Middellandse Zeegebied (Aardrijkskunde vwo), les 2: Examentraining

AARDE · MIDDELLANDSE ZEEGEBIED

Examentraining

Middellandse Zeegebied: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: spreiding beschrijven en verklaren, waterbalans interpreteren, mens en natuur relateren en maatregelen waarderen in het Middellandse Zeegebied.

Items in this lesson

AARDE · MIDDELLANDSE ZEEGEBIED

Examentraining

Middellandse Zeegebied: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Dietmar Rabich / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

AARDE · MIDDELLANDSE ZEEGEBIED

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over het Middellandse Zeegebied beantwoorden met een bron, een begrip en een volledige keten van mens en natuur.

This item has no instructions

AARDE · MIDDELLANDSE ZEEGEBIED

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is het vraagwoord? Beschrijf, verklaar, vergelijk, voorspel of beargumenteer.

  • 2. Zoek: welk deelgebied is het? Haal gegevens uit de bron: kaart, cijfers of tekst.

  • 3. Verbind: leg de keten: natuurlijk proces, menselijk handelen, gevolg.

  • 4. Schrijf: gebruik doordat en daardoor, noem het begrip en een gegeven uit de bron.

This item has no instructions

AARDE · MIDDELLANDSE ZEEGEBIED

Vraagtype 1: spreiding beschrijven en verklaren

  • Je krijgt een kaart of tekst en beschrijft eerst het patroon: waar wel, waar niet.

  • Verklaar daarna met de plaattektoniek: botsing, subductie of zijwaartse verschuiving.

  • Noem de plaatsen en platen uit de bron, zoals Napels, de Egeïsche plaat of de Anatolische plaat.

  • Een verklaring zonder het soort plaatgrens is te vaag.

Dit is het beschrijvende en verklarende vraagtype over spreidingspatronen. Laat leerlingen eerst het patroon in één zin noemen en dan pas de oorzaak.

Waarom liggen veel vulkanen in Zuid-Italië en Griekenland, maar niet in de Pyreneeën?

A

Daar duikt oceanische lithosfeer weg; bij de Pyreneeën botsen continenten

B

De Pyreneeën zijn ouder dan de Alpen en daarom uitgedoofd

C

Het droge klimaat in Spanje voorkomt vulkanisme

D

De aardkorst bij de Pyreneeën is te dik voor aardbevingen

Goed: subductie geeft vulkanisme, botsing van continenten geeft vooral plooiing. Verwachte fout: de leeftijd of het klimaat als reden noemen.

Beschrijf en verklaar de aardbevingen in Turkije.

Goed: de aardbevingen liggen langs grote breuken, zoals de Noord-Anatolische breuk; de Anatolische microplaat schuift zijwaarts langs de Euraziatische plaat en wordt westwaarts weggedrukt, waardoor spanning ontstaat die zich als aardbeving ontlaadt. Verwachte fout: alleen een ligging noemen zonder de beweging van de microplaat.

AARDE · MIDDELLANDSE ZEEGEBIED

Vraagtype 2: waterbalans interpreteren

  • Je krijgt gegevens over neerslag, verdamping en onttrekking en bepaalt het saldo.

  • Reken toevoer min afvoer en kijk of de uitkomst een tekort of overschot is.

  • Kijk ook per seizoen: een jaargemiddelde kan een zomertekort verbergen.

  • Vertaal het saldo naar gevolgen: grondwaterstand, verzilting, landbouw.

Deze vragen gebruiken denkbeeldige cijfers om het rekenen met de waterbalans te oefenen. Dit is het interpreterende vraagtype uit de syllabus.

Denkbeeldig gebied: 300 mm neerslag, 900 mm verdamping per jaar, geen rivier. Wat volgt?

A

Een overschot van 600 mm dat het grondwater aanvult

B

Een evenwicht, omdat de balans een gemiddelde is

C

Een tekort van 600 mm dat uit grondwater moet komen

D

Een tekort van 1200 mm door de getallen op te tellen

Goed: toevoer min verdamping geeft min 600 mm. Verwachte fout: optellen in plaats van aftrekken.

In een kustgebied daalt het grondwater elk jaar. Beredeneer wat dat voor de landbouw betekent.

Goed: boeren moeten dieper boren en dat kost meer; zeewater kan het zoete grondwater binnendringen, waardoor verzilting ontstaat; zilte bodem en zilt water geven lagere opbrengsten. Verwachte fout: alleen noemen dat er minder water is, zonder verzilting of kosten.

Bosbrand op het Griekse eiland Evia, augustus 2021

AARDE · MIDDELLANDSE ZEEGEBIED

Vraagtype 3: mens en natuur relateren

  • Je legt uit hoe een natuurlijk proces en menselijk handelen elkaar versterken.

  • Begin bij de oorzaak: brand, kap, begrazing of irrigatie.

  • Noem dan het natuurlijk proces: een hevige bui, droogte of verdamping.

  • Eindig bij het gevolg: bodemerosie, verzilting of landdegradatie.

Verklarend en voorspellend vraagtype met verticale relaties. Laat leerlingen op de foto de keten aanwijzen: brand, kale helling, erosiegevaar. Image credit: Pierre Markuse / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Na een bosbrand op een steile helling volgt een hevige herfstbui. Wat is het gevolg?

A

Verzilting, doordat zout water in de bodem opstijgt

B

Bodemerosie, doordat de begroeiing de bodem niet meer vasthoudt

C

Een hogere grondwaterstand door meer verdamping

D

Meer neerslag, doordat de rook wolken vormt

Goed: zonder begroeiing spoelt de kale bodem weg. Verwachte fout: verzilting kiezen, dat hoort bij irrigatie en zeewater.

Vergelijk Zuid-Italië en Zuid-Spanje: noem een verschil in platentektoniek en een in watergebruik.

Goed: Zuid-Italië heeft actieve vulkanen en aardbevingen door subductie, Zuid-Spanje ligt vooral in een alpien plooiingsgebied met gebergten als de Sierra Nevada; Zuid-Spanje gebruikt veel water voor irrigatie en kassen. Verwachte fout: twee gegevens over hetzelfde gebied noemen in plaats van een vergelijking.

AARDE · MIDDELLANDSE ZEEGEBIED

Vraagtype 4: maatregelen waarderen

  • Je beoordeelt een maatregel: is hij duurzaam, en voor wie?

  • Noem voordelen en nadelen en weeg ze af: kosten, energie, natuur.

  • Geef een oordeel met een argument en een voorbehoud.

  • Gebruik de begrippen duurzaam water- en landgebruik of hazard management.

Waarderend vraagtype: oordeel, norm, waarde en voorbehoud. Beoordeel een antwoord op de aanwezigheid van zowel een argument als een nuancering.

Welke maatregel past bij duurzaam water- en landgebruik in een kassengebied?

A

Extra diepe putten boren voor meer grondwater

B

De kassen verder uitbreiden langs de kust

C

Gewassen kiezen die meer water vragen

D

Druppelirrigatie en hergebruik van afvalwater

Goed: minder verdamping en minder onttrekking. Verwachte fout: meer grondwater oppompen als oplossing zien.

Beargumenteer of ontzilting de oplossing is voor het watertekort in Zuid-Spanje.

Goed: voor: water los van neerslag, droogte-bestendig voor steden en kassen; tegen: veel energie, pekel in zee en kosten. Een goed antwoord besluit met een voorbehoud, bijvoorbeeld: alleen duurzaam met zonne-energie en samen met zuinig gebruik. Verwachte fout: alleen voor of alleen tegen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Spreiding beschrijven en verklaren

2

Waterbalans interpreteren

3

Mens en natuur relateren

4

Maatregelen waarderen

This item has no instructions

AARDE · MIDDELLANDSE ZEEGEBIED

Tips voor op het examen

  • Noem bij elke verklaring het soort plaatgrens of het soort proces; een ligging alleen is geen verklaring.

  • Reken bij een waterbalans altijd toevoer min afvoer, en kijk ook naar het droge seizoen.

  • Sluit een beargumenteervraag af met een voorbehoud: onder welke voorwaarde klopt je oordeel?

This item has no instructions