Oefentoets luisteren A1

Luistertoets A1 oefentoets
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Luistertoets A1 oefentoets

Slide 1 - Slide

Hoe gaat Lisa naar school?
A
met de bus
B
op de fiets
C
lopend
D
met de auto

Slide 2 - Quiz

Met wie gaat Lisa naar school?
A
met haar broer
B
met haar moeder
C
alleen
D
met haar vriendin Noor

Slide 3 - Quiz

Welke les vindt Lisa het leukst?
A
Gym
B
Wiskunde
C
Engels
D
Kunst

Slide 4 - Quiz

Wat eet Lisa tussen de middag?
A
Een broodje kaas
B
Een broodje pindakaas
C
Een appel
D
Lisa eet niet tussen de middag

Slide 5 - Quiz

Wat doet Yassin graag in zijn vrije tijd?
A
Lezen
B
Voetballen
C
Koken
D
Fietsen

Slide 6 - Quiz

Waar speelt Yassin met vrienden?
A
In het park
B
Op school
C
Thuis
D
In de tuin

Slide 7 - Quiz

Wat doet Yassin in de winter?
A
Lezen
B
Voetballen
C
Buiten spelen
D
Gamen

Slide 8 - Quiz

Met wie kijkt Yassin voetbal?
A
Met zijn moeder
B
Met zijn broer
C
Met zijn vader
D
Met zijn vrienden

Slide 9 - Quiz

Wat eet Sofia in de ochtend?
A
een appel
B
een banaan
C
een broodje
D
yoghurt

Slide 10 - Quiz

Wat drinkt ze in de ochtend?
A
koffie
B
melk
C
water
D
thee

Slide 11 - Quiz

Wat koopt ze soms op school?
A
een koek
B
een broodje
C
yoghurt
D
een banaan

Slide 12 - Quiz

Wat kookt het avondeten?
A
Sofia
B
haar zus
C
haar vader
D
haar moeder

Slide 13 - Quiz

Wat doet Tom vaak in het weekend?
A
Sporten
B
Werken
C
Zijn vrienden zien
D
Gamen

Slide 14 - Quiz

Waar gaan ze soms heen?
A
Naar de stad
B
Naar het park
C
Naar het strand
D
Naar de film

Slide 15 - Quiz

Wat eten ze soms?
A
Friet
B
Pizza
C
Hamburgers
D
Pasta

Slide 16 - Quiz

Wanneer maakt Tom zijn huiswerk?
A
's ochtends
B
's middags
C
's avonds
D
zaterdag

Slide 17 - Quiz

Wat doet Amina op haar telefoon?
A
Ze maakt foto's.
B
Ze doet spelletjes.
C
Ze kijkt filmpjes en stuurt berichten.
D
Ze luistert muziek.

Slide 18 - Quiz

Met wie belt Amina soms?
A
Haar opa.
B
Haar moeder.
C
Haar vrienden.
D
Haar oma.

Slide 19 - Quiz

Hoe laat legt ze haar telefoon weg?
A
Om negen uur.
B
Om tien uur.
C
Om elf uur.
D
Om twaalf uur.

Slide 20 - Quiz

Hoe vaak gebruikt ze haar telefoon?
A
Elke dag.
B
In het weekend.
C
Alleen door de week.
D
Bijna nooit.

Slide 21 - Quiz