This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.
Items in this lesson
Leren met een doel
Slide 1 - Slide
Hoe moet het niet
We gaan starten, doe je boek open paragraaf 3, hoofdstuk 3,
bladzijde 23, volgende week is de toets.
Wat doet dit met je? Hoe gemotiveerd ben je nu?
Heb je zin in de les? Ben je uitgedaagd?
Slide 2 - Slide
Leerdoelen workshop
Aan het eind van de les ken je de meerwaarde van het gebruik van leerdoelen in je les.
Aan het eind van de les heb je maximaal drie (smart) leerdoelen geformuleerd voor morgen in de les.
Aan het eind van de les heb je een didactische routekaart getekend.
Slide 3 - Slide
Programma
Hoe werk jij met leerdoelen in de klas?
Wat zijn leerdoelen?
Waarom zijn deze belangrijk?
Hoe formuleer je leerdoelen?
Welke begrippen kunnen hierbij helpen?
Hoe maak je een didactische routekaart?
Opdracht
Reflectie op de workshop
Slide 4 - Slide
Formuleer voor jezelf een leerdoel voor deze training
Slide 5 - Open question
Hoe werk jij met leerdoelen in de klas?
Slide 6 - Mind map
Kijkvraag
Welke voordelen heeft het stellen van doelen?
Wat zou een nadeel kunnen zijn? (conform de goalsetting theory)
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Video
Waarom zijn leerdoelen belangrijk?
Slide 9 - Open question
Het belang van leerdoelen
Richting
Motivatie
Betrokkenheid
Zelfregulatie
Differentiatie
Feedback op leerdoelen
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Video
Slide 12 - Video
Wat is het hoofddoel van leerdoelen?
De bedoeling van onderwijs is altijd dat leerlingen in staat zijn om zelfstandig iets te kunnen buiten de context waarin het geleerd is.
(Wat moet de leerling kennen en kunnen)
De leerling is zelfstandig in staat om:
Slide 13 - Slide
Transferdoelen
Slide 14 - Slide
Waar heeft de leerling de vaardigheid precies voor nodig? Er zijn horizontale transferdoelen, waar bij de leerling het beoogde op hetzelfde niveau moet kunnen als bij een ander vak.
Er zijn verticale transferdoelen waarbij de beoogde vaardigheid geintegreerd moet worden binnen een complexere vaardigheid (denk aan getalbegrip)
Slide 15 - Slide
Formuleren wat begrepen moet worden
In deze fase denk je na over wat een leerling moet leren om iets zelfstandig buiten de context moet kunnen waarbinnen het is geleerd. Een leerling zal verbanden moeten leggen tussen feitenkennis, vaardigheden en ervaringen om tot een bepaald begrip te komen.
Leerlingen begrijpen:
Slide 16 - Slide
Doelen bepalen
Bepaal wat een leerling moet leren
Gebruik hiervoor een actieve werkvorm
Maak het concreet en meetbaar
Gebruik hiervoor de taxonomie van Bloom
Formuleer het in taal die de leerling begrijpt
Slide 17 - Slide
Slide 18 - Slide
Slide 19 - Slide
Opdracht
Formuleer een (hoofd)doel voor jouw les van morgen
Maak deze Smart (handout)
Gebruik ook de taxonomie van Bloom (handout)
Slide 20 - Slide
Didactische routekaart
Bij het maken een didactische routekaart kijk je naar voorkennis van de leerling, de nieuw te integreren lesstof en de uiteindelijke doelen.
Feitelijke kennis: wat moet een leerling precies weten (kennen).
Vaardigheden: wat moet een leerling met die kennis kunnen?
Ervaringen: welke ervaringen moet een leerling hebben om echt een goed begrip te ontwikkelen?
Slide 21 - Slide
Waarom routekaart
De kaart maakt duidelijk hoe leerdoelen en de onderwijsactiviteiten samenhangen. De kaart helpt bij het plannen van de lessen. Het helpt om onderscheid te maken tussen belangrijke en minder belangrijke leerdoelen
Slide 22 - Slide
Didactische routekaart
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Slide
Slide 25 - Slide
Handvatten voor de routekaart
Wat wil ik bereiken bij mijn leerlingen, welke kennis en vaardigheden hebben zij nodig? (Zorg voor focus).
Welke voorkennis hebben mijn leerlingen al of worden zij geacht te hebben?
Waar moet de leerling over nadenken, en vervolgens kunnen tonen door een product (toets, brief, dans, spreekbeurt, antwoorden in de klas).
Welke nieuwe leerstof is nodig om dit product te realiseren?
Het product: toont de leerling begrip of is er een verbeterslag mogelijk?
Slide 26 - Slide
Opdracht:
Vul de didactische routekaart in, voor de les die je morgen geeft.
Gebruik de componenten: voorkennis, nieuw te integreren stof, leerdoel(en).
Kijk ook naar de individuele leerbehoefte.
Slide 27 - Slide
Kijkopdracht
Welke vormen van feedback kun je waarnemen in de film?
Slide 28 - Slide
Slide 29 - Video
Kijkopdracht Feedback
Waar gaat de leerling naar toe?
Hoe heeft de leerling de opdracht uitgevoerd?
Hoe gaat de leerling verder? Welke aanpak is nodig?
Maar ook: feedback op taak, modus en zelfregulatie.
Slide 30 - Slide
Reflecteren op leerdoelen
De wijze van feedback is afgestemd op de expertiseontwikkeling van de leerling.
Het gaat niet om perfect werk, het gaat erom hoe de leerling begrijpt hoe tot perfect werk te kunnen komen. Je werkt wel met hoge verwachtingen en een helder kwaliteitsbesef (voorbeeld).
Feedback keert regelmatig terug en is een deel van het proces.
Slide 31 - Slide
reflectie
Op de workshop.
Op je leerdoelen voor je les morgen.
Hoe geef je feedback (geschreven, dialoog, tekening)