De alvleesklier

De alvleesklier

Anatomie & fysiologie

Les C1

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerzorgendeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

De alvleesklier

Anatomie & fysiologie

Les C1

Wat weet je al over de alvleesklier?

Na deze les:

  • kun je vertellen waar de alvleesklier ligt en hoe deze is opgebouwd;

  • kun je uitleggen wat de alvleesklier doet bij de spijsvertering;

  • kun je uitleggen wat insuline en glucagon doen;

  • kun je uitleggen hoe de alvleesklier helpt om de bloedsuikerspiegel te regelen;

  • kun je de theorie toepassen op de casus van meneer Jansen.

Waar ligt de alvleesklier?

De alvleesklier (pancreas)


  • ligt in de bovenbuik;

  • ligt grotendeels achter de maag;

  • ligt vlak bij de twaalfvingerige darm;

  • loopt richting de milt.


Belangrijk: voedsel gaat niet door de alvleesklier.
De alvleesklier is een hulporgaan bij de spijsvertering.

Hoe is de alvleesklier opgebouwd?

De alvleesklier bestaat uit 3 delen:


  • Kop → ligt bij de twaalfvingerige darm

  • Lichaam → het middelste deel

  • Staart → loopt richting de milt


Door de alvleesklier loopt de alvleesklierbuis.


Via deze buis stroomt alvleessap naar de twaalfvingerige darm.

De alvleesklierbuis

Hoe komt alvleessap in de darm?


  • De alvleesklier maakt alvleessap.

  • Kleine afvoerbuisjes verzamelen dit sap.

  • Deze komen samen in de alvleesklierbuis.

  • De alvleesklierbuis voert het sap naar de twaalfvingerige darm.


Route:
Alvleesklier → alvleesklierbuis → twaalfvingerige darm

De alvleesklier heeft 2 belangrijke taken

De alvleesklier heeft twee functies:


1. Helpt bij de spijsvertering

  • maakt alvleessap

  • alvleessap gaat naar de twaalfvingerige darm

  • helpt bij het verteren van voedsel


2. Regelt de bloedsuikerspiegel

  • maakt de hormonen insuline en glucagon

  • deze hormonen worden via het bloed door het lichaam vervoerd

  • insuline verlaagt de bloedsuiker en glucagon verhoogt de bloedsuiker


Kort onthouden:
Alvleessap → darm
Hormonen → bloed

Taak 1: helpen bij de spijsvertering

De alvleesklier maakt alvleessap


Alvleessap bevat:

  • verteringsenzymen → helpen voedingsstoffen afbreken;

  • bicarbonaat → maakt de zure voedselbrij uit de maag minder zuur.


Het alvleessap komt in de twaalfvingerige darm terecht.


Zo kan het voedsel verder worden verteerd.

Wat doen de verteringsenzymen?

In alvleessap zitten verschillende enzymen:

  • Amylase → breekt koolhydraten af

  • Lipase → breekt vetten af

  • Proteasen → breken eiwitten af


Waarom worden voedingsstoffen afgebroken?


Grote voedingsstoffen zijn te groot om goed opgenomen te worden.


Vertering → kleinere stoffen → opname in de dunne darm

Waarom is bicarbonaat nodig?

De voedselbrij die uit de maag komt, is erg zuur door het maagzuur.


De alvleesklier maakt daarom bicarbonaat.


Bicarbonaat:

  • maakt de voedselbrij minder zuur;

  • helpt de twaalfvingerige darm beschermen;

  • zorgt dat de verteringsenzymen goed kunnen werken.


Kort onthouden:
Bicarbonaat neutraliseert het maagzuur.

Waar komt alvleessap terecht?

Wat doen verteringsenzymen?

Wat doet bicarbonaat?

Taak 2: de bloedsuikerspiegel regelen

De alvleesklier maakt ook hormonen.


Deze hormonen worden rechtstreeks afgegeven aan het bloed.


Twee belangrijke hormonen zijn:

  • Insuline

  • Glucagon


Deze hormonen helpen samen om de bloedsuikerspiegel in balans te houden.


Bloedsuikerspiegel = de hoeveelheid glucose (suiker) in je bloed.

De eilandjes van Langerhans

In de alvleesklier zitten kleine groepjes speciale cellen.


Deze noemen we de eilandjes van Langerhans.


Hier worden belangrijke hormonen gemaakt:

  • Bètacellen → maken insuline

  • Alfacellen → maken glucagon


De hormonen worden rechtstreeks afgegeven aan het bloed.


Insuline en glucagon helpen samen de bloedsuikerspiegel te regelen.

Wat is bloedsuiker?

Als je koolhydraten eet:

Koolhydraten → worden verteerd → glucose


  • Glucose is een soort suiker en een belangrijke brandstof voor je lichaam.

  • Glucose wordt vanuit de dunne darm opgenomen in het bloed.

  • Het bloed vervoert glucose door het lichaam naar de lichaamscellen.


De hoeveelheid glucose in je bloed noemen we de bloedsuikerspiegel.


Na het eten stijgt de bloedsuikerspiegel.

Wat doet insuline?


1. Na het eten komt glucose in het bloed
Koolhydraten worden verteerd tot glucose.
→ De bloedsuikerspiegel stijgt ↑


2. De alvleesklier maakt insuline
Insuline wordt afgegeven aan het bloed.


3. Insuline geeft lichaamscellen een signaal
→ Neem glucose uit het bloed op.


4. De cellen nemen glucose op
Ze gebruiken glucose als energie.


Gevolg:

Er blijft minder glucose in het bloed → bloedsuikerspiegel daalt ↓


Onthoud: Insuline = bloedsuiker omlaag ↓

Wat doet glucagon?

1. Als je een tijd niet eet, daalt de glucose in het bloed
→ De bloedsuikerspiegel daalt ↓


2. De alvleesklier maakt glucagon
Glucagon wordt afgegeven aan het bloed.


3. Glucagon geeft de lever een signaal
→ De lever breekt glycogeen (opgeslagen glucose) af en maakt glucose vrij.


4. De lever geeft glucose af aan het bloed
→ Er komt meer glucose in het bloed.


Gevolg:

De bloedsuikerspiegel stijgt weer ↑


Onthoud: Glucagon = bloedsuiker omhoog ↑

Insuline en glucagon werken samen

Je lichaam probeert de bloedsuikerspiegel in balans te houden.


Bloedsuiker te hoog?
→ alvleesklier maakt insuline
→ glucose gaat uit het bloed naar de cellen
→ bloedsuiker daalt ↓


Bloedsuiker te laag?
→ alvleesklier maakt glucagon
→ lever geeft glucose af aan het bloed
→ bloedsuiker stijgt ↑


Onthoud:
Insuline = omlaag ↓
Glucagon = omhoog ↑

Wat gebeurt er bij diabetes type 2?

1. De alvleesklier maakt insuline
Er is dus nog wel insuline aanwezig.


2. De lichaamscellen reageren minder goed op insuline
→ Ze nemen daardoor minder glucose uit het bloed op.
→ Dit noemen we insulineresistentie.


3. De alvleesklier probeert dit op te lossen
→ Hij gaat extra insuline maken, zodat toch genoeg glucose door de cellen wordt opgenomen.


4. Dit kan de alvleesklier na verloop van tijd minder goed volhouden
→ De bètacellen die insuline maken gaan minder goed werken.
→ Hierdoor kan er uiteindelijk ook te weinig insuline worden gemaakt.


Gevolg:

Er blijft te veel glucose in het bloed → de bloedsuikerspiegel blijft te hoog ↑

Klachten bij een te hoge bloedsuiker

Als er langere tijd te veel glucose in het bloed zit, kun je klachten krijgen.


Bijvoorbeeld:

  • moeheid

  • veel dorst

  • vaak plassen

  • wazig zien

  • veel honger

  • wondjes die langzamer genezen


Niet iedereen heeft dezelfde klachten.


Diabetes type 2 wordt onder andere behandeld met leefstijladviezen en medicijnen. Sommige mensen hebben uiteindelijk ook insuline nodig


Welke 2 belangrijke taken heeft de alvleesklier?

  1. Wat doet insuline met de bloedsuikerspiegel?

  2. Wat doet glucagon met de bloedsuikerspiegel?

Zelfstandig werken: casus

Casus Meneer Jansen – diabetes type 2


  • Ga naar Itslearning

  • Ga naar Les C – Alvleesklier

  • Open de opdracht Casus: Meneer Jansen

  • Lees de casus goed door

  • Beantwoord alle 4 de vragen

  • Gebruik de theorie uit de les

  • Maak de opdracht zelfstandig

  • Lever je opdracht in bij het juiste mapje in Itslearning


Klaar? Controleer eerst of je alle vragen volledig hebt beantwoord en lever daarna in.

Nabespreking casus

Casus Meneer Jansen – wat gebeurt er in zijn lichaam?


  1. Waarom blijft er bij meneer Jansen te veel glucose in het bloed?

  2. Waarom kan hij zich moe voelen?

  3. Waarom kan hij wazig zien?

  4. Wat kan helpen om zijn bloedsuikerspiegel zo stabiel mogelijk te houden?

Wat heb je vandaag geleerd?

Wat vond je vandaag nog lastig of onduidelijk?