Hoofdstuk 2: Regering

1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 5

This lesson contains 19 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
  • Inloggen in LessonUp met de code
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesplanning
  • Voorkennis activeren 
  • Leerdoel van de les 
  • Oriënteren op de tekst
  • Moeilijke woorden
  • Expertopdracht
  • # Exit ticket: woordenboek

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

VOORKENNIS

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Welke uitspraak over de koning is juist?

A. De koning is de baas van Nederland.
B. De koning bepaalt alleen welke wetten er komen.
C. De koning is niet de baas van Nederland.
D. De koning bestuurt Nederland alleen.
schrijf het antwoord op je wisbord

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Wat hebben we vorige les geleerd?
A. De koning heeft geen taken.
B. De koning heeft wel taken, maar is niet de baas van
     Nederland.
C. De koning bepaalt wat ministers moeten doen.
D. De koning maakt zelf alle wetten.
schrijf het antwoord op je wisbord

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

“De koning vormt samen met de ministers de regering.”

Wie horen volgens deze zin bij de regering?

A. De koning en de ministers
B. De koning en de politie
C. De ministers en de burgemeester
D. De koning en het parlement
schrijf het antwoord op je wisbord

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
Leesvaardigheid: 
  • Ik kan informatie uit een tekst vinden en gebruiken om vragen te beantwoorden.

Inhoudelijk:

  • Ik kan uitleggen wat de regering doet, wie er in de regering zitten en welke rol de koning daarin heeft.

Slide 8 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Inleiding
Vorige les ontdekten we:
De koning is niet de baas van Nederland.

Maar in hoofdstuk 1 lazen we óók:
De koning hoort bij de regering.

Hoe zit dat?
Wie bestuurt Nederland dan?
En wat doet de koning als hij niet de baas is?

Vandaag gaan we dat ontdekken in hoofdstuk 2: Regering

Slide 9 - Slide

Geef het antwoord nog niet. 
Laat leerlingen kort reageren op de vraag hoe de koning bij de regering kan horen terwijl hij niet de baas is. Benoem dat dit verwarrend mag lijken. Vertel dat we de tekst gaan lezen om te ontdekken hoe het precies zit
           Oriënteren op de tekst
Ga naar blz. 6 en 7 van het boek

  1. Welke tussenkopjes zie je?
  2. Waar denk je dat je moet zoeken als je wilt weten wie er in het kabinet zitten?

Slide 10 - Slide

Minister-president
Kabinet
Ministers
Verantwoordelijkheid
         Moeilijke woorden 
minister
Iemand die in de regering zit en verantwoordelijk is voor een bepaald onderwerp.

minister-president
De leider van de ministers.

staatssecretaris
Iemand die een minister helpt met een deel van zijn of haar werk.

ministerie
De organisatie waar een minister en veel andere mensen werken aan één onderwerp, bijvoorbeeld onderwijs.

verantwoordelijk
Ergens voor moeten zorgen en erop aangesproken kunnen worden.

Slide 11 - Slide

Minister-president
Kabinet
Ministers
Verantwoordelijkheid
Welk woord hoort erbij?
  1. Ik ben de leider van de ministers. → 
  2. Ik help een minister met een deel van het werk. → 
  3. Hier werken mensen bijvoorbeeld aan onderwijs of zorg. → 
  4. Ik moet ervoor zorgen dat iets goed gebeurt. → 


  5. Eén woord hebben we nog over: minister.
    Tijdens het lezen gaan we precies ontdekken wat een minister doet.
minister-president
staatssecretaris
ministerie
verantwoordelijk

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Expertopdracht
Leerling A
Jij zoekt informatie over de regering.

Zoek in de tekst:
  1. Wie zitten er in de regering?
  2. Welke rol heeft de koning in de regering?

Onthoud je antwoorden goed. 
Straks leg jij dit uit aan leerling B.
Leerling B
Jij zoekt informatie over het kabinet.

Zoek in de tekst:
  1. Wie zitten er in het kabinet?
  2. Wat is het verschil met de regering?

Onthoud je antwoorden goed. Straks leg jij dit uit aan leerling A.
» Je werkt samen met je schoudermaatje.
» Eén van jullie is leerling A.
» De ander is leerling B.
» Jullie krijgen allebei een andere opdracht.
stappen
<div><ol><li>Lees jouw stukje van de tekst.</li><li>Zoek de antwoorden op jouw twee vragen.</li><li>Vertel de antwoorden aan je schoudermaatje.</li><li>Luister goed naar je schoudermaatje. Die weet iets wat jij nog niet hebt uitgezocht.</li></ol></div>

Slide 13 - Slide

Laat leerlingen eerst bepalen wie A en wie B is. Geef A en B ieder een duidelijke leesopdracht. Ze zoeken alleen hun eigen informatie. Daarna leggen ze hun antwoord aan elkaar uit. Geef niet tussendoor klassikaal de antwoorden.
Samen oplossen
Nu hebben jullie elkaar nodig!
Leerling A weet iets over de regering.
Leerling B weet iets over het kabinet.

Gebruik:
Wat je zelf hebt gelezen.
Wat je van je schoudermaatje hebt geleerd.

Slide 14 - Slide

6. Actieve verwerking

De docent maakt expliciet hoe de 
leerstof actief verwerkt dient te worden.  
De docent heeft gemodelleerd. De leerlingen gaan nu actief inoefenen.
Er is hier ruimte voor verlengde instructie. 

De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. 

De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Samen oplossen
Schrijf samen op jullie wisbordje:

REGERING = ……....... + …….......

KABINET = ………....... + …….......

Let op: je kunt de puzzel alleen goed oplossen als je goed naar je schoudermaatje hebt geluisterd!
Wat schrijf je op de stipjes?<div><br /></div><div>Schrijf welke mensen erbij horen.</div><div><br /></div><div>Je kunt kiezen uit:</div><div>👑 de koning</div><div>👔 de ministers</div><div>👥 de staatssecretarissen</div>

Slide 15 - Slide

Korte klassikale terugkoppeling, ongeveer 3 minuten

Laat de wisbordjes omhooggaan en bespreek:

REGERING = koning + ministers
KABINET = ministers + staatssecretarissen

Vraag daarna alleen:

“Wat is dus het belangrijkste verschil tussen de regering en het kabinet?”
Waar of niet waar?

De koning zit in het kabinet.

Slide 16 - Slide

6. Actieve verwerking

De docent maakt expliciet hoe de 
leerstof actief verwerkt dient te worden.  
De docent heeft gemodelleerd. De leerlingen gaan nu actief inoefenen.
Er is hier ruimte voor verlengde instructie. 

De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. 

De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

EXIT TICKET

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

           Aan de slag met je woordenboek
Je gaat verder met je eigen woordenboek maken.

» Eerst schrijf je het woord op, daarna zoek je de betekenis van het
   woord op.
» Je kunt hiervoor een online woordenboek of chat GPT gebruiken.
» De betekenis van het woord schrijf je in je eigen woorden op.
» Ook schrijf je een goede zin met het woord.
timer
10:00
<ul><li>minister&nbsp;</li><li>minister-president&nbsp;</li><li>staatssecretaris&nbsp;</li><li>ministerie&nbsp;</li><li>verantwoordelijk</li></ul>

Slide 18 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen

Slide 19 - Slide

This item has no instructions