Bijvoeglijk naamwoord

Welkom TH1!
Pak voor je: Leesboek, lesboek, pen

We lezen hoofdstuk 15
timer
10:00
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NederlandsSpeciaal OnderwijsLeerroute 4

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom TH1!
Pak voor je: Leesboek, lesboek, pen

We lezen hoofdstuk 15
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Vandaag:
Leer je wat een bijvoeglijk naamwoord is en hoe je het kan herkennen.

Slide 2 - Slide

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een mens, dier, plant, ding of naam. 
Hoe noemen we deze woorden?

Denk 30 seconden na, ik geef daarna iemand de beurt!

Slide 3 - Slide

Hoe herken je het?
- Staat vaak gelijk voor een bijvoeglijk naamwoord, kan ook daarna
De grote auto
Bij ons in het bos staat een grote, dikke boom.
De bal is rond
- Bij de meeste bijvoeglijke naamwoorden kan je gebruik maken van de trappen van vergelijking.  (Groot, groter, grootst)

Slide 4 - Slide

Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
- Zegt van welke stof iets gemaakt is
- Er bestaat maar een vorm van het woord

Voorbeeld:
De zilveren armband
De ijzeren plaat

Slide 5 - Slide

Even oefenen! Schrijf van de volgende zinnen het bijvoeglijk naamwoord op!
Esther eet een rode appel.

Slide 6 - Open question

In de winter draag ik vaak een warme trui

Slide 7 - Open question

Marieke heeft een grote, zwarte tas.

Slide 8 - Open question

Even herhalen!
Lidwoord?
Zelfstandig naamwoord?
Werkwoord?

30 seconden nadenken, ik vraag willekeurig hierna!

Slide 9 - Slide

Schrijf op: Lidwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord en bijvoeglijk naamwoord
Het kleine kind lacht.

Slide 10 - Open question

Een zware hamer valt.

Slide 11 - Open question

De houten stoel kraakt.

Slide 12 - Open question

Aan de slag!
Pagina 208, opdracht 1 t/m 5

Slide 13 - Slide