herhalingsles en toetsvragen deze periode

1 / 50
next
Slide 1: Slide
Management en organisatieMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

herhaling/toetsvragen  leerstof periode 1

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Ecologie en duurzaamheid

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Dieren
Kunnen niet hun eigen voeding maken
Ze eten planten of andere dieren -> consumeren
Drie soorten dieren:
Planteneters – eten alleen planten (koe, paard, rups)
Vleeseters – eten alleen dieren (leeuw, havik, haai)
Alleseters – eten zowel planten als dieren (mens, varken)
Dieren en planten hebben een voedselrelatie als ze elkaar eten/gegeten worden (dieren zijn consumenten)

Slide 7 - Slide

Rollen
  • Producent
  • Consumenten 1e orde
  • Consumenten 2e orde
  • (Consumenten 3e orde)
  • Reducent

Slide 8 - Slide

Reducenten
Bacteriën en schimmels
ruimen dode organismen
op. --> reducenten

Hierbij komen 
voedingsstoffen vrij

Slide 9 - Slide

Reducenten 
  • reducenten


Stoffen van planten komen via dieren, afvaleters en reducenten uiteindelijk weer bij planten terecht.

Slide 10 - Slide

Kringloop
Stoffen verplaatsen zich door een voedselketen en komen terug bij het startpunt (producent)

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Koolstofkringloop
Koolstof zit in koolstofdioxide
Wordt door de plant 'opengebroken' en verwerkt in glucose
Glucose komt weer bij dieren terecht, die verbranden het
Door verbranding ontstaat koolstofdioxide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Afbreekbaarheid

Slide 15 - Slide

Plasticsoep
5-12 miljoen ton plastic
Deel zichtbaar, deel niet (microplastic)
Is uiteengevallen door zonlicht en golven

Via voedselketen in vogels, roofvissen en zeehonden - accumulatie
Via plastic en schelpdieren in mensen

Slide 16 - Slide

Leerdoelen:
  • Je kunt de groepen organismen in een kringloop van stoffen benoemen
  • Je kunt de kringlopen van water en koolstof beschrijven
Begrippen:
Producenten
Consumenten
Consumenten van de eerste orde
Consumenten van de tweede orde
Afvaleters
Reducenten 
Kringloop
Biologisch afbreekbaar
Niet-biologisch afbreekbaar
Plasticsoep

Slide 17 - Slide

Beste leerlingen,
Jullie zijn gestart met de toets ecologie
De toets bestaat uit open vragen en meerkeuzevragen. Tussen de vragen zie je soms een lege slide. Gewoon doorgaan, hierna volgt weer een vraag.
Je hebt voldoende tijd ( 70 minuten) voor de toets. Vergeet niet de toets in te leveren wanneer je klaar bent.
Je kan de afbeeldingen in en uitzoomen en je kan ook terug naar een slide

Succes!!!


Veel Succes!

Slide 18 - Slide



Een regenbui is een abiotische factor
A
Juist
B
onjuist

Slide 19 - Quiz

Afvaleters behoren tot de reducenten.

A
juist
B
onjuist

Slide 20 - Quiz

Een tropisch regenwoud is een climaxecosysteem
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quiz

Een ziekteverwekker is een abiotische factor
A
Juist
B
Onjuist

Slide 22 - Quiz

In een voedselketen wordt de biomassa in elke volgende schakel groter
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quiz

Een ecosysteem bestaat uit meerdere levensgemeenschappen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 24 - Quiz

Lees de tekst en bekijk afbeelding. Deze tekst en afbeelding horen bij de volgende vragen.
 Een Surinaamse klas is op excursie naar een zoetwaterplas.


 In afbeelding 2 zijn enkele voedselrelaties schematisch weergegeven.

Slide 25 - Slide

Drie schakels zijn in de afbeelding op de vorige slide niet ingevuld. Welke van de volgende dieren kan in schakel 3 thuishoren?

A
Een garnaal.
B
Een kaaimankrokodil
C
Een waterkever.

Slide 26 - Quiz

Kikkervisjes eten alleen de organismen die in schakel 1 thuishoren.
Tot welke groep horen kikkervisjes?

A
Tot de carnivoren.
B
Tot de herbivoren.
C
Tot de omnivoren.

Slide 27 - Quiz

Volgens Edsilia zijn de organismen in schakel 1 planten.
Volgens Ronny kunnen de pakro’s carnivoren zijn.
Wie heeft, of wie hebben gelijk?

A
Zowel Edsilia als Ronny.
B
Alleen Edsilia
C
Alleen Ronny
D
Geen van beiden

Slide 28 - Quiz


Bekijk de afbeelding
Welk organisme in  deze afbeelding is een consument van de tweede orde?
A
Het konijn.
B
De paardenbloem
C
De wezel.

Slide 29 - Quiz

Bekijk de tabel  en de circeldiagrammen. 
Deze afbeeldingen horen bij de volgende vragen

Slide 30 - Slide

In verband met een ecologisch onderzoek naar groei werden in een laboratorium vier diergroepen onderzocht (zie afbeelding ).Van de dieren werd onderzocht wat er gebeurt met het opgenomen voedsel, terwijl ze in rust zijn. Zie de cirkeldiagrammen
Welk dier gebruikt zijn voeding voornamelijk als bouwstof?

A
Eekhoorn.
B
Rups.
C
Salamander.
D
Spitsmuis.

Slide 31 - Quiz

Welk dier beweegt het meest?
A
Eekhoorn
B
Rups
C
Salamander
D
Spitsmuis

Slide 32 - Quiz

De organismen in een bepaald ecosysteem kunnen worden weergegeven in een piramide van biomassa met vier lagen:
1 kg, 20 kg, 400 kg en 40 000 kg.
Hoeveel kg is de biomassa van alle planteneters samen in dit ecosysteem?



A
1 kg
B
20 kg
C
400 kg
D
40.000 kg

Slide 33 - Quiz

Op het landgoed Hackfort in de Achterhoek zie je veel overgangen tussen landbouwgrond en bos. Op die overgangen bevindt zich vaak een bijzonder dynamisch ecosysteem. In bron 1 zijn enkele organismen weergegeven die in zo’n ecosysteem voorkomen. Soms worden stukjes bos gerooid om plaats te maken voor graanakkers. De tarwe van zo’n graanakker levert dan extra voedsel voor veld- en huismuizen.

Slide 34 - Slide

Wat gebeurt met het aantal spitsmuizen door de
verandering in het ecosysteem?

A
Het aantal spitsmuizen neemt af doordat er minder dode bladeren zijn van bomen en struiken.
B
Het aantal spitsmuizen neemt af door de toenemende concurrentie van de andere muizensoorten.
C
Het aantal spitsmuizen blijft ongeveer gelijk, want er blijven evenveel kevers en wormen
D
Het aantal spitsmuizen neemt toe, want de kerkuilen eten nu vooral de andere muizensoorten.

Slide 35 - Quiz

Noem alle producenten uit het relatieschema van bron 1.
Geef ook aan of ze autotroof of heterotroof zijn.

Slide 36 - Open question

Een stuk grond in Suriname wordt ontbost. Als het stuk helemaal schoon is, ontstaan na enige tijd op onbebouwde plekken bepaalde grassen.Hoe noemt men het ecosysteem met deze eerst groeiende plantensoorten op een onbegroeide plek?

Slide 37 - Open question

De impala (afbeelding 13) leeft in Afrika in gebieden met grasland en acaciabomen.
 Impala’s leven in groepen die bestaan uit een mannetje met vrouwtjes en jongen. Ze eten planten zoals bladeren van acacia’s en gras. Ze moeten voortdurend opletten omdat ze een prooi zijn voor bijvoorbeeld leeuwen en luipaarden

Slide 38 - Slide

In de tekst worden verschillende organismen genoemd die deel uitmaken van een voedselweb. Dit voedselweb bestaat uit een aantal voedselketens.
Schrijf een voedselketen op met drie organismen die in de tekst worden genoemd.

Slide 39 - Open question

In afbeelding 15 is een kringloop van stoffen schematisch weergegeven. Hierin spelen onder andere bamboe, bamboe etende grote panda’s, bacteriën en de mens een rol. Deze afbeelding hoort bij de volgende  2 vragen

Slide 40 - Slide

Tot welk vak behoren bacteriën?

Slide 41 - Open question

Tot welk vak behoren afvaleters die van dode panda’s leven

Slide 42 - Open question

In afbeelding 16 is de koolstofkringloop schematisch weergegeven. Drie groepen organismen zijn weergegeven als cirkels met de letters P, Q en R erin. Een aantal pijlen is genummerd. Deze afbeelding hoort bij de volgende vragen

Slide 43 - Slide

Tot welke cirkel behoort bamboe, P, Q of R?

Slide 44 - Open question

Is de totale biomassa aan panda’s groter dan, kleiner dan of gelijk aan de biomassa aan bamboe? Leg je antwoord uit.

Slide 45 - Open question

Bij welke pijl(en) is sprake van fotosynthese?

Slide 46 - Open question

Bij welke pijl(en) is sprake van verbranding?

Slide 47 - Open question

Jayden tekent in een diagram het verband tussen de temperatuur van het water en de groei- en voorplantingskansen van de goudvissen in zijn aquarium.
Hoe wordt zo’n diagram genoemd?

Slide 48 - Open question

Eind van de toets!

Slide 49 - Slide

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 50 - Slide