Hoofdstuk 3 - Herhaling grammatica 2

Nederlands

1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Nederlands

Slide 1 - Slide


Check in?
A
groene smiley
B
oranje smiley
C
rode smiley

Slide 2 - Quiz

Programma:
Lesuur 1:
  • SO grammatica 30-03 en 31-03
  • Gezamenlijke opdracht zinsdelen

Lesuur 2:
  • In de klas: zinsdeel spelen
  • Online: puzzelen met zinsdelen
Lesvragen/ lesdoelen:
  • Ik concentreer mij op mijn (online) werk
  • Het onderwerp in de zin vind ik door...
  • Het lijdend voorwerp  in de zin vind ik door

Slide 3 - Slide



Het onderwerp in de zin vind ik door...

Slide 4 - Open question



Het lijdend voorwerp in de zin vind ik door

Slide 5 - Open question

Elk puzzelstukje van de zin vertelt iets
Wie levert in?

Onderwerp
Wat  wordt er gedaan?

Werkwoordelijk gezegde en PV
Wanneer


Wat lever ik in?

Lijdend voorwerp
Wat  wordt er gedaan?

Werkwoordelijk gezegde 
Het werkwoordelijk gezegde zijn alle werkwoorden in de zin, ook de persoonsvorm.
Het onderwerp (o) en de PV horen bij elkaar. Ze staan allebei in het enkelvoud of meervoud.

Je vindt het onderwerp door te vragen:
Wie (of wat) + werkwoordelijk gezegde

Bijvoorbeeld: Wie levert in? Antwoord ik
Lijdend voorwerp (lv)

Je vindt het lijdend voorwerp door te vragen:
Wat (of wie) + WG + O

Bijvoorbeeld: wat lever (WG) ik (O)in
Antwoord: mijn dagboekverslag
Stappenplan zinsdelen:

1. Onderstreep de pv
2. Zet wg onder de pv en alle                  anderen werkwoorden die er zijn
3. Vraag: wie of wat + wg
     Zet o onder het onderwerp
4. Vraag wat + weg + o
     Zet lv onder het lijdend                       voorwerp

Slide 6 - Slide

Sleep de zinsdelen naar het juiste vak.
onderwerp
lijdend vvw
ww gezegde
Zin:
Gisteren
was
De buurman
 zijn sleutel
vergeten

Slide 7 - Drag question

Sleep de zinsdelen naar de juiste plek. Let op... soms staan er twee zinsdelen in één vak.
Werkwoordelijk gezegde (wg)
Onderwerp (o)
Lijdend voorwerp (lv)
Voor haar verjaardag
trakteerde
de juf
de hele klas
lolly's
op

Slide 8 - Drag question

Sleep de zinsdelen naar de juiste plek. Let op... soms staan er twee zinsdelen in één vak.
wg
o
lv
Maureen
spreekt
met haar beste vriendin.
morgen
af

Slide 9 - Drag question

Sleep de zinsdelen naar het juiste vak.
Zin:
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
lijdend
voorwerp
Tijdens techniek
maakte
Yannick
een mooi vogelhuisje
voor zijn vader

Slide 10 - Drag question

Verwerking
  • Puzzelen met zinsdelen (alleen of samen met de docent)
  • vergeet niet het werkboekje ook na te kijken (nakijkboek staat in Teams - bestanden -lesmateriaal - nakijkboek puzzelen met zinsdelen

Samenvattend:


Persoonsvorm (pv):
Vind je door de zin vragend te maken/ van tijd te veranderen of van enkelvoud  naar meervoud te veranderen. De PV is een werkwoord en is altijd ook het werkwoordelijk gezegde.

Werkwoordelijk gezegde (wg):
Alle werkwoorden in de zin

Onderwerp (o)
Onderwerp hoort bij de PV, ze staan allebei in het enkelvoud of meervoud.
Onderwerp vind je door de vraag te stellen:
Wie + (werkwoorden pv en wg)

Lijdend voorwerp (lv)
Je vind het lv door de vraag te stellen:
Wat (of wie) + wg + o

Slide 11 - Slide

Spelletjes zinsdelen
  • Carrousel: iedere 15 min één spelletje 


Opleggertje TT

Er wordt een zinstrook neergelegd en om de beurt mogen spelers een kaartje op de oorspronkelijke zin leggen. 
Wie als eerste zijn kaartjes wint, is de winnaar.

Klaar: bedenk samen nieuwe zinnen en kaartjes
Opleggertje VT

Er wordt een zinstrook neergelegd en om de beurt mogen spelers een kaartje op de oorspronkelijke zin leggen.
Wie als eerste zijn kaartjes wint, is de winnaar.

Klaar: bedenk samen nieuwe zinnen en kaartjes

kwartet 
timer
15:00

Slide 12 - Slide