Ik herken een werkwoord

Werkwoorden

1 / 19
next
Slide 1: Slide
New lesson editorTaalSpeciaal OnderwijsLeerroute 5

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Werkwoorden

Wat zijn werkwoorden?

Werkwoorden

Wat zijn in de volgende zinnen de werkwoorden?

Op een dag zit supermeester in de klas

A

dag

B

supermeester

C

een

D

zit

Hij geeft les aan kinderen die thuis waren

A

geeft

B

aan

C

kinderen

D

thuis

Supermeester is de liefste meester van de hele wereld.

A

de

B

van

C

is

D

wereld

Midden in de online les hoort hij een dier

A

midden

B

hoort

C

hij

D

dier

Dat dier zit vast in een schoen van een oude opa

A

dier

B

vast

C

zit

D

schoen

Het is een bruine eekhoorn

De schoen van de oude opa stinkt vreselijk erg

Er kunnen meerdere werkwoorden in een zin zitten

Supermeester weet niet goed wat hij moet doen

Hij krijgt de neiging om aan een stift te likken

A

Hij, stift

B

neiging, stift

C

De, stift

D

krijgt, likken

Hij loopt naar de bak met stiften en pakt een rode stift

A

Hij, bak

B

met, stiften

C

loopt, pakt

D

rode, stift

Hij tekent een poppetje op zijn tong en verandert in Supermeester

A

Hij, supermeester

B

poppetje, in

C

tekent, verandert

D

tong, op

De kinderen denken dat hij gek is

Hij gaat naar het huis van de oude opa en klopt op het keukenraam

Supermeester vliegt weer naar het raam van de klas en hij gaat weer verder met de les.