§3.3 Hoe is het geregeld?

§3.3 hoe is het geregeld?
Als je een baan krijgt, ga je ervan uit dat alles goed geregeld is. Maar houdt je werkgever zich wel aan alle regels en wetten? In deze paragraaf leer je waar je recht op hebt en hoe je door de wet wordt beschermd.
1 / 22
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

§3.3 hoe is het geregeld?
Als je een baan krijgt, ga je ervan uit dat alles goed geregeld is. Maar houdt je werkgever zich wel aan alle regels en wetten? In deze paragraaf leer je waar je recht op hebt en hoe je door de wet wordt beschermd.

Slide 1 - Slide

Leerdoelen:
  1.  Je weet voor wie een cao geldt en wat erin geregeld is.
  2.  Je kunt met gegeven informatie het nettoloon berekenen.
  3.  Je weet hoe in de wet het minimumloon geregeld is.
  4.  Je weet welke wetten jou als werknemer kunnen beschermen.
  5.  Je hebt paragraaf 3.3 goed begrepen.

Slide 2 - Slide

Leerdoel 1:
Je weet voor wie een cao geldt en wat erin geregeld is.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Bedenk twee goede afspraken die jij wilt maken met je werkgever.

Slide 5 - Open question

Slide 6 - Slide

Afspraken maken...
Maar voor wie?
Ieder bedrijf voor zichzelf... elke keer opnieuw?

Kun je voor "dezelfde" bedrijven, dezelfde afspraken maken?

Slide 7 - Slide

Afspraken maken
Alle werkgevers in een bedrijfstak spreken samen met de werknemers af welke arbeidsvoorwaarden er gelden voor alle mensen in die bedrijfstak.
Bijvoorbeeld afspraken over werktijden, loon en vakantiedagen.
Dit wordt vastgelegd in een CAO (Collectieve ArbeidsOvereenkomst )

Slide 8 - Slide

Welke afspraken zouden er in een CAO moeten staan?

Slide 9 - Mind map

Leerdoel 2:
Je kunt met gegeven informatie het nettoloon berekenen.

Slide 10 - Slide

Wat is wat?
Brutoloon = Wat je betaald krijgt voor jouw werk.
Inhoudingen = Loonbelasting en andere bedragen die van het nettoloon worden ingehouden door de overheid. De overheid gebruikt dit om bijv. uitkeringen te betalen.
Nettoloon = Het geld dat je op jouw bankrekening krijgt voor het werk dat je deed.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Het brutoloon is € 1.253,-.
De inhoudingen zijn € 375,-.
Wat is het nettoloon?

Slide 13 - Open question

Je verdient € 2.757 bruto per maand. De inhoudingen zijn 34,8%.
Bereken het nettoloon.

Slide 14 - Open question

Je verdient € 2.457 netto per maand. De inhoudingen zijn € 989.
Bereken het Brutoloon.

Slide 15 - Open question

Leerdoel 3:
Je weet hoe in de wet het minimumloon geregeld is.

Slide 16 - Slide

Wettelijk minimumloon
  • Iedereen die gaat werken, heeft recht op het wettelijk minimumloon
  • In de wet staat iedereen van 21 jaar en ouder moet in ieder gavel dit verdienen.
  • Tussen de 15 en 21 jaar bent, geldt het minimumjeugdloon. Afhankelijk van je leeftijd krijg je een bepaald percentage van het minimumloon

Slide 17 - Slide

In de Arbowet (arbo = arbeidsomstandigheden) staan regels voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. In de bouw moet je bijvoorbeeld veiligheidsschoenen dragen of een veiligheidsbril. Op kantoor moet er voldoende daglicht zijn. Ook moet je er een goede bureaustoel en een goed beeldscherm hebben.
In de Arbeidstijdenwet staan regels voor werk- en rusttijden. Voor jongeren gelden speciale regels.

Slide 18 - Slide

Leerdoel 4:
Je weet welke wetten jou als werknemer kunnen beschermen.

Slide 19 - Slide

Een werknemer wil alle pauzes doorwerken, zodat hij eerder klaar is. Van zijn werkgever moet hij wel pauzes nemen.

In welke wet is dit geregeld?
A
Wet minimumloon
B
Arbowet
C
Arbeidstijdenwet

Slide 20 - Quiz

§3.3 hoe is het geregeld?
Als je een baan krijgt, ga je ervan uit dat alles goed geregeld is. Maar houdt je werkgever zich wel aan alle regels en wetten? In deze paragraaf leer je waar je recht op hebt en hoe je door de wet wordt beschermd.

Slide 21 - Slide

Leerdoelen:
  1.  Je weet voor wie een cao geldt en wat erin geregeld is.
  2.  Je kunt met gegeven informatie het nettoloon berekenen.
  3.  Je weet hoe in de wet het minimumloon geregeld is.
  4.  Je weet welke wetten jou als werknemer kunnen beschermen.
  5.  Je hebt paragraaf 3.3 goed begrepen.

Slide 22 - Slide