Microbiologie
Reservevoedsel, sporen, kleuringen en determinatie
OP 1 Levensmiddelenindustrie · Laboratoriumtechniek
Microbiologie
Reservevoedsel, sporen, kleuringen en determinatie
OP 1 Levensmiddelenindustrie · Laboratoriumtechniek
Sleep de juiste antwoord naar de celwand samenstelling.
Grampositief
Gramnegatief
Een bacterie kleurt na de Gramkleuring rood. Welke uitspraak klopt?
Dikke peptidoglycaanlaag, geen buitenmembraan
Dunne peptidoglycaanlaag met een buitenmembraan
Dikke peptidoglycaanlaag met teichoïnezuren
Bacterie heeft geen celwand
Welk onderdeel van de flagel werkt als draaimotor?
Het filament
De haak
Het basaal lichaam
De peptidebrug
Pili bepalen of een bacterie beweeglijk is.
Waar
Niet waar
Een bacterie zonder flagellen is dood.
Waar
Niet waar
Sleep onderdeel van een bacteriële celwand naar de juiste plek.
NAM
NAG
Peptideketen
OVERZICHT
Leerdoelen
1 Reservevoedsel en sporen
reservekorrels benoemen en uitleggen waarom ze bestaan
sporogenese en kieming beschrijven
eigenschappen en ligging van endosporen
belang van sporen voor levensmiddelen
2 Kleuringen
vorm en rangschikking herkennen (methyleenblauw)
de 4 stappen van de Gramkleuring + waarom het werkt
fouten bij de Gramkleuring voorkomen
3 Determinatie Gram-negatieve staven
Pseudomonadaceae en Enterobacteriaceae
oxidasetest uitvoeren en aflezen
media van de bonte rij aflezen
met schema en tabel een soort op naam brengen
1
Reservevoedsel en sporen
Hoe bacteriën slechte tijden overleven
RESERVEVOEDSEL
Voedsel opslaan voor later
Wat?
Overschot aan voedsel wordt opgeslagen als korrels in het cytoplasma (inclusies / granulen)
Bij tekort: korrels afbreken → energie en bouwstoffen
Waarom als korrel?
Kleine moleculen worden aan elkaar gekoppeld tot één groot polymeer
Duizenden glucose → één glycogeen = één deeltje voor de osmose → geen extra wateropname
Let op: je hoeft niet de verschillende korrels te kennen. Je moet alleen weten dat er korrels in het cytoplasma zitten voor als er een tekort is aan voedingsstoffen voor de bacterie.
SPORENVORMING
De endospore: een overlevingsvorm
Endospore = slapende, extreem taaie vorm die binnen in de cel ontstaat (endo = binnen).
Bacillus
Gram-positieve staaf
aeroob of facultatief anaeroob
bijv. B. subtilis, B. cereus
Clostridium
Gram-positieve staaf
anaeroob (groeit zonder zuurstof)
bijv. C. botulinum, C. perfringens
Wanneer?
Bij ongunstige omstandigheden: tekort aan koolstof (glucose) of stikstof
Groei vertraagt → signaal voor sporenvorming. Snelle groei en sporenvorming gaan nooit samen.
SPORENVORMING
Sporogenese en kieming
SPORENVORMING
Eén cel → één spore → één cel
1 bacterie
1 spore
1 bacterie
Het aantal cellen neemt niet toe → sporenvorming is overleven, géén voortplanting
SPORENVORMING
Waarom is een spore zo taai?
3 redenen
Weinig water in de kern
Calcium-dipicolinaat beschermt DNA en eiwitten
Dikke lagen: cortex (peptidoglycaan) + sporemantel (eiwit)
SPORENVORMING
Ligging van de spore
De ligging (centraal, subterminaal, terminaal) en of de cel vervormt, verschilt per soort → handig kenmerk bij determinatie.
Deze endospore ligt..
Centraal
Subterminaal
Terminaal
IN DE PRAKTIJK
Sporen in de levensmiddelenindustrie
72 °C
pasteuriseren
doodt vegetatieve cellen, géén sporen
121 °C
steriliseren
doodt ook sporen (autoclaaf, conserven)
Risico’s
C. botulinum – groeit in slecht gesteriliseerde conserven, maakt botulinetoxine
B. cereus – overleeft koken van rijst; rijst lang warm laten staan → braakgif
C. perfringens – grote pannen vlees/jus die langzaam afkoelen
In het lab
Voedingsbodems en materiaal steriliseren in de autoclaaf: 121 °C, 15–20 min
Bij het steriliseren in de autoclaaf doodt je zowel de levende cellen als de endosporen.
Waar
Niet waar
2
Kleuringen
Bacteriën zichtbaar maken onder de microscoop
Welke kleuringen van bacteriën ken je?
KLEURINGEN
Waarom kleuren?
Het probleem
Bacteriën zijn klein (1–5 µm) en bijna doorzichtig
Kleuren geeft contrast → vorm, celwand, sporen
Twee soorten
Enkelvoudig: één kleurstof, alles dezelfde kleur (methyleenblauw)
Differentieel: meer kleurstoffen, groepen verschillend gekleurd (Gram, spore)
Eerst een preparaat maken:
1
Uitstrijken
dun uitstrijken op objectglaasje
2
Drogen
aan de lucht laten drogen
3
Fixeren
3× kort door de vlam: cellen dood en vastgeplakt
METHYLEENBLAUWKLEURING
Vorm en rangschikking
Let op
Alle cellen kleuren blauw
Rangschikking ontstaat doordat cellen na deling aan elkaar blijven zitten
Rangschikking zie je het best uit een vloeibare cultuur (bouillon)
GRAMKLEURING
De vier stappen
Wat onderscheid je met de gramkleuring?
GRAMKLEURING
Waarom werkt het? De celwand!
Gram-positief → paars
dikke laag peptidoglycaan
ethanol onttrekt water → laag krimpt → complex zit gevangen
Gram-negatief → rood
dunne laag + buitenmembraan (vetachtig)
ethanol lost buitenmembraan op → complex spoelt uit → kleurloos → fuchsine: rood
Onthoud: Gram-Positief = Paars, Gram-negatief = rood. Het verschil ontstaat bij het ontkleuren.
GRAMKLEURING
Zo ziet het eruit
Bacillus subtilis
Gram + staven (paars)
Escherichia coli
Gram − staven (rood)
Staphylococcus aureus
Gram + coccen in trosjes
Wat voor soort bacterie is het onderstaande plaatje?
Grampositieve coc
Gramnegatieve coc
Grampositieve bacilli
Gramnegatieve bacilli
SPOREKLEURING
Sporen groen, cellen rood
1
Malachietgroen + verwarmen
± 5 min boven kokend waterbad (stoom): kleurstof dringt in de spore. Niet laten droogkoken.
2
Spoelen met water
vegetatieve cellen verliezen de groene kleur, sporen houden hem vast
3
Safranine
tegenkleuring (± 30 s – 1 min): vegetatieve cellen worden rood
Sporekleuring: sporen groen, vegetatieve cellen rood
Het onderstaande plaatje is een..
Differentiële kleuring
Enkelvoudige kleuring
KLEURINGEN
Overzicht
Samenvatting
Reservevoedsel & sporen
Voedsel opgeslagen als polymeer in korrels
Endospore bij Bacillus en Clostridium: overleven, geen voortplanting
Sporen overleven koken; alleen sterilisatie (121 °C) doodt ze
Kleuringen
Methyleenblauw: vorm en rangschikking
Gram: kristalviolet → lugol → ethanol → fuchsine
Gram + paars, Gram − rood; sporen groen