11.2 Transport in planten - capillaire werking & huidmondjes
T11 Planten
11.2 Transport in planten
Spullen op tafel
Telefoon weg
Jas uit en over je stoel
Tas op de grond
1 / 16
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5
This lesson contains 16 slides, with interactive quiz, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 30 min
Items in this lesson
T11 Planten
11.2 Transport in planten
Spullen op tafel
Telefoon weg
Jas uit en over je stoel
Tas op de grond
Slide 1 - Slide
Vandaag
Korte herhaling vorige les Worteldruk + opdrachten
Door met BS2 met volgende leerdoelen
Je kunt beschrijven hoe planten water met mineralen opnemen, transporteren en afgeven
Je kunt beschrijven hoe huidmondjes de gaswisseling van planten reguleren en dat de opname van koolstofdioxide in relatie staat met de afgifte van water
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Slide
Huiswerk - opdrachten 15 & 16 p180
Slide 5 - Slide
Antwoorden 15 & 16
Opdracht 15a:
ψw = ψs + ψp
0 = −0,6 MPa + ψp
ψp = 0,6 MPa
Opdracht 16: Het strooizout komt ook in de berm terecht. De osmotische waarde van de grond neemt daardoor toe en dus neemt de waterpotentiaal af.
Opdracht 15b:
ψw = ψs + ψp
−0,2 MPa = −0,6 MPa + ψp
ψp = 0,6 MPa − 0,2 MPa = 0,4 MPa
Slide 6 - Slide
Hoe komen water en mineralen vanuit wortels naar de bladeren?
Slide 7 - Mind map
Sapstromen
Anorganisch:
Water en zouten
Houtvaten (xyleem)
Organisch:
Glucose en andere organische stoffen
Bastvaten (floeem)
Slide 8 - Slide
Capillaire werking
Samen met trekkrachten
door verdamping en
worteldruk zijn deze
krachten sterker dan
de zwaartekracht.
Slide 9 - Slide
Huidmondjes
Regelen verdamping en gaswisseling
Afname turgor van sluitcellen zorgt voor vormverandering waardoor huidmondje dicht gaat
Kan ook onder invloed van licht en CO2 openen/sluiten
Slide 10 - Slide
Houtvaten
Watertransport door
worteldruk,
capillaire werking en
verdamping
Sapstroom van beneden naar boven
In zomer vooral verdamping, in lente vooral worteldruk
Slide 11 - Slide
Bastvaten
Bevat vooral suiker
Variabele richting sapstroom, van suikerbron naar plek waar suiker nodig is of opgeslagen wordt