Dag &Tijd




 vandaag!
Welkom op de taalles !
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson




 vandaag!
Welkom op de taalles !

Slide 1 - Slide

Pak je  telefoon

Slide 2 - Slide

Hoe gaat het met je?
😒🙁😐🙂😃

Slide 3 - Poll

De datum van vandaag is .......?
A
8 juli
B
9 juli
C
10 juli
D
11 juli

Slide 4 - Quiz

Slide 5 - Slide

Aan het einde van de les kan ik:

  • vragen en zeggen hoe laat het is;

  • hele en halve uren, kwartieren en eenvoudige tijden (zoals tien over en vijf voor) begrijpen en benoemen;

  • tijden op een (analoge) klok lezen en aanwijzen;

  • eenvoudige zinnen gebruiken om te vertellen wat hij of zij op een bepaald tijdstip doet.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Slide

1. Bekijk de foto. 
  • Wat zie je op de foto?
  • Heb je zelf een horloge?
  • Hoeveel klokken heb je thuis?
  • Hoe laat is het nu?

Slide 9 - Slide

10 minuten

Slide 10 - Slide



2. Waar denk je aan bij het woord ‘tijd’?

Slide 11 - Slide

Waar denk je aan bij het woord ‘tijd’?

Slide 12 - Mind map

3. Luister naar de twee gesprekken 
Hoe laat is het? (1).

Ayse praat eerst met Diana, daarna met een meneer.
Hoe laat is het 1

Slide 13 - Slide

4. Luister nog een keer naar de gesprekjes en wijs aan.
Hoe laat is het 1

Slide 14 - Slide

5. Kijk naar de plaatjes. Hoe laat is het......?

Slide 15 - Slide

6. Luister naar de tekst Hoe laat is het? (2).
De tekst gaat over Femy.
hoe laat is het?

Slide 16 - Slide

7. Luister nog een keer naar de tekst. Wijs het goede plaatje aan.
hoe laat is het?

Slide 17 - Slide

Ik heb iets van deze les geleerd.
0100

Slide 18 - Poll

8. Luister naar de tekst.
 
  • Hoor je een tijd?
  • Tik op de tafel als je een tijd hoort.

Slide 19 - Slide

9. Luister en wijs aan.
Welke tijden hoor je?

Slide 20 - Slide

10. Taalriedel
  • Pardon meneer.
  • Pardon meneer.
  • Mag ik wat vragen?
  • Mag ik wat vragen?
  • Ja, natuurlijk.
  • Ja, natuurlijk.
  • Weet u hoe laat het is?
  • Weet u hoe laat het is?
  • Het is vier uur.
  • Het is vier uur.
  • Dank u wel.
  • Dank u wel.
  • Graag gedaan.
  • Graag gedaan.

Slide 21 - Slide

11. Zeg de zinnen na.

  •  Om zeven uur begin ik met mijn werk.
  •  Om negen uur ben ik klaar.
  •  Dan ga ik naar huis.
  •  Om half elf heb ik autorijles.
  •  Daarna ga ik een broodje eten.
  •  Om vier uur kan ik mijn medicijnen ophalen.

Slide 22 - Slide

12. Zeg het gesprek na.

Ayse:           Pardon meneer, mag ik u iets vragen?
Meneer:     Ja hoor.
Ayse:           Kunt u me zeggen hoe laat het is?
Meneer:     Het is tien over drie.
Ayse:           Dank u wel.
Meneer:     Graag gedaan.

Slide 23 - Slide

13. Luister naar de vraag en geef antwoord.

Hoe laat is het?

Slide 24 - Slide

14. Kijk naar de foto’s en geef antwoord.

Wat doet Femy om 7 uur?
Wat doet Femy om half 11?
Wat doet Femy om 5 uur?

Slide 25 - Slide

15. Maak het gesprek compleet.
Je loopt op straat. Je wilt weten hoe laat het is. Voer het gesprek.

Slide 26 - Slide

16. Vraag en geef antwoord.
Loop rond. Vraag aan de ander hoe laat het is. De ander reageert.



17. Vraag en geef antwoord.
Loop rond. Vraag hoe laat de ander opstaat.
Vraag hoe laat de ander naar bed gaat. De ander reageert.

Slide 27 - Slide

18. Praat met je begeleider.
Vertel aan je begeleider hoe je dag er morgen uitziet.
Begin bij het opstaan en eindig bij het naar bed gaan.

Slide 28 - Slide

19. Kijk nog een keer naar de foto. Geef antwoord op de vragen.
Bedenk je eigen verhaal









Hoe heet deze vrouw?
Is ze getrouwd?
Heeft ze kinderen?
Waarom wijst ze naar haar horloge?
Hoe voelt ze zich?

Slide 29 - Slide