Marketing LJ3 afsluitende lessonup

Marketing LJ3 week 8
1 / 43
next
Slide 1: Slide
Marketing & CommunicatieMBOStudiejaar 3

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Marketing LJ3 week 8

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?

Les 1: oefentoets examenreader
Les 2: werken aan voorwaardelijke taken


Slide 2 - Slide

Wat gaan we doen?

Les 1: oefentoets examenreader
Les 2: werken aan voorwaardelijke taken

Waarom voorwaardelijke taken? 
Om een ESS oefenexamen te mogen maken op vrijdag

Slide 3 - Slide

Wat moet je afhebben om vrijdag het ESS oefenexamen te mogen maken?

ItsLearning week 8:


Slide 4 - Slide

Wat moet je afhebben om vrijdag het ESS oefenexamen te mogen maken?

ItsLearning week 8:


+ oefentoetsen week 6 en 7 een 6,5 of hoger

Slide 5 - Slide

Welke omschrijving past het beste bij de term 'marketing'?
A
Het maximaliseren van winst
B
Het afstemmen van het aanbod op wensen en behoeften van de doelgroep
C
Het verkopen van zoveel mogelijk producten
D
Het voeren van reclamecampagnes

Slide 6 - Quiz

Welke factor hoort volgens het marketingmodel bij de meso-omgeving van een organisatie?
A
Veranderingen in wet- en regelgeving
B
Ontwikkelingen in de economie
C
Concurrenten binnen dezelfde markt
D
Interne processen en personeel

Slide 7 - Quiz

Welk segmentatiecriterium hoort bij levensstijl?
A
Demografisch
B
Geografisch
C
Psychografisch
D
Gedragsmatig

Slide 8 - Quiz

Een bedrijf richt zich met één aanbod op de hele markt. Welke strategie past hierbij?
A
Gedifferentieerd
B
Geconcentreerd
C
Ongedifferentieerd
D
Eén-op-één

Slide 9 - Quiz

Wat beschrijft een waardepropositie?
A
De belofte van waarde aan de klant
B
De prijs van een product
C
Het marktaandeel van een bedrijf
D
De promotiestrategie

Slide 10 - Quiz

Welke marktvorm kenmerkt zich door veel aanbieders en lichte productverschillen?
A
Oligopolie
B
Monopolie
C
Volledige mededinging
D
Monopolistische concurrentie

Slide 11 - Quiz

Wat is een voorbeeld van primaire vraag?
A
Vraag naar Nike-schoenen
B
Vraag naar sneakers in het algemeen
C
Vraag naar sportkleding bij jongeren
D
Vraag naar een specifiek model

Slide 12 - Quiz

Welke koopvorm hoort bij het kopen van brood?
A
RAG
B
UPO
C
BPO
D
New task

Slide 13 - Quiz

Wat is kenmerkend voor kwalitatief onderzoek?
A
Grote steekproef
B
Cijfers en statistiek
C
Gesloten vragen
D
Diepgaand inzicht

Slide 14 - Quiz

Wat is een belangrijk verschil tussen B2C- en B2B-marketing?
A
B2C gebruikt geen marketingmodellen
B
B2B kent vaak meerdere beslissers
C
B2B heeft kortere verkooptrajecten
D
B2C werkt alleen online

Slide 15 - Quiz

Welke P komt alleen voor in de retailmix?
A
Product
B
Plaats
C
Promotie
D
Personeel

Slide 16 - Quiz

Wat hoort bij toegevoegde producteigenschappen?
A
Gewicht
B
Kleur
C
Service
D
Materiaal

Slide 17 - Quiz

Wat betekent assortimentsdiepte?
A
Aantal productgroepen
B
Aantal varianten binnen een productgroep
C
Totale prijsniveau
D
Samenhang tussen productgroepen

Slide 18 - Quiz

Welke verpakkingseigenschap gaat over opvallen in het schap?
A
Visibility
B
Workability
C
Branding
D
Emotional appeal

Slide 19 - Quiz

Wat is het doel van branding?
A
Kosten verlagen
B
Product goedkoper maken
C
Merkidentiteit versterken
D
Distributie verbeteren

Slide 20 - Quiz

Wat is een voorbeeld van achterwaartse integratie?
A
Fabriek opent winkel
B
Groothandel koopt supermarkt
C
Graanboer koopt bakker
D
Bakker koopt graanboer

Slide 21 - Quiz

Wat kenmerkt een pullstrategie?
A
Product wordt actief aangeboden
B
Consument vraagt naar het product
C
Verkoop via groothandel
D
Lage prijsstrategie

Slide 22 - Quiz

Wat is intensieve distributie?
A
Verkoop via één exclusief kanaal
B
Verkoop via geselecteerde winkels
C
Verkoop via zoveel mogelijk verkooppunten
D
Verkoop alleen online

Slide 23 - Quiz

Wat is kenmerkend voor omnichannel?
A
Alleen fysieke winkels
B
Kanalen zijn geïntegreerd
C
Kanalen staan los van elkaar
D
Verkoop alleen online

Slide 24 - Quiz

Wat beïnvloedt de P van Prijs?
A
Alleen de omzet
B
Alleen de omzet
C
Waardeperceptie en winst
D
Alleen distributie

Slide 25 - Quiz

Wat is backward pricing?
A
Prijs verhogen bij schaarste
B
Prijs onder kostprijs
C
Marktprijs volgen
D
Terugrekenen vanaf verkoopprijs

Slide 26 - Quiz

Wat is een loss leader?
A
Product onder kostprijs
B
Exclusief product
C
Product met hoge marge
D
Luxe product

Slide 27 - Quiz

Wat wordt bedoeld met prijsdiscriminatie?
A
Het aanpassen van prijzen bij veranderende inkoopkosten
B
Verschillende prijzen voor dezelfde klantgroep
C
Het verkopen van producten onder de kostprijs
D
Het hanteren van verschillende prijzen voor hetzelfde product bij verschillende klantgroepen

Slide 28 - Quiz

Welke marketingtechniek richt zich op beleving?
A
Direct marketing
B
Direct marketing
C
Experience marketing
D
SEO

Slide 29 - Quiz

Wat is geen onderdeel van het communicatieproces?
A
Distributiekanaal
B
Feedback
C
Zender
D
Medium

Slide 30 - Quiz

Welke communicatiemiddel beïnvloedt vooral houding?
A
Persoonlijke verkoop
B
Reclame
C
Salespromotie
D
Directe betaling

Slide 31 - Quiz

Wat beschrijft het AIDA-model?
A
Marktanalyse
B
Koopgedrag
C
Communicatiestappen
D
Productontwikkeling

Slide 32 - Quiz

Waarvoor gebruik je het Abell-model?
A
Concurrentieanalyse
B
Marktdefinitie
C
Prijsstrategie
D
Distributieplanning

Slide 33 - Quiz

Wat laat het Business Model Canvas zien?
A
Bedrijfsmodel
B
Communicatieplan
C
Waardeketen
D
Marketingmix

Slide 34 - Quiz

Wat is de kern van de Golden Circle?
A
Wat je verkoopt
B
Hoe je communiceert
C
Waarom je iets doet
D
Wie je doelgroep is

Slide 35 - Quiz

Wat analyseert het 5-krachtenmodel van Porter?
A
Interne processen
B
Concurrentiekracht
C
Consumentengedrag
D
Marketingmix

Slide 36 - Quiz

Wat valt onder de T van DESTEP?
A
Trends in koopgedrag
B
Technologische ontwikkelingen
C
Tariefstructuren
D
Transport

Slide 37 - Quiz

Wat is het doel van een marketingplan?
A
Focus en structuur aanbrengen
B
Concurrenten analyseren
C
Producten verkopen
D
Reclame maken

Slide 38 - Quiz

Wat hoort bij de interne analyse?
A
Concurrenten
B
Wetgeving
C
Personeel
D
Trends

Slide 39 - Quiz

Wat betekent marktpenetratie volgens Ansoff?
A
Nieuw product, bestaande markt
B
Nieuw product, nieuwe markt
C
Bestaand product, nieuwe markt
D
Bestaand product, bestaande markt

Slide 40 - Quiz

Waar richt de SOAR-analyse zich op?
A
Zwaktes
B
Bedreigingen
C
Positieve ontwikkeling
D
Concurrentie

Slide 41 - Quiz

Wat is directe distributie?
A
Via groothandel
B
Zonder tussenpersonen
C
Via detailhandel
D
Via franchise

Slide 42 - Quiz

Wat is een kernkenmerk van relatiemarketing?
A
Lage prijs
B
Klantloyaliteit
C
Korte termijn verkoop
D
Massacommunicatie

Slide 43 - Quiz