Les gevulde speculaas koeken

Gevulde speculaas koeken
1 / 33
next
Slide 1: Slide
Consumptieve techniekMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 3

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Gevulde speculaas koeken

Slide 1 - Slide

Planning
Begrippenquiz 
Gevulde speculaas - weetjes
Recept bereiden
Corvee 

Slide 2 - Slide

Even inloggen met Lesson Up en oefenen..

Slide 3 - Slide

Wat is de officiële naam van Sinterklaas?
A
Sint Nico
B
Sint Maarten
C
Sint Nicolaas
D
Sinterklaas

Slide 4 - Quiz

Uit welk liedje komt de zin:
'Gooi wat in mijn schoentje'
A
Zie de maan schijnt door de bomen....
B
Zie ginds komt de stoomboot....
C
Sinterklaas kapoentje...
D
O, kom maar eens kijken

Slide 5 - Quiz

Wat is zwaarder:
1000 gram pepernoten of
1 kg marsepein?
A
1000 gram pepernoten
B
1 kg marsepein
C
Ze zijn even zwaar
D
1 kg marsepein dat is toch logisch...

Slide 6 - Quiz

Vul de schoenen met het juiste cadeautje

Slide 7 - Drag question

Slide 8 - Video

Beschrijf kort het stroomschema van de gevulde koek

Slide 9 - Open question

We oefenen verder.. maar dan voor het PTA 

Slide 10 - Slide

Wat is een HACCP plan?
A
Een plan met kritische punten van hygiëne en veiligheid
B
Een schoonmaakplan
C
Een plan met grondstof bewerkingen

Slide 11 - Quiz

Noem 4 voorbeelden waarop je HACCP kunt controleren

Slide 12 - Open question

Wat is een aardappel in stamppot?
A
hulpstof
B
grondstof

Slide 13 - Quiz

Wie controleert of een bedrijf zich aan de regels houdt?
A
NWVA
B
Voedingscentrum
C
Politie
D
Onderwijsinspectie

Slide 14 - Quiz

Waarop controleert de NVWA
A
Of het voedsel op de juiste manier vervoerd is
B
Of je alle hygiëne regels naleeft
C
Of dieren een prettig leven hebben gehad
D
Of de etiketten wel juist zijn

Slide 15 - Quiz

Wat is een hulpstof in de maaltijd kip, patat en appelmoes
A
Kip
B
Patat
C
Zout
D
Appelmoes

Slide 16 - Quiz

Een tenminste houdbaar tot datum vind je op producten als ...
A
verse vis, gesneden sla en kipfilet
B
Vers vlees, pasta, brood
C
Chips, pasta, rijst
D
Azijn, kauwgom, zalmfilet

Slide 17 - Quiz

Noem de 6 voedingsstoffen

Slide 18 - Open question

Wat is een track en trace code?
A
Een code om te zien waar het product vandaan komt
B
Een code op voedingsetiket
C
Een telefoonnummer van een leuk meisje

Slide 19 - Quiz

Wat meet je met een refractometer?
A
De zuurgraad
B
Het suikergehalte

Slide 20 - Quiz

Jaap schilt 400 gram aardappels. Na het schillen houd hij 350 gram over.
Hoeveel wegen de schillen

Slide 21 - Open question

Wat staat er in een stroomschema?
A
De samenstelling van een product
B
Alle stappen van het productieproces
C
De namen en de taken van de medewerkers

Slide 22 - Quiz

Wat zijn micro organismen?
A
Bacteriën
B
Bacteriën en schimmels
C
Bacteriën en muggen
D
Bacteriën, schimmels en gisten

Slide 23 - Quiz

Je hebt rijst gekookt. De helft verwerk je in een product. De rest bewaar je.

Wat zet je op de codeersticker?
A
De kooktijd van de rijst
B
De datum waarop je de rijst hebt gemaakt
C
De voedingsstoffen in de rijst

Slide 24 - Quiz

Wat meet je met een refractometer?
A
De zuurgraad
B
Het suikergehalte

Slide 25 - Quiz

Wat zit er het meest in tomatenketchup?
(zie hiernaast)
A
Water
B
Tomatenpuree
C
Suiker
D
Aroma

Slide 26 - Quiz

Noem 4 onderdelen waarop je kunt keuren in een organoleptische keuring

Slide 27 - Open question

Gevulde speculaas koeken

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Specerijen in speculaaskruiden 

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Video

Aan de slag!

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide