4H Periode 1 (24-25)

SPAANS
4 HAVO


Periodo 1
1 / 65
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 65 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

SPAANS
4 HAVO


Periodo 1

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Docent

Mayra Slootweg (SLM)

m.slootweg@alkwin.nl

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Cosas prácticas
  • De eerstvolgende les neem je een schrift uitsluitend voor Spaans mee. 
  • Bij binnenkomst leg je direct je spullen op tafel zodat je klaar bent om te beginnen wanneer de docent begint.
  • De docent kan te allen tijde een huiswerkcheck doen. Er wordt van je verwacht dat je alle opdrachten volledig en correct maakt. Als je iets niet snapt, dan vraag je dat vóór een deadline.
  • Schoolregel: GEEN mobiel te zien dus ook niet in je zakken!! Wel in je schooltas.

Slide 3 - Slide

Na het invullen en nakijken van het document (antwoordmodel op de drive) kan je bingo gaan spelen als lln hun bingo kaart hebben ingevuld. Dit doen ze middels het zelf kiezen van 9 grammatica elementen uit kolom 1 en deze in te vullen op hun bingokaart (dus niet alleen een nummer of het onderwerp laten opschrijven!). 
Roep zelf een grammatica onderwerp (kies dus uit die 30) en streep voor jezelf af welke je geroepen hebt. Ga door tot er een bingo is. 
Ga eerst voor een bingo (bijvoorbeeld) horizontaal of een vierkant vak. Daarna kan je doorgaan voor een hele bingokaart. Zorg voor iets lekkers als prijsje. 
  • Ga naar google classroom en voeg jezelf toe met onderstaande code:


SLM:

  • Meld je vervolgens ook aan voor de LessonUp op Quizlet.
    Linkjes staan in Classroom.
s2sa2bp

Slide 4 - Slide

Als docent maak je een classroom aan. Hier kan je dan de code van jouw classroom invullen en dan kunnen leerlingen zichzelf in jouw classroom plaatsen. 
  • Introducción
  • Start bingo
  • Voca
  • Repaso (herhaling)
Semana 1
2 sep - 6 sep

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Start BINGO
Je krijgt een papier met 30 Spaanse elementen én een bingokaart. 

Opdracht 1a
 Zet het bijbehorende onderwerp in de 2e kolom (kies uit de onderwerpen achterop)

Opdracht 1b
Maak 9 keuzes uit onderstaande lijst en vul die in op je bingokaart

Slide 6 - Slide

Na het invullen en nakijken van het document (antwoordmodel op de drive) kan je bingo gaan spelen als lln hun bingo kaart hebben ingevuld. Dit doen ze middels het zelf kiezen van 9 grammatica elementen uit kolom 1 en deze in te vullen op hun bingokaart (dus niet alleen een nummer of het onderwerp laten opschrijven!). 
Roep zelf een grammatica onderwerp (kies dus uit die 30) en streep voor jezelf af welke je geroepen hebt. Ga door tot er een bingo is. 
Ga eerst voor een bingo (bijvoorbeeld) horizontaal of een vierkant vak. Daarna kan je doorgaan voor een hele bingokaart. Zorg voor iets lekkers als prijsje. 
Repaso (herhaling)
Je krijgt een document met invulopdrachten.

Maak de opdrachten.

Zoek naar uitleg in je boek.

Slide 7 - Slide

Na het invullen en nakijken van het document (antwoordmodel op de drive) kan je bingo gaan spelen als lln hun bingo kaart hebben ingevuld. Dit doen ze middels het zelf kiezen van 9 grammatica elementen uit kolom 1 en deze in te vullen op hun bingokaart (dus niet alleen een nummer of het onderwerp laten opschrijven!). 
Roep zelf een grammatica onderwerp (kies dus uit die 30) en streep voor jezelf af welke je geroepen hebt. Ga door tot er een bingo is. 
Ga eerst voor een bingo (bijvoorbeeld) horizontaal of een vierkant vak. Daarna kan je doorgaan voor een hele bingokaart. Zorg voor iets lekkers als prijsje. 
  • Voca

  • Iniciar libro A1: Tu primer beso capítulo 1 (p.5) + hacer p.32

  • Repetir: Presente / Gerundio / Perfecto

  • Compañeros: p.6 eje 1-2, 3-4 + p. 8 eje 1-2 + p. 10 eje 9
Semana 2
9 sep - 13 sep

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

  • Voca

  • Libro: Tu primer beso capítulo 2 (p.6+7) + hacer p.32+33

  • Repetir: hay/estar/ser + vraagwoorden + wederkerende ww

  • Compañeros p.7 eje 5-6, 7-8 + p.11 eje 1+2
  • Huiswerk nakijken/repasar
  • Leren 1-20
Semana 3
16 sep - 20 sep

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

15 min lezen
- P. 8 t/m 11: Capítulo 3 y 4

- Preguntas p. 33: 5 y 7

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Respuestas ej.5
holandés y estudia
residencia
primer
nuevos amigos
Toledo
Traducción, inglés
móvil

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Respuestas ej.7
A - 5
B - 2
C - 3
D - 1
E - 4

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Deberes
- Compañeros p. 10 ej 9 (perfecto)
- p.7 ej 5 t/m 8 (voca)
- Unidad 1 leren: 1 -38
- leren Indefinido blz. 9


Slide 14 - Slide

This item has no instructions



  • Libro: Tu primer beso capítulo 4 (p.9,10,11) + hacer p.33, 34
 
  • Explicación: indefinido/imperfecto (vervoegingen + gebruik)

  • Compañeros p.12 eje 1,2,3 + p.9 eje 4 + p.10 eje 7+8
Semana 4
23 sep - 27 sep

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Respuestas p.10- ej.9
1. me he levantado
2. hemos desayunado
3. han ido
4. nos hemos vestido
5. nos hemos encontrado
6. hemos llegado
7. ham dado
8. ha invitado
9. ha sido

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Vervoeging Indefinido (regelmatig)

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Onregelmatig
  • ir
  • ser
  • estar
  • tener
  • hacer
Indefinido vervoegingen

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Test jezelf:

Indefinido vervoegingen

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Miércoles
- repasar las palabras 1-20
- repasar Indefinido: hablar, comer, vivir
- leer cap. 5

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Maak opdrachten online:
1) oefenen met imperfecto vervoegen in zinnen
1) kiezen indefinido / imperfecto mét signaalwoord. 
2) oefenen met de vervoegingen van de indefinido en imperfecto op verbuga.eu 


extra opdrachten: indefinido vd imperfecto

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

 Perfecto               Indefinido                  Imperfecto
Zit ik er nog in?
- DEZE week
- DIT weekend
- VANDAAG
Duidelijk begin en eind?
- Gisteren
- Vorig jaar
- In 1986
- 14 april
- Woensdag
Geen duidelijk begin en eind?
- Vroeger
- Toen ik klein was
- Elke zondag
_____________________geen tijdsaanduiding?_____geen tijdsaanduiding?_____
Stel jezelf de vraag:
Was het er al? Was het al (een tijdje) bezig? Hoe was de situatie / de setting?
Stel jezelf de vraag:
Gebeurde het?

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Imperfecto vs Indefinido



Imperfecto: beschrijvingen. Alsof je een foto beschrijft. Details, wat denken de personages, hoe is het weer, etc.                       
Indefinido: het verhaal wordt verteld alsof het een film is. De acties volgen elkaar op. 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Indefinido o imperfecto
Indefinido
Imperfecto
Handeling, actie, gebeurtenis op een specifiek moment in verleden
Beschrijving van iets/iemand in verleden
Dat moment is afgerond, voorbij
Gewoontes of herhaalde gebeurtenissen.
Opsomming van verschillende gebeurtenissen, handelingen achterelkaar in verleden
Oorzaak van iets dat in verleden is gebeurd/gedaan
ayer, anoche, anteayer, la semana pasada, en 2011, el 13 de enero, hace dos semanas
cuando ..... pequeño/a, antes,  siempre generalmente, todos los días/ meses, años,

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

indefinido vs imperfecto
signaalwoorden/gebruik
indefinido
signaalwoorden/gebruik
imperfecto
Ayer, anoche, hace tres días, la semana pasada, el año pasado, aquel día, aquel invierno, desde 1995 hasta 1998, de repente, cuando, en 2000, último, alle data in het verleden, aquel. Afgesloten geheel, afgesloten gebeurtenissen, éénmalige gebeurtenissen.
Antes, los domingos, cada día, todos los días, en aquella época, generalmente, cuando. Beschrijvingen, gewoontes, herhaling, dingen die vroeger waren.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Naast dat je aan signaalwoorden kunt zien welke tijd je moet gebruiken, kun je ook de volgende vraag stellen:

Was het er al? = imperfecto (achtergrond)
Gebeurde het? = indefinido (acties)


Let op: 'cuando' kan zowel imperfecto als indefinido zijn. 

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Jueves 26/9
- Indefinido
- Imperfecto

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

VERLEDEN TIJD: pretérito indefinido

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

VERLEDEN TIJD: pretérito imperfecto

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Imperfecto
hablar
comer/vivir
ser
ir
ver
(yo)
hablaba
comía
era
iba
veía
(tú)
hablabas
comías
eras
ibas
veías
(él, ella/usted)
hablaba
comía
era
iba
veía
(nosotros/-as)
hablábamos
comíamos
éramos
íbamos
veíamos
(vosotros/-as)
hablabais
comíais
erais
ibais
veíais
(ellos/-as/ustedes)
hablaban
comían
eran
iban
veían

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Maak het rijtje van de 'indefinido' af, liefst zonder boek.
Hablé, hablaste, habló, hablamos ...

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

Maak het rijtje van de 'indefinido' af, het werkwoord comer (eten)
comí, comiste ....

Slide 33 - Open question

This item has no instructions

Indefinido: comer, vosotros

Slide 34 - Open question

This item has no instructions

Indefinido: Trabajar, él

Slide 35 - Open question

This item has no instructions

Indefinido: vivir, yo

Slide 36 - Open question

This item has no instructions

Indefinido: cerrar - él

Slide 37 - Open question

This item has no instructions

Indefinido: abrir - ellos

Slide 38 - Open question

This item has no instructions

Indefinido: empezar - tú

Slide 39 - Open question

This item has no instructions

Indefinido: adelantar - yo

Slide 40 - Open question

This item has no instructions

Indefinido: usar - nosotros

Slide 41 - Open question

This item has no instructions

Indefinido: trabajar - ustedes

Slide 42 - Open question

This item has no instructions

Deberes
Compañeros p.10 eje 7 vul imperfecto in, 
p.12 eje 1,2,3

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

  • Vocatoets 1/4
  • Libro: Tu primer beso capítulo 6 (p.14-15) + maken p.33+34

  • Repetir: gustar/encantar/interesar/doler + voorzetsels (de/a/en/con/por/para)
Semana 5
30 sep - 4 oct

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Esta semana
- lezen
- herhalen gustar
- vooretsels a, de, en , por en para
- woorden leren
- oef. uit het boek maken

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

me
te
le
nos
os
les
A mí ... gusta mucho jugar al fútbol
A ti ... gusta el pescado
A Lucas ... gusta la música latina
A nosotras ... gusta el chocolate
A vosotros ... gusta ver series en Netflix
A ellos ... gusta hablar con amigos

Slide 46 - Drag question

This item has no instructions

1. A Carlos, no________hacer los deberes.
2. A mi hermana y yo, __________ver una serie en Netflix.
3. A ellos______________comer una pizza enorme con queso.
4. A mí, _______________los animales.
5. A mis padres_______________todas las series en Netflix.
le gusta
nos gusta
les gusta
me gustan
les gustan

Slide 47 - Drag question

This item has no instructions

a Pablo
a vosotros
a los chicos
a ti
a ella
TE
ME
LO
LA
NOS
OS
LOS
LAS

Slide 48 - Drag question

This item has no instructions

uitleg voorzetsels (preposiciones) 
  • a = naar ( a+ el = al)
  • de = van, maar ook: uit of met
  • en = in, op, met de (vervoer)
  • con = met
  • por = door/per/bij dagdelen
  • para = (bestemd) voor

Slide 49 - Slide

This item has no instructions

Gramática: PREPOSICIONES: por, para, en, a, de, con


VER: Kijk het filmpje over por en para.

Slide 50 - Slide

This item has no instructions

ww en vaste voorzetsels
salir + de
llegar + a
ir + a
llamar + a
volver + a (met tijd)= vuelvo a las 8
volver + de (plaats) = vuelvo de la casa 

Slide 51 - Slide

This item has no instructions

Welk voorzetsels? A , DE, CON , EN , POR of PARA ?

VOY____LA PISCINA ____MI HERMANO.
(zet je antwoorden onder elkaar)

Slide 52 - Open question

This item has no instructions

Welk voorzetsels? A , DE, CON , EN , POR of PARA ?

ESE COCHE ROJO QUE ESTÁ AHÍ, ES____ SU MADRE.

Slide 53 - Open question

This item has no instructions

Welk voorzetsels? A , DE, CON , EN , POR of PARA ?

ESTE VERANO VAMOS ____ VISITAR ESPAÑA.

Slide 54 - Open question

This item has no instructions

Welk voorzetsels? A , DE, CON , EN , POR of PARA ?

____ la mañana el futbolista entrena tres horas sin parar.

Slide 55 - Open question

This item has no instructions

Welk voorzetsels? A , DE, CON , EN , POR of PARA ?

Tengo este regalo, es _____ mi abuela.

Slide 56 - Open question

This item has no instructions

Welk voorzetsels? A , DE, CON , EN , POR of PARA ?

Voy ____ coche ____instituto. --> let op: ... + el = al
(zet je antwoorden onder elkaar)

Slide 57 - Open question

This item has no instructions

Welk voorzetsels? A , DE, CON , EN , POR of PARA ?

El cajero automático ______el supermercado está roto

Slide 58 - Open question

This item has no instructions

Welk voorzetsels? A , DE, CON , EN , POR of PARA

LOS FINES DE SEMANA ESTUDIAMOS ____ LA BIBLIOTECA.

Slide 59 - Open question

This item has no instructions

  • Libro: Tu primer beso capítulo 5 (p.12+13) + maken p.34+35
 
  • Explicación: Gerundio in verleden tijd

  • Repetir: muy/mucho + bijv.nw + futuro

  • Compañeros p.9 eje 5+6
Semana 6
7 oct - 11 oct

Slide 60 - Slide

This item has no instructions

  • Libro: Tu primer beso capítulo 6 (p.14-17) + maken p.35
 
  • Repetir: mucho / bastante / no.. /mucho / no… nada

  • Compañeros p.13 eje 4-7
Semana 7
14 oct - 18 oct

Slide 61 - Slide

This item has no instructions

  • Terminar libro Tu primer beso
 
  • Repetir: klokkijken

  • Compañeros p. 115-120 bekijken en onregelmatige ww markeren

  • Compañeros cultura p. 14 eje 1
Semana 8
21 oct - 25 oct

Slide 62 - Slide

This item has no instructions

¡Felices vacaciones de otoño!

Slide 63 - Slide

This item has no instructions

  • T
Semana 9
4 nov - 8 nov

Slide 64 - Slide

This item has no instructions

Toetsweek 1: VGT grammatica
  • regelmatige ww
  • ser/estar/ir
  • gerundio (+ durmiendo,leyendo,oír, yendo)
  • gerundio in verleden tijd (imperfecto)
  • indefinido regelmatig+ indefinido onregelmatig (ir/ser/estar/tener/hacer)
  • imperfecto regelmatig
  • imperfecto onregelmatig (ser/ir/ver)
  • perfecto regelmatig
  • perfecto onregelmatig (roto/abierto/escrito/puesto/visto/dicho/vuelto/hecho)
  • verschil gebruik indefinido/imperfecto (gramatica eje 6, 8)
  • vragende voornaamwoorden (lessonup)
  • futuro (ir + a + hele ww) (lessonup)
 

  • mucho / bastante / no.. /mucho / no… nada (lessonup)
  • gustar/ doler/ interesar/ encantar (lessonup)
  • wederkerende werkwoorden (ook met klinkerwisseling bijv. ‘acostarse’) (lessonup)
  • presente regelmatig + onregelmatig (tener, querer, venir, cerrar, jugar, dormir, hacer, ir, salir, volver) (lessonup)
  • bijvoeglijke naamwoorden (lessonup)
  • hay/ser/estar (lessonup)
  • klokkijken (lessonup)
  • voorzetsels (de/a/en/con/por/para) (lessonup)
  • muy/mucho (lessonup)

Slide 65 - Slide

This item has no instructions