Vaktermen - Logistiek assistent

Vaktermen - Logistiek assistent
1 / 33
next
Slide 1: Slide
GASVBuitengewoon secundair onderwijs

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Vaktermen - Logistiek assistent

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

HET BED OPMAKEN

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Welke dekens / lakens heb je nodig om een bed in een rusthuis correct op te dekken?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Dit is een ...
A
donsdeken
B
steeklaken
C
hoeslaken
D
matras

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de functie van een steeklaken?
A
Het heeft geen echte functie.
B
Het wordt gebruikt om cliënten/patiënten te verplaatsten of om te rollen.
C
Het zorgt voor versiering van het bed zodat het bed netjes is.
D
De cliënten/patiënten hebben het lekker warm omdat ze op het steeklaken liggen.

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Dit is een ...
A
donsdeken
B
kussensloop
C
hoeslaken
D
steeklaken

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Vul aan: Het hoeslaken zorgt voor de bescherming van de ... .

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

Dit is een ...

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Dit noemen we een ...
A
bedsponde
B
matras
C
voeteinde
D
hoofdeinde

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de bedoeling van een bedsponde?
A
Een bedsponde heeft geen echte bedoeling.
B
Een bedsponde zorgt ervoor dat de patiënten zich kunnen opdrukken.
C
Een bedsponde zorgt ervoor dat de patiënten niet uit het bed vallen.
D
Een bedsponde is een versiering van het bed.

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Waarom heeft een hoeslaken 'elastische hoeken'?
A
Zo zijn ze makkelijker op te hangen op de wasdraad.
B
De hoeken passen perfect rond de matras.
C
Dit heeft eigenlijk geen echte bedoeling.
D
Zo kan je het hoeslaken beter opvouwen.

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Dit noemen we een ...
A
papegaaihendel
B
papegaaistok
C
kanariestok
D
kanariehendel

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

DE TAFEL DEKKEN

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Wat zet je allemaal op tafel als je de tafel dekt?

Slide 15 - Mind map

This item has no instructions

Epel, epel, epel, vlees snij je met een ... .
A
lepel
B
vork
C
mes
D
dessertlepel

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Ork, ork, ork, soep eet je met een ... .
A
vork
B
lepel
C
mes
D
broodmes

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

Leerlingen oefenen eerst 'links' en 'rechts' in:
Steek je linkerhand op.
Steek je rechterhand op.
Welke hand steek ik op?
Welke leerling zit links van je?
Welke leerling zit rechts van je?
...

Slide 19 - Link

This item has no instructions

Een bord plaatsen we steeds ... .
A
voor de persoon
B
links van de persoon
C
rechts van de persoon
D
waar we zelf willen

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Dit noemen we ... .
A
eetgerief
B
eetmateriaal
C
bestek
D
eetvoorwerpen

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Een vork ligt altijd ...
A
links van het bord
B
onder het bord
C
boven het bord
D
rechts van het bord

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Een mes ligt altijd ...
A
links van het bord
B
onder het bord
C
boven het bord
D
rechts van het bord

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

De snijkant van het mes is steeds naar het bord gericht.
A
waar
B
niet waar

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

De soeplepel ligt altijd ...
A
links van het mes
B
rechts van het mes
C
boven het bord
D
onder het bord

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

De dessertlepel ligt altijd ...
A
links van het mes
B
rechts van het mes
C
boven het bord
D
onder het bord

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Een glas staat ... .
A
rechts boven het bord
B
links boven het bord
C
in het midden van het bord
D
naast de dessertlepel

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

De soeplepel ligt steeds naast de vork. Waar of niet waar?

Slide 28 - Open question

Niet waar, de soeplepel ligt steeds rechts van het mes.
De dessertlepel ligt steeds naast het mes. Waar of niet waar?

Slide 29 - Open question

Niet waar, de dessertlepel ligt steeds boven het bord.
Het mes ligt steeds rechts van het bord met de snijkant naar buiten. Waar of niet waar?

Slide 30 - Open question

Fout, het mes ligt steeds rechts van het bord met de snijkant naar het bord toe.
De vork ligt steeds links van het bord. Waar of niet waar?

Slide 31 - Open question

Waar.
Ken je het nog?

Teken op je placemat een bord, een mes, een vork, een lepel en een glas. Denk aan de juiste regels die we net geleerd hebben.

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

This item has no instructions