H1 Nask deel 2

Klassenopstelling:

plaatje klassenopstelling
1 / 120
next
Slide 1: Slide
NASKMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 1

This lesson contains 120 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

Klassenopstelling:

plaatje klassenopstelling

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Voor vandaag:

  • Boek A, schrift, rekenmachine, geodriehoek en etui op tafel. 

Slide 3 - Slide

Programma
  1. Uitleg 1.1 (5 min)
  2. Opdrachten maken 1.1 (15 min)
  3. Uitleg 1.2 (5 min)
  4. Opdrachten maken 1.2 (15 min)
  5. Volgende les brander aansteken

Slide 4 - Slide

Zijn jullie er klaar voor?!

Slide 5 - Slide

Leerdoelen 1.1:

1. Je kunt beschrijven waar de vakken Nask en biologie over gaan.
2. Je kunt met voorbeelden het verschil tussen natuurkunde en scheikunde uitleggen.

Slide 6 - Slide

Natuurwetenschappen
Wetenschappen die 
de natuur bestuderen

Slide 7 - Slide

Leerdoelen 1.1
1. Je kunt beschrijven waar de vakken Nask en biologie over gaan.
2. Je kunt met voorbeelden het verschil tussen natuurkunde en scheikunde uitleggen.


Slide 8 - Slide

Biologie
Bestudeert de levende natuur
Natuurkunde
Bestudeert tijdelijke veranderingen in de niet-levende natuur
Scheikunde
Bestudeert blijvende veranderingen in de niet-levende natuur
1.1 Natuurwetenschappen

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

NASK 
Nask staat voor Natuurkunde en ScheiKunde. 
Bij natuurkunde en scheikunde kijk je naar de wereld om je heen.



Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Onthouden
Een stof is waarvan iets gemaakt is.
Een materiaal is een stof waarvan je een voorwerp kunt maken. Materialen kun je indelen in metalen en niet-metalen.
Staal is een hard en sterk metaal.
Aluminium is een licht metaal.
Voorbeelden van niet-metalen zijn: glas, steen, papier, hout en kunst-stof.

Slide 17 - Slide

1.1 Natuurwetenschap
Bij natuurkunde veranderen stoffen tijdelijk van vorm. 

Bij scheikunde veranderen stoffen in andere stoffen. 

Biologie gaat over de levende natuur, dus over mensen, dieren en planten.

Slide 18 - Slide

Je verbrandt hout.
Het hout verandert dan WEL of NIET in andere stoffen.

A
wel
B
niet

Slide 19 - Quiz

Als een stof verandert in andere stoffen, dan is dat NATUURKUNDE of SCHEIKUNDE
A
Natuurkunde
B
Scheikunde

Slide 20 - Quiz

Een stof verandert van vorm.
Dat is WEL of NIET natuurkunde.

A
Wel
B
Niet

Slide 21 - Quiz

Wilhelm Röntgen

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Röntgenstraling
  • Gaat wel door spieren en huid.
  • Gaat niet door botten.
  • Hierdoor zijn de botten wit op een röntgenfoto.
  • Te veel Röntgenstraling is schadelijk

Slide 24 - Slide

Samenvatting 1.1
Natuurwetenschap: Bestuderen van natuur en het toepassen van die kennis in het dagelijks leven.
Natuurkunde: wetenschap die zich bezighoudt met de niet-levende natuur. Natuurkundige veranderingen zijn tijdelijk.
Scheikunde: wetenschap die zich bezighoudt met de niet-levende natuur. Scheikundige veranderingen zijn blijvend!
Biologie: wetenschap die zich bezighoudt met de levende natuur, dus planten, dieren en het menselijk lichaam. 

Slide 25 - Slide

Wat ga je nu doen?

Wat: Lezen theorie boek 1.1 blz. 8 t/m 10 Maken opdrachten 1 t/m 11 Online -Ga naar Somtoday-Algemeen-Nova Nask1-profiel(rechtsboven)-klascode invullen (linksonder)-963766
Tijd: 15 minuten
Hoe: zelfstandig, hulp van docent

Klaar? Lezen theorie 1.3 blz. 18 t/m 22 + Maken opdrachten 1 t/m 9

timer
15:00

Slide 26 - Slide

Leerdoelen 1.2
  • Je kunt uitleggen wat de wetenschappelijke methode is.
  • Je kunt uitleggen hoe je veilig kunt waarnemen bij een onderzoek.
  • Je kunt beschrijven wat een grootheid en wat een eenheid is.
  • Je kunt uitleggen wat een indicator is.

Slide 27 - Slide

1.2 Onderzoek doen
Je wilt bij Natuur en Scheikunde dingen ontdekken.  Dit doe je door onderzoek te doen
  1. Onderzoeksvraag: (Wat wil je weten?)
  2. Hypothese: (Wat denk je?)
  3. Werkplan: (Hoe ga je het meten?)
  4. Resultaten: (Overzichtelijk in een tabel en/of grafiek)
  5. Conclusie: (Beantwoorden onderzoeksvraag)

Slide 28 - Slide

1.2 Waarnemen
Je moet nauwkeurig kunnen waarnemen!

Maar waar doe je dat mee? 

  • Zintuigen

Slide 29 - Slide

Zintuigen

Slide 30 - Slide

Ruiken aan een onbekende stof

Slide 31 - Slide

1.2 Grootheid, eenheid, meetwaarde
Een eenheid is een hoeveelheid of maat waarin je iets uitdrukt. Een eenheid staat altijd achter een getal.
Bijvoorbeeld: 52 kg  Het getal 52 is de meetwaarde, kg is de eenheid.
Een grootheid is een eigenschap die je kunt meten. Iedere grootheid heeft zijn eigen eenheden. Bijvoorbeeld grootheid massa heeft eenheid g of kg.

Slide 32 - Slide

1.2 Indicator
In laboratoria worden indicatoren gebruikt. 
Met een indicator kun je onderzoeken of een bepaalde stof wel of niet aanwezig is. 
De indicator verandert van kleur onder invloed van die andere stof.  Bijvoorbeeld jodium kleurt donkerblauw bij aanwezigheid van zetmeel.

Slide 33 - Slide

Wat ga je nu doen

Wat: Lezen theorie 1.2  in je boek (blz. 13-15)
Hoe: Maken opdracht 1 t/m 10





timer
10:00

Slide 34 - Slide

HUISWERK
  1. Leren theorie boek 1.1 + 1.2 +  Maken opdrachten 1.1 + 1.2 Online

Slide 35 - Slide

HUISWERK
  1. Voorbereiden Proef 6 blz. 30-31: Werken met een brander
  2. Leren theorie boek 1.1 blz. 8 t/m 10 Maken opdrachten 1 t/m 11 Online

Slide 36 - Slide

Bespreken 1.1 vraag 1 t/m 9

Slide 37 - Slide

Rekenstencil bespreken

Slide 38 - Slide

Werken met een brander

Slide 39 - Slide

Nu zelf aan de slag

  • Lezen theorie 1.1
  • Maken Opdracht 1 t/m 5 (10 min)
  • Klaar? Maak opdracht 6 t/m 11

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Slide

Voor vandaag:

  • Boek, schrift, rekenmachine, geodriehoek en etui op tafel. 

Slide 42 - Slide

Programma
  1. Herhalen 1.1
  2. Opdrachten bespreken 1.1
  3. Uitleg 1.2
  4. Opdracht maken 1.2
  5. Rekentoets bespreken

Slide 43 - Slide

Natuurwetenschappen
Wetenschappen die 
de natuur bestuderen

Slide 44 - Slide

Biologie
Bestudeert de levende natuur
Natuurkunde
Bestudeert tijdelijke veranderingen in de niet-levende natuur
Scheikunde
Bestudeert blijvende veranderingen in de niet-levende natuur

Slide 45 - Slide

Röntgenstraling
Gaat wel door spieren en huid.
Gaat niet door botten.
Hierdoor zijn de botten wit op een röntgenfoto.
Te veel Röntgenstraling is schadelijk

Slide 46 - Slide

Les 1: Nask boek deel A
  1. Herhalen 1.1
  2. Opdrachten bespreken 1.1 
  3. Uitleg 1.2
  4. Opdracht maken 1.2
  5. Rekentoets bespreken


Slide 47 - Slide

Opdrachten bespreken 1.1
Opdracht 1 t/m 10

Slide 48 - Slide

Leerdoelen 1.2
  • Je kunt uitleggen wat de wetenschappelijke methode is.
  • Je kunt uitleggen hoe je veilig kunt waarnemen bij een onderzoek.
  • Je kunt beschrijven wat een grootheid en wat een eenheid is.
  • Je kunt uitleggen wat een indicator is.

Slide 49 - Slide

1.2 Onderzoek doen
Je wilt bij Natuur en Scheikunde dingen ontdekken.  Dit doe je door onderzoek te doen
  1. Onderzoeksvraag: (Wat wil je weten?)
  2. Hypothese: (Wat denk je?)
  3. Werkplan: (Hoe ga je het meten?)
  4. Resultaten: (Overzichtelijk in een tabel en/of grafiek)
  5. Conclusie: (Beantwoorden onderzoeksvraag)

Slide 50 - Slide

1.2 Waarnemen
Je moet nauwkeurig kunnen waarnemen!

Maar waar doe je dat mee? 

  • Zintuigen

Slide 51 - Slide

Zintuigen

Slide 52 - Slide

Ruiken aan een onbekende stof

Slide 53 - Slide

1.2 Grootheid, eenheid, meetwaarde
Een eenheid is een hoeveelheid of maat waarin je iets uitdrukt. Een eenheid staat altijd achter een getal.
Bijvoorbeeld: 52 kg  Het getal 52 is de meetwaarde, kg is de eenheid.
Een grootheid is een eigenschap die je kunt meten. Iedere grootheid heeft zijn eigen eenheden. Bijvoorbeeld grootheid massa heeft eenheid g of kg.

Slide 54 - Slide

1.2 Indicator
In laboratoria worden indicatoren gebruikt. 
Met een indicator kun je onderzoeken of een bepaalde stof wel of niet aanwezig is. 
De indicator verandert van kleur onder invloed van die andere stof.  Bijvoorbeeld jodium kleurt donkerblauw bij aanwezigheid van zetmeel.

Slide 55 - Slide

Wat ga je nu doen

Wat: Lezen theorie 1.2  in je boek (blz. 13-15)
Hoe: Maken opdracht 1 t/m 10





timer
10:00

Slide 56 - Slide

Veiligheid!!

Slide 57 - Slide

De brander

Slide 58 - Slide

Drie soorten vlammen!
  • Pauze vlam: Goed zichtbaar, staat aan als je de brander even niet gebruikt.
  • Stille blauwe vlam: Minder goed zichtbaar en HEEEL gevaarlijk! Gebruik je bij verwarmen van een kleine hoeveelheid.
  • Ruisende blauwe vlam: Extreem heet! en nauwelijks zichtbaar. Gebruik je om grotere hoeveelheden te verwarmen. 

Slide 59 - Slide

Practicum 6: blz. 30

Slide 60 - Slide

HUISWERK
Voorbereiden Proef 6 blz. 30-31: Werken met een brander

Slide 61 - Slide

Waarnemen doe je met je zintuigen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 62 - Quiz

Wat is géén zintuig
A
Zien
B
Ogen
C
Horen
D
Ruiken

Slide 63 - Quiz

Deze mevrouw gebruikt de juiste manier om aan een onbekende stof te ruiken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 64 - Quiz

Wat is de juiste volgorde van onderzoek doen?
A
Onderzoeksvraag -> Conclusie-> Het onderzoek
B
Het onderzoek -> Conclusie -> Onderzoeksvraag
C
Onderzoeksvraag -> Het onderzoek -> Conclusie
D
Het onderzoek -> Onderzoeksvraag -> Conclusie

Slide 65 - Quiz

HUISWERK

Wat: Lezen theorie 1.2 in je boek (blz. 13-15)
Hoe: Maken t/m 10

Slide 66 - Slide

Slide 67 - Slide

Slide 68 - Slide

Het vak natuur- en scheikunde (nask) gaat over dingen die om je heen gebeuren. 
Bijvoorbeeld:
– bliksem bij onweer 
– bellen met een mobieltje
– water koken
– een fietsband oppompen
– geluid uit je koptelefoon
– een roestende spijker 
Al deze dingen hebben te maken met natuur- en scheikunde.

Slide 69 - Slide

Slide 70 - Video

Natuur 
Bliksem, elektriciteit, water, licht en geluid komen voor in de natuur. 
Het zijn verschijnselen in de natuur. 
Natuurverschijnselen zijn dingen die gebeuren in de natuur. 
Bij Nask leer je hoe deze natuur-verschijnselen werken. 

Slide 71 - Slide

Biologie
Er is nóg een vak dat gaat over de natuur, dat is het vak biologie. 
Maar biologie gaat over de levende natuur, dus over mensen, dieren en planten. 
Natuur- en scheikunde gaat over de niet-levende natuur.

Slide 72 - Slide

Bij NASK kijk je WEL / NIET naar de wereld om je heen
A
Wel
B
Niet

Slide 73 - Quiz

Natuur- en scheikunde gaat over natuur-verschijnselen. Wat zijn natuur-verschijnselen?
A
planten om je heen
B
dieren om je heen
C
dingen die gebeuren in de natuur
D
planten en dieren om je heen

Slide 74 - Quiz

Je drukt thuis op de schakelaar en het licht gaat aan. Licht is WEL / NIET een natuur-verschijnsel.
A
Wel
B
Niet

Slide 75 - Quiz

Biologie gaat WEL / NIET over de levende natuur.
A
Wel
B
Niet

Slide 76 - Quiz

Muziek hoort bij NASK / BIOLOGIE.
A
NASK
B
BIOLOGIE

Slide 77 - Quiz

Een bloeiende bloem hoort bij
NASK of BIOLOGIE
A
NASK
B
BIOLOGIE

Slide 78 - Quiz

Je doet het licht aan als het donker wordt.
Licht hoort bij NASK of BIOLOGIE.
A
NASK
B
BIOLOGIE

Slide 79 - Quiz

Bliksem hoort bij NASK, want door bliksem ontstaan
A
geluid en regen
B
regen en wind
C
wind en licht
D
licht en geluid

Slide 80 - Quiz

Stoffen en materialen 

Water, hout en steen zijn stoffen uit de natuur.
Stof: waarvan is het gemaakt. 
Soms kun je van een stof iets anders maken. 


Slide 81 - Slide

Voorbeelden
– Van hout kun je een tafel maken. 
– Van steen kun je een muur maken.

Hout en steen noem je daarom materialen. Een materiaal is een stof waarvan je een voorwerp kunt maken. 


Slide 82 - Slide

Waarom is water geen materiaal?
Je kunt er WEL of GEEN voorwerpen van maken.
A
Wel
B
Geen

Slide 83 - Quiz

Stoffen veranderen 
Water ken je als een vloeistof. 
In natte was zit water. 
Als je de was te drogen hangt, dan verandert het water in waterdamp. 
Waterdamp kun je niet zien. 
Als het vriest, dan verandert water in ijs. 

Slide 84 - Slide

Stoffen veranderen

Water kan dus veranderen in waterdamp of in ijs.
Waterdamp en ijs zijn allebei water, maar in een andere vorm. 
Van waterdamp en ijs kun je weer water maken.

Slide 85 - Slide

Stoffen veranderen
Stoffen kunnen ook op een andere manier veranderen.
Als hout verbrandt, dan verandert het in houtskool, as en rook. 
Van houtskool, as en rook kun je geen
hout meer maken. 
Het hout is voor altijd veranderd
in andere stoffen. 

Slide 86 - Slide

Hout is een materiaal, want je kunt hier wel of geen voorwerpen van maken
A
wel
B
niet

Slide 87 - Quiz

Stoffen veranderen
Natuur- en scheikunde gaat over natuur-verschijnselen. Natuur- en scheikunde gaat ook over stoffen.
Bij natuurkunde veranderen stoffen van vorm. 
Bij scheikunde veranderen stoffen in andere stoffen. 
Biologie gaat over de levende natuur, dus over mensen, dieren en planten.

Slide 88 - Slide

Een ijzeren spijker in de tuin is gaan roesten.
Roesten is scheikunde, want het ijzer aan de buitenkant van de spijker is WEL of NIET veranderd in een andere stof.
A
Wel
B
Niet

Slide 89 - Quiz

1.3 Practicum (Proefjes)

Slide 90 - Slide

1.3 Meten en meetinstrumenten

Slide 91 - Slide

Programma
  1. Proef 1 Uitvoeren blz. 25
  2. Herhalen 1.2 
  3. Opdrachten 1.2 afmaken t/m 10
  4. Nakijken opdrachten 1.2  Eerder klaar? Theorie 1.3 lezen en maken opdrachten 1.3
  5. Uitleg 1.3
  6. Opdracht 1.3 maken 1 t/m 6 + 9   Wat niet af is wordt huiswerk.

Slide 92 - Slide

Startopdracht

Proef 1 Uitvoeren blz. 25 van je boek

Jullie krijgen 7 minuten voor de proef.

Slide 93 - Slide

Programma
  1. Proef 1 Uitvoeren blz. 25
  2. Herhalen 1.2 
  3. Opdrachten 1.2 afmaken t/m 10
  4. Nakijken opdrachten 1.2  Eerder klaar? Theorie 1.3 lezen en maken opdrachten 1.3
  5. Uitleg 1.3
  6. Opdracht 1.3 maken 1 t/m 6 + 9   Wat niet af is wordt huiswerk.

Slide 94 - Slide

Leerdoelen 1.3
  • Je kunt practicum materiaal herkennen.  
  • Je kunt de toepassing van het practicummateriaal benoemen.
  • Je kunt de veiligheidsregels en veiligheidsmiddelen bij practicum noemen.
  • Je kunt de werking van een brander uitleggen. 

Slide 95 - Slide

Wat zijn Grootheden?
Een Grootheid is iets wat je kunt meten.
Bijvoorbeeld een Afstand:

Slide 96 - Slide

Welke Grootheden ken je al?

Slide 97 - Mind map

Voorbeelden van Grootheden:

Slide 98 - Slide

Wat zijn eenheden?
Een eenheid is de mate waarin je een grootheid meet.
Een eenheid staat altijd achter het getal en hoort bij een bepaalde grootheid.

VB: De Afstand van Wijk bij Duurstede  naar Vianen is   28  Kilometer.
(hier is '' afstand de grootheid en  "kilometer"  de eenheid)

Slide 99 - Slide

Meetinstrumenten 
Grootheid
Symbool
Eenheid
Symbool
Meetinstrument
Massa
m
Kilogram
kg
Weegschaal
Volume
V
Liter
L
Maatcilinder
Afstand
s
Meter
m
Liniaal/rolmaat
Temperatuur
T
graden Celsius/
Kelvin
   C
K
Thermometer
Tijd
t
uur
h
klok/stopwatch
°

Slide 100 - Slide

Grootheid
Eenheid
kilogram
T
Massa
centimeter
kubieke meter
Oppervlakte

Slide 101 - Drag question

Thermometer
Met een thermometer meet je de temperatuur van bijv. een vloeistof.

Analoog: heeft een schaalverdeling en een wijzer.

Digitaal: cijfers op een scherm

Slide 102 - Slide

Analoog of digitaal
Welk deel van de klok is analoog en welk deel van de klok is digitaal?

Leg uit waaraan je dat kunt zien?

Slide 103 - Slide

Slide 104 - Slide

Programma
  • Uitleg 1.3
  • Opdrachten 1.3 maken

Slide 105 - Slide

Materialen

Slide 106 - Slide

Materialen

Slide 107 - Slide

Veiligheid!!

Slide 108 - Slide

De brander

Slide 109 - Slide

Drie soorten vlammen!
  • Pauze vlam: Goed zichtbaar, staat aan als je de brander even niet gebruikt.
  • Stille blauwe vlam: Minder goed zichtbaar en HEEEL gevaarlijk! Gebruik je bij verwarmen van een kleine hoeveelheid.
  • Ruisende blauwe vlam: Extreem heet! en nauwelijks zichtbaar. Gebruik je om grotere hoeveelheden te verwarmen. 

Slide 110 - Slide

Opdrachten maken
Wat: Opdracht 1 t/m 6 + 9
Hoe: 10 minuten stil
Hulp: Steek je vinger op
Tijd: 


Klaar? Nakijken

timer
10:00

Slide 111 - Slide

Opdrachten maken
Wat - LEZEN 1.3 & maken Opdracht 1 t/m 6 + 9 , BLZ 23 + 24
Hoe - 10 min in stilte, erna zachtjes overleggen! 
HULP? - Docent (Looplangs of steek je hand op)





Slide 112 - Slide

Welk practicum materiaal is dit?
A
Maatbeker
B
Maatcillinder
C
Erlenmeyer
D
Kookkolf

Slide 113 - Quiz

Welk practicum materiaal is dit?
A
Reageerbuisknijper
B
Reageerbuisrek
C
klemmen
D
Statiefvoet

Slide 114 - Quiz

Noem 2 veiligheidsregels tijdens het practicum!

Slide 115 - Open question

Welke vlam is dit?
A
Ruisende blauwe vlam
B
Stille blauwe vlam
C
Pauze vlam

Slide 116 - Quiz

Programma
  • Herhalen 1.3
  • GROEP 1: Uitvoeren Proef 2 blz. 26 werkboek
  • GROEP 2: Test Jezelf 1.1 t/m 1.3 online afmaken
  • Klaar?  Voer proef 5 blz. 29

Slide 117 - Slide

HUISWERK
Opdracht 1 t/m 6 + 9 afmaken


Slide 118 - Slide

Programma
  • Herhalen 1.3
  • GROEP 1: Uitvoeren Proef 2 blz. 26 werkboek
  • GROEP 2: Test Jezelf 1.1 t/m 1.3 online afmaken
  • Klaar?  Voer proef 5 blz. 29

Slide 119 - Slide

Zijn jullie er klaar voor?!

Slide 120 - Slide