Hoofdstuk 1 Je inkomen les 2

Strux
Geldzaken

Hoofdstuk 1
Je inkomen
1 / 24
next
Slide 1: Slide
Mens & MaatschappijPraktijkonderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Strux
Geldzaken

Hoofdstuk 1
Je inkomen

Slide 1 - Slide

Aan het eind van deze les:
- Ken je het verschil tussen inkomsten en uitgave.
- Ken je het verschil tussen bruto- en nettoloon.
- Ken weet je wat er van je brutoloon allemaal af gaat. 

Slide 2 - Slide

inkomsten
  • Geld dat je krijgt of verdient
  • bv zakgeld, kleedgeld of salaris

Slide 3 - Slide

zakgeld en kleedgeld
  • bedragen die je van je ouders of verzorgers krijgt.
  • per gezin andere bedragen en andere regels
  • afspraken maken over waar het geld aan besteed moet worden

Slide 4 - Slide

salaris
  • geld dat je verdient heet salaris of loon
  • weet jij hoeveel geld je ouders verdienen?
  • de ene baan verdient beter dan de andere (bv kassamedewerker of directeur)

Slide 5 - Slide

Uitgaven
  • Geld dat je uitgeeft.
  • Vaste lasten (telefoon, ov reizen)

Slide 6 - Slide

inkomsten
uitgaven
loon ontvangen
uitkering
salaris
cadeau kopen
zakgeld inleveren
kleedgeld
stagevergoeding

Slide 7 - Drag question

Uitleg Bruto en Netto loon

Slide 8 - Slide

Nettoloon

  • Het loon dat je ontvangt op je betaalrekening
  • Nettoloon = brutoloon - inhoudingen
  • Brutoloon = nettoloon + inhoudingen

Slide 9 - Slide

Brutoloon


Premies volksverzekeringen (gebruikt voor betalen van uitkeringen
Loonbelasting
Nettoloon (krijg je op je rekening gestort

Slide 10 - Slide

Voorbeeld loonstrook
  • Wat is het brutoloon?
  • Wat is het nettoloon?


Slide 11 - Slide

Nettoloon =
A
brutoloon - (loonbelasting + sociale premies)
B
brutoloon - loonbelasting
C
brutoloon - sociale premies
D
brutoloon

Slide 12 - Quiz

Het brutoloon krijg je uitbetaald
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quiz

Brutoloon is lager dan nettoloon
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quiz

Welk loon krijg je op je bankrekening gestort?
A
brutoloon
B
nettoloon

Slide 15 - Quiz

Welk loon is hoger?
A
Brutoloon
B
nettoloon

Slide 16 - Quiz


Kan hij de schoenen nu kopen?

Slide 17 - Open question

Opdracht:
- Maken opdracht 5 - 6 - 7 - 8 - 9
Bladzijde 4  t/m 6

Slide 18 - Slide

Opdracht:
- Lezen bladzijde 6 en 7
Loonheffing en sociale premies.

Slide 19 - Slide

Karims brutoloon is 210,60 euro.
De loonheffing is 58,50 euro.
Wat is zijn nettoloon?

A
€ 58,50
B
€ 152,10
C
€ 210,60
D
€ 269,10

Slide 20 - Quiz


Het brutoloon is 315,80 euro. De loonheffing is 75,40 euro. Wat is het nettoloon?

Slide 21 - Open question

Slide 22 - Video

Arbeidsongeschikt

Slide 23 - Mind map

Opdracht:
- Maken opdracht 10 t/m 13
Bladzijde 7 en 8

Slide 24 - Slide