teller - het getal boven in de breuk
noemer - het getal onder in de breuk
breukstreep - gedeeld door
kwart
half
This item has no instructions