4 havo par 6.5 quiz evenwichten

6.5 Evenwichten
Omkeerbare reacties
Evenwichtstoestand
Evenwicht aflopend maken
 + Evenwichtsvoorwaarde
1 / 15
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

6.5 Evenwichten
Omkeerbare reacties
Evenwichtstoestand
Evenwicht aflopend maken
 + Evenwichtsvoorwaarde

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Chemisch evenwicht
  • Ze leiden allebei tot dezelfde evenwichtstoestand, ondanks een andere beginsituatie
  • Ligging van het evenwicht is gelijk

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

B5: Chemisch evenwicht
Evenwicht reactie:
EvenwichtsvoorwaardeCombinatie van evenwichtsconstante en concentratiebeuk; als de concentratiebreuk gelijk is aan de evenwichtsconstante is er sprake van evenwicht.
Evenwichtsconstante - Waarde (K) van de evenwichtsvoorwaarde.


Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Rekenen aan chemische evenwichten met K
  • Evenwichtsvoorwaarde voor de reactievergelijking.
  • Je kan nu de waarden bij tev invullen in de breuk
[H2O]
[CO]
[H2]
[CO2]
t0
0,50
0,50
0
0
omg.
-x
-x
+x
+x
tev
0,50-x
0,50-x
x
x

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Als een chemisch evenwicht is bereikt, stopt de reactie.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

"Concentraties van alle stoffen zijn gelijk in evenwicht."
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

"Als een reactie het evenwicht heeft bereikt, veranderen de concentraties van de stoffen niet meer."
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Hoe maak je de volgende evenwichtsreactie aflopend?
CuSO4 5 H2O(s)CuSO4(s)+ 5 H2O(l)
A
Kopersulfaat toevoegen
B
Water toevoegen
C
Water wegnemen

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Gegeven het evenwicht:
2 NO2 N2O4
Bij evenwicht geldt altijd:
A
de snelheid vd reactie naar links = de snelheid vd reactie naar rechts
B
er treden geen reacties meer op
C
concentraties zijn gelijk
D
% effectieve botsingen = 0

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Als je de concentratie van een van de stoffen in een evenwicht verandert, verandert op dat moment de waarde van K
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

De gassen ammoniak en waterstofchloride zijn bij een temperatuur van 250 °C in evenwicht met ammoniumchloride NH3(g) + HCI(g) ⇆ NH4Cl(g).
Wat is hier de evenwichtsvoorwaarde K ?
A
K= 1 / [NH3] [HCl]
B
K= 1/[NH3] + [HCl]
C
K= [NH4Cl]/[NH3] [HCl]
D
K= [NH3] [HCl]

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions



Van het bovenstaande evenwicht is in een reactievat bij evenwicht 2,8 mol waterstof, 1,9 mol zuurstof en 2,2 mol water aanwezig. Bereken de evenwichtsconstante van dit evenwicht.
2 H2 (g)+O2 (g)2 H2O (g)
A
0,16
B
0,32
C
3,1
D
6,2

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Van het bovenstaande evenwicht  is in een reactievat bij evenwicht 2,8 mol waterstof, 1,9 mol zuurstof en 2,2 mol water aanwezig. Dus [H2] = 2,8   [O2]= 1,9    [H2O] = 2,2


2 H2 (g)+O2 (g)2 H2O (g)
K=(H2)2(O2)(H2O)2=2,821,92,22=0,16

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Wat verandert er aan het evenwicht wanneer je een katalysator toevoegt?
A
Niets.
B
De concentratie van reactieproducten worden groter.
C
De concentratie van de beginstoffen worden groter.
D
Het evenwicht wordt eerder gevormd.

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

In een vat brengt men 45 mol H2 en 15 mol N2. Er stelt zich het volgende evenwicht in: 3 H2 + N2 ⇆ 2 NH3
Bij evenwicht is er 5 mol NH3. Hoeveel mol H2 en N2 zijn er nog over bij evenwicht?

Slide 15 - Open question

H2 = 37,5 mol
N2 = 12,5 mol